`Niet alle kennis is nuttig'

De universiteiten moeten zich weer primair richten op onafhankelijk wetenschappelijk onderwijs en onderzoek. Stimulering van de kenniseconomie, onderlinge concurrentie en maatschappelijk nut van kennis zouden daaraan ondergeschikt moeten zijn.

Die relativerende boodschap klonk vandaag door in de meeste toespraken van universiteitsbestuurders, ter gelegenheid van de opening van het academisch jaar. De nuance is opvallend, omdat vorig jaar de meeste universiteiten nog de hoop uitspraken dat meer marktwerking en concurrentie de Nederlandse universiteiten bij de Europese top zouden brengen.

Collegevoorzitter W. Noomen van de Vrije Universiteit wees er in zijn toespraak op dat de samenleving ,,ruimte [moet] bieden aan instellingen waar mensen betaald worden om fouten te maken''. De vraag `wat koop ik ervoor' is volgens Noomen minder belangrijk dan het eigenlijke doel van het wetenschappelijk onderwijs: ,,academische vorming zonder winstoogmerk.'' Rector magnificus F. Zwarts van de Rijksuniversiteit Groningen vindt dat de productie van economisch nuttige kennis gecombineerd moet worden met de ,,vrijheid en onafhankelijkheid die kennisdragers tot intellectuelen maakt''.

Het kabinet heeft de stimulering van de kenniseconomie tot speerpunt van het hogeronderwijsbeleid verheven. Daarom is vorig jaar het Innovatieplatform opgericht, waarin overheid, bedrijfsleven en instellingen samenwerken om kennis beter te gelde te maken. De instroom van bèta- en techniekstudenten moet de komende jaren fors omhoog.

Staatssecretaris Van Gennip (Economische Zaken) zei vandaag op de TU Eindhoven dat zij met instellingen afspraken wil maken om ondernemerschap in het onderwijs op te nemen. Maar volgens collegevoorzitter H. van Oorschot van de Universiteit van Tilburg zijn niet de universiteiten, maar bedrijven er schuldig aan dat kennis te weinig wordt omgezet in innovaties en werkgelegenheid.

Achtergrond: pagina 3

Bolkestein: pagina 8