Organisator van massale gijzelacties

Voor de Russen bestaat er geen twijfel: de bloedige terreuroperatie van Beslan was het werk van Sjamil Basajev, Rusland meestgezochte man, bedenker van talrijke al dan niet spectaculaire aanslagen. Basajev leidt bij het Tsjetsjeense verzet tegenwoordig een ,,Internationale Martelarenbrigade''.

De 39-jarige Basajev verwierf zich tijdens de eerste Tsjetsjeense oorlog (1994-1996) voor de Tsjetsjenen al de status van held. Maar al voordat het Tsjetsjeense streven naar onafhankelijkheid op een oorlog uitliep, had Basajev van zich doen spreken. De in het bergdorp Vedeno geboren Basajev studeerde in Moskou en leefde daar van de verkoop van zelfgebouwde computers. Hij stond in augustus 1991, tijdens de poging tot een coup tegen Michail Gorbatsjov, met de verdedigers van Boris Jeltsin op de barricades in Moskou.

Vervolgens keerde hij terug naar Tsjetsjenië, dat zich opmaakte zich los te maken van Rusland. Eind dat jaar nam hij deel aan de kaping van een Russisch vliegtuig naar Turkije, een protest tegen het Russiche beleid in Tsjetsjenië. De Turken lieten hem vrij. Kort daarop vocht Basajev aan de kant van de Abchaziërs in hun oorlog tegen de Georgiërs en ook nog even in de oorlog tussen de Armeniërs en de Azeri om Nagorny Karabach.

In de eerste Tsjetsjeense oorlog radicaliseerde Basajev toen de Russen zijn geboortedorp Vedeno bombardeerden en elf familieleden doodden. Hij werd een van de belangrijkste krijgsheren van de Tsjetsjenen en vestigde zijn reputatie bij de spectaculaire herovering van de Tsjetsjeense hoofdstad Grozny op de Russen in augustus 1996.

Basajev leidde ook de eerste spectaculaire gijzelingsactie, in juni 1995, toen onder zijn bevel 150 Tsjetsjeense rebellen het ziekenhuis van Boedjonnovsk in Zuid-Rusland bezeten en er 1.200 mensen gijzelden. Na twee volledig mislukte pogingen van de Russische strijdkrachten het ziekenhuis te bestormen, trad de toenmalige premier Viktor Tsjernomyrdin met Basajev in overleg en werd de kaping beëindigd met de aftocht van de rebellen, met medeneming van talrijke gijzelaars. Als Basajev toen de heldenstatus nog niet had, kreeg hij hem door Boedjonnovsk.

Na het vredesakkoord van de Tsjetsjeense president Aslan Maschadov en de Russische president Jeltsin probeerde stelde Basajev zich kandidaat bij de presidentsverkiezingen in het nu de facto onafhankelijke Tsjetsjenië. Hij verloor echter van de gematigde Maschadov, die de radicale en eigenzinnige krijgsheer (,,Rusland is het laatste imperium, gebouwd op bloed'') aan zich trachtte te binden door hem politieke functies aan te bieden. Zo was Basajev een tijdje premier en onderminister van Defensie. Maar in die functies hield de vechtjas het niet lang uit. Hij slaagde niet in zijn voornemen de georganiseerde misdaad – met ontvoering voor losgeld als belangrijkste component – de kop in te drukken en schaarde zich politiek steeds duidelijker aan de kant van de radicalen, die de onafhankelijkheid wilden formaliseren.

De machtsstrijd tussen Maschadov en de radicalen eindigde met het uitbreken van de tweede Tsjetsjeense oorlog in 1999. Aan die oorlog ging een dramatische inval van Tsjetsjeense rebellen in de buurrepubliek Dagestan vooraf. Leider van die rebellen was Basajev, in samenwerking met de van oorsprong Saoedische krijgsheer Amir bin Chattab – met Basajev en Salman Radoejev de meest beruchte krijgsheer aan Tsjetsjeense kant. Van dit drietal is alleen Basajev nog in leven: Radoejev werd in 2000 gepakt en in 2002 doodgeslagen in een Russische gevangenis, Chattab werd in april 2002 vergiftigd. Twee jaar geleden was het Basajev die de spectaculaire gijzeling van honderden Moskovieten in het theater Nord-Ost organiseerde – de gijzeling die in een drama veranderde toen de Russen haar met een zenuwgas wilden beëindigen.

Sinds de inval in Dagestan beschouwen de Russen Basajev – een kleine man met een zwarte baard en bruine ogen, een hoog voorhoofd en een zachte stem – als hun grootste vijand. Er staat een prijs van een miljoen dollar op zijn hoofd. Het dichtst bij Basajev kwamen ze toen ze in januari 2000 Grozny veroverden: Basajev stapte op een mijn en verloor een been.

Waarom de Russen menen dat Basajev ook de gijzeling in Beslan heeft georganiseerd, is niet hemelaal duidelijk. Maar volgens sommige Russische bronnen was de aanvoerder van de terroristen in Beslan Dokoe Oemarov, een van Basajevs commandanten. Hij zou de enige gijzelnemer zijn geweest die geen masker droeg. Een van de ontsnapte gijzelaars zou hem van foto's hebben herkend. Oemarov was de organisator van een grote groep Tsjetsjenen en Ingoesjeten die in juni in Ingoesjetië – buurrepubliek van Tsjetsjenië en Noord-Ossetië – de hoofdstad Nazran enige tijd bezette en er dood en verderf zaaide. Oemarov zou ook op 22 augustus de al even bloedige aanval op twee wijken van Grozny hebben uitgevoerd – 120 doden vielen daarbij.