Ministers maken pijnlijke fouten in Brussel dwalen langs middeleeuws Holland en belanden zonder controles in `vuil' Limburg

Nederlandse dagen in het Europees Parlement afgelopen week in Brussel. Geen dag ging er voorbij of er waren wel één of meerdere Nederlandse ministers op bezoek bij een commissie uit het Europees Parlement. Brinkhorst, Van der Hoeven, De Geus, Donner, Remkes, Zalm, Peijs, Hoogervorst, Veerman, Van Ardenne, Bot; stuk voor stuk gaven ze met in hun kielzog een flink contingent ambtenaren acte de présence.

Eigenlijk was premier Jan Peter Balkenende één van de weinigen die niet even in Brussel langskwam. Maar goed, hij had de Europese volksvertegenwoordigers dan ook al in juli voor de voltallige vergadering in Straatsburg mogen toespreken.

En dat allemaal in het kader van het op 1 juli begonnen Nederlandse voorzitterschap van de Europese Unie, dat tot eind dit jaar duurt. Nadat Balkenende voor de zomer de grote lijnen van het werkprogramma had geschetst, was het afgelopen week de beurt aan de vakministers om tegenover de Europarlementariërs in de per beleidsterrein opgedeelde commissies nog wat dieper op de plannen in te gaan.

Weg uit de veilige vertrouwde omgeving van het Binnenhof naar een internationaal openbaar gremium, het heeft ook voor ministers toch altijd iets spannends. Een pijnlijke vergissing is immers snel gemaakt. Zo viel minister Remkes (Binnenlandse Zaken) dit voorjaar in Brussel op omdat hij het consequent over Europees commissaris Vitorini had, terwijl de man toch echt Vitorino heet. Dezelfde Remkes prees later het Britse voorzitterschap voor zijn inspanningen. Alleen werd de Europese Unie op dat moment door de Ieren geleid. Maar toegegeven, die spreken meestal ook Engels.

Minister Zalm (Financiën) ging in juli tijdens een persconferentie na afloop van een door hem geleide vergadering met zijn Europese collega-ministers tweemaal in de fout. Zo had hij het over Tsjechoslowakije, hoewel beide landen al weer ruim tien jaar van elkaar los zijn. Bij dezelfde gelegenheid haalde Zalm Zweden en Finland door elkaar. Europa blijft tot op het hoogste niveau ingewikkeld.

Politiek gesproken heeft geen van de Nederlandse ministers het vorige week werkelijk moeilijk gehad. De Europarlementariërs luisterden telkens braaf naar wat de ministers te vertellen hadden om vervolgens enkele aanvullende vragen te stellen. Aan de lengte van de inleidingen, hadden veel parlementariërs – vooral de niet-Nederlanders – wel even moeten wennen.

De in Den Haag bekende eigenschap van politici om liever een woord te veel dan een woord te weinig te spreken, was in Brussel volop aanwezig. Daarbij komt dat verhalen automatisch lang worden als ze – zoals het betoog van minister Donner van Justitie – beginnen bij het ontstaan van de Hollandse waterschappen in de twaalfde eeuw. Maar voor de tolken was het in elk geval weer eens wat anders dan het gebruikelijke eurojargon om de historie van de lage landen in de twintig talen van de Europese Unie te mogen vertalen.

Over talen gesproken: zo'n massale Nederlandse aanwezigheid is tegelijk een oefening in wie dan wel eigenlijk het knapste jongetje van de klas is. Ofwel: wie spreekt er zijn talen? De ministers konden gewoon in het Nederlands spreken conform het in Europa gekoesterde principe dat taal geen belemmering mag zijn voor iemand die zich in de Europese politiek beweegt. Voor alle Europese talen zijn tolken beschikbaar. Maar dat weerhield de ministers Brinkhorst, Zalm en Bot er niet van zich ook van het Engels (allen), Frans (Bot) en Duits (Brinkhorst) te bedienen. Opvallend was dat minister Donner zelfs bij vragen in het Italiaans zijn koptelefoon voor de vertaling niet opzette. ,,Hij gaat al jaren met vakantie naar Italië'', aldus de verklaring van één van zijn medewerkers.

Dezelfde Donner besteedde een flink deel van zijn ontmoeting met de parlementariërs aan de noodzaak van een Europese aanpak van terrorismebestrijding. Dat die zelfs op het laagste niveau per Europees land verschillend is ervoeren de journalisten die het afgelopen weekeinde in het Limburgse Valkenburg aanwezig waren bij de informele bijeenkomst van de 25 ministers van Buitenlandse Zaken van de Europese Unie. Er was wel heel veel politie op de been in het Geuldal, ook heel veel hekken, op explosieven getrainde speurhonden zelfs, maar er was heel weinig controle. De Europese correspondenten van kranten, televisie en radio zijn er inmiddels aan gewend geraakt bij elke gelegenheid met `hoogwaardigheidsbekleders' uitvoerig te worden gecontroleerd. Net als op luchthavens moeten zij en hun apparatuur minstens één keer door de scan. Niets van dat alles in Valkenburg. Wie een badge om had, kon ongestoord naar het perscentrum, dat in de taal van de veiligheidsfunctionarissen tot ,,vuil gebied'' was bestempeld.

Pas als de journalisten naar het naastgelegen terrein wilden waar de ministers hun bijeenkomst hielden moesten zij een uitvoerige controle ondergaan.

Maar waar het Nederlandse veiligheidsplan geen rekening mee had gehouden is dat bij dit soort gelegenheden de journalisten niet naar de politici komen, maar andersom: dat de politici naar het perscentrum gaan, naar de speciale persconferentieruimtes. Zodoende liepen de `potentiële doelen' vogelvrij regelmatig in het `vuile gebied' en was de beveiliging in één klap een farce geworden.

Ook een dag later, nadat de beveiliging door enkelen op het lek was geattendeerd, bleef de situatie ongewijzigd. Maar de Limburgse politie had toen ook wel andere dingen aan het hoofd. Die was massaal bekeuringen aan het uitdelen aan journalisten die hun auto's verkeerd hadden geparkeerd.

De Tweede Kamer behandelt deze week een initiatiefwetsvoorstel van Kamerlid Halsema (GroenLinks) om toetsing van wetten aan de grondwet door rechters mogelijk te maken. Verder debatteert de Kamer over het intrekken van de remigratiewet, rond het debat over toelating zorginstellingen af, en bespreekt wetswijzigingen, omtrent het toezicht op beleggingsinstellingen en het niet nakomen van een belofte van getuigenverklaring. Verder is er een interpellatiedebat over het achterlaten van vrouwen en kinderen in Marokko. De tijdelijke Kamercommissie Infrastructuur projecten zet haar verhoren voort.

De Europese ministers van Landbouw zijn tot woensdag bijeen in Nederland voor een informele raad onder voorzitterschap van minister Veerman. Premier Balkenende opent morgen de conferentie `The politics of European Values?', waarmee het kabinet een debat over Europese waarden op gang wil brengen.

    • Mark Kranenburg