Poetins Kaukasus

Beslan begroef gisteren zijn eerste doden. Meer dan vierhonderd mensen kwamen om bij een gijzelingsdrama met een omvang die nauwelijks te bevatten is. Zelfs voor de Kaukasus met zijn bloedige geschiedenis is de gewelddadige dood van honderden onschuldigen, onder wie veel kinderen, ongekend. De stad is in shock, het land eist maatregelen en de wereld vraagt zich verbijsterd af of het met het terrorisme nòg erger kan. Het antwoord laat zich raden. De hervormingen van het veiligheidssysteem in Rusland, dit weekeinde door president Poetin aangekondigd, komen dan ook geen moment te vroeg. Sterker nog: na eerdere massagijzelingen en toenemend moslimextremistisch geweld elders in de wereld waren passende maatregelen allang bittere noodzaak. Dat het daarvan nauwelijks is gekomen, en dat Poetin nu toegeeft dat de Russische staat `zwakheid' heeft getoond door niet effectief op de terreurdreiging te reageren, is een klassiek testimonium paupertatis – een bewijs van onvermogen de gekozen president van zo'n groot en machtig land onwaardig.

De Kaukasus is al jaren een hoofdprobleem van Poetin. Op de opstandige Kaukasische deelrepubliek Tsjetjsenië past het Kremlin sinds jaar en dag de bekende tactiek van de verschroeide aarde toe, zowel politiek als militair. Met zijn uitlating dat internationale terroristen de ,,totale oorlog tegen Rusland'' voeren, gaat de president voorbij aan de aard van dit in wezen koloniale conflict met het separatisme in de hoofdrol. Vijftien jaar van oorlog, onderdrukking, corruptie en toenemende armoede hebben een voedingsbodem voor het terrorisme ter plekke gelegd. De etnisch-religieuze trekken ervan werken als een magneet op moslimextremisten. Het probleem is niet nieuw – de tsaren kampten er ook al mee; Tolstoj schreef er in de negentiende eeuw een paar treffende novelles over – maar de aanpak door de Russische autoriteiten is in grote lijnen steeds dezelfde geweest. Door wind te zaaien wordt nu storm geoogst. Poetins halfhartige koerswijziging na de moord op de Tsjetsjeense president Kadyrov, in mei van dit jaar, kwam te laat om effect te sorteren. Hij wilde Tsjetsjenië economisch stimuleren. Op zichzelf was dat was verstandig, maar het verrottingsproces bleek al te ver gevorderd. Zijn maatregelen misten hun uitwerking en gingen ook niet vergezeld van een aangepast veiligheidsbeleid.

De afloop van de gijzeling toont weer eens aan dat voorkomen beter is dan genezen. Crisisbeheersing is nooit Moskous sterkste punt geweest. Ook nu weer is er van alles misgegaan. De Russische veiligheidstroepen stelden zich terughoudend op, wijs geworden door eerdere ervaringen. Het mocht niet baten. Dat zegt veel over het onvoorspelbare en nietsontziende gedrag van de terroristen. In die zin is wel degelijk sprake van een `totale oorlog': totaal in zijn wreedheid en kortzichtigheid. Dat de gijzeling in Beslan volgens de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, Bot, niet erg mooi is opgelost, onderstreept de noodzaak tot samenwerking bij de strijd tegen het terrorisme. Poetins algemene probleem met terreur is een wereldprobleem dat met een gerichte, precieze methodiek moet worden bestreden. Dat kan alleen in groter verband; Europa, de VS en Rusland hebben hier nog veel te winnen. Het geweld in Tsjetsjenië en de `Kaukasische kwestie' zijn daarentegen zaken waaraan Moskou in ernstige mate heeft bijgedragen en die het Kremlin eerst zelf dient aan te pakken.