Meneer Wilkes

Daar. Dat ronde tafeltje bij de muurschildering met die vliegers in de lucht. Daar was zijn vaste plek. De bedrijfsleider van het Milanese restaurant Bagutta kent Faas Wilkes van zijn bezoeken aan het restaurant. ,,De laatste keer hier, een paar jaar geleden, liep hij een beetje moeilijk'', herinnert hij zich nog.

De ober komt er nu ook bij staan. Hij stelt zich na het horen van het toverwoord `Wilkes' netjes voor. Gianpietro Castrini laat het werk even het werk. De voetballer is van vóór zijn tijd, maar hij weet van zijn uitzonderlijke kwaliteiten. Wilkes is in Milaan een `meneer'. Hij at hier vaak toen hij bij Inter voetbalde. De baas weet nog te melden dat Wilkes op dinsdag altijd torta limone als toetje at. En woensdag kwam hij met zijn vrouw langs voor de ossobuco.

Het is een warme vrijdagavond in Milaan. Een sms herinnert me aan de oefenwedstrijd van Nederland tegen Liechtenstein. De boodschap: 3-0, slechte wedstrijd. De vuurproef tegen Tsjechië komt vroeg en snel. Nederland maakt zich zorgen om de hamstring van Castelen, een lichaamsdeel dat in het tijdperk Wilkes nog niet ontdekt was.

Ober Castrini (57) zet een fles grappa op tafel en begint over Milanese voetballers die hier ooit aten, roodzwarten en blauwzwarten door elkaar. Wilkes dus, maar ook Costacurta, Baresi, Maldini, Rijkaard, Gullit en Van Basten. Bergkamp en Jonk had hij nooit gezien. ,,Van Basten is jullie coach nu, hè? Hij is de grootste. Maradona was de beste voetballer aller tijden, maar Van Basten de grootste. Omdat hij op het veld geweldig was en daarbuiten een gewone jongen bleef. Zo'n goede speler moet bij jullie toch een streepje voor hebben.''

Dagelijkse verering is noodzaak in Italië. Voor Maria Magdalena, Riva en Rivera, Padre Pio en Van Basten wordt iedere dag nog diep gebogen en gepreveld. De voetbalplaatjes van Van Basten liggen bovenop in de verzamelmappen op de rommelmarkt achter de dom. Wilkes vind ik terug in een beduimelde Lo Sport Illustrato van 18 januari 1951. Inter is winterkampioen, het speelt met 2-2 gelijk tegen Genua. In de bijschriften bewierookt het blad de voetballer om zijn onnavolgbare slalom.

Na de grappa komt de limoncello. De ober trekt zijn schort af en vertrekt. De fles mag leeg. De naam Wilkes doet wonderen. ,,Doe hem de groeten van ons hier, van Bagutta.''

Als ik zondagavond thuiskom, zoek ik de inmiddels tachtigjarige Wilkes in het telefoonboek op. Hij staat er gewoon in. Eén van de grootste voetballers aller tijden doet niet aan geheime nummers. Ik krijg zijn vrouw die de mooie voornaam door het huis roept.

Een frisse, vrolijke entree: ,,Met Wilkes.''

Ik geef de groeten door namens het personeel van Bagutta.

,,Leuk. De Bagutta is een heerlijk restaurant. Tussen de middag at ik daar vaak met mijn vrouw. Ik zat niet bij die vliegers aan de muur, nee, ik zat vaak in de buurt van de achteruitgang. Wij waren altijd gek van Italiaans eten. Was er een ober die mij nog kende? Dat moet dan een hele ouwe vent zijn geweest, ha ha.''

Kwam meneer Wilkes inderdaad dinsdag voor citroentaart en woensdag voor ossobuco?

,,Torta wat? Torta limone? Wat is dat? O, citroentaart. Jongen, het is vijftig jaar geleden, hoe moet ik nu nog weten wat ik toen op dinsdag at. En ossobuco op woensdag. Nou, je weet een hoop van me.''

Hij heeft de wedstrijd tegen Liechtenstein op tv gezien. ,,Had ik maar niet gekeken. Het was niks. Nederland hoefde niet en Liechtenstein kan niet voetballen. Maar wel goed dat Van Basten aanvallend wil spelen, daar ben ik altijd voor. Ook tegen de Tsjechen. Nu ga ik ophangen. Dahag.''

Dag, meneer Wilkes.

    • Wilfried de Jong