Mariss Jansons glorieert

Mariss Jansons trad zaterdagavond in het Amsterdamse Concertgebouw voor het eerst op als chef-dirigent van het Koninklijk Concertgebouworkest. Maar dat feestelijke en door het publiek (waaronder de prinsessen Irene en Margriet en andere familieleden) luid toegejuichte begin van zijn nieuwe functie bracht zuiver muzikaal gezien nauwelijks een verrassing. Jansons dirigeerde het Concertgebouworkest al veertig keer eerder en altijd met veel succes. Zijn eerste optreden als gastdirigent in Amsterdam was in oktober 1988, vlak na het aantreden van Riccardo Chailly, die hij nu als de zesde chef-dirigent van het Koninklijk Concertgebouworkest opvolgt.

Niet alleen bij de musici van het Koninklijk Concertgebouworkest was Jansons hier al jaren geliefd, ook het publiek herkende zijn wereldklasse. In 1997 moest voor de enthousiaste Amsterdamse muziekliefhebbers zelfs een extra concert worden ingelast, waarbij op het podium nog stoelen werden bijgezet. Voor de pauze dirigeerde Jansons toen de Derde symfonie van Honegger, zaterdag en vanavond opnieuw op het programma. Vervolgens leidde hij een magistrale uitvoering van Dvoráks Negende symfonie `Uit de Nieuwe Wereld'. De opname van een vorig jaar gespeelde herhaling daarvan werd zaterdag als eerste cd uitgebracht op het nieuwe platenlabel van het Concertgebouworkest.

Jansons' eerste concert als chef eindigde zaterdag met Strauss' Ein Heldenleben, door Richard Strauss in 1899 opgedragen aan het orkest en de toenmalige chef Willem Mengelberg. Jansons, die het stuk bij het 100-jarig jubileum daarvan in 1999 ook al in Amsterdam dirigeerde, bracht daarmee een saluut aan de vroege historie van het orkest, dat zich ook met nieuw repertoire snel internationale faam verwierf. Zo bleek Jansons op de dag van zijn aantreden zelf al heel wat eigen traditie te hebben geschapen bij het Concertgebouworkest.

Al is Jansons – anders dan Chailly – geen voorman van nieuwe muziek, hij kent wel de actuele betekenis van oudere muziek, zo bleek zaterdagmiddag op een bijeenkomst met de internationale muziekpers. Zo kort na de schokkende gijzelingstragedie in Rusland was behalve de symfonie van Honegger zelfs Strauss' Ein Heldenleben met het deel `Des Helden Friedenswerke' te beluisteren als een pleidooi voor vrede.

Honeggers `Symphonie liturgique' (1945-'46) is een driedelige symfonie over oorlog en vrede, het Franse antwoord op Sjostakovitsj. Het Dies irae schetst dreiging en apocalyptische oorlog als de hel op aarde. De profundis clamavi – de titel is ontleend aan psalm 130 – een weemoedig klagende aanroep vanuit de diepten. En Dona nobis pacem – geef ons vrede – is een extreme bezwering, plotseling overgaand in een serene vrede – paradijselijke, hemelse vrede. Net als in 1997 klonk deze muziek met intense spanning als een sterk gevoeld persoonlijk statement.

Ook in de grootse en briljante uitvoering van Ein Heldenleben bleek opnieuw Jansons' enorme présence. Hij heeft een feilloos gevoel voor detaillering van Strauss' zwoele en weelderig verzadigde klankgolven, die ondanks de vaak voortvarende en onstuimige tempi toch sprankelend en transparant bleven.

Jansons kan daar voortbouwen op wat de perfectionistische Chailly bij het orkest in technisch opzicht heeft bereikt. Concertmeester Alexander Kerr excelleerde, net als in 1999, in zijn uitvoerige soli in `Des Helden Gefährtin', waarmee Strauss een half vioolconcert inbouwde in zijn `Tondichtung für grosses Orchester'.

Een toegift, een deel uit Strauss' suite uit Der Rosenkavalier, speelt het Concertgebouworkest in eigen huis slechts bij zeer bijzondere gelegenheden, maar dit was er zeker een. De gelukzalige en etherische passage met de presentatie van de roos klonk hier als de orkestrale aanbieding van Jansons' Amsterdamse dirigeerstokje.

Concert: Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons. Programma: A. Honegger: Symfonie nr 3; R. Strauss: Ein Heldenleben. gehoord: 4/9 Concertgebouw Amsterdam. Herh.: 6/9; 17/9 (alleen Honegger). Tv: 10/9 20.55 uur AVRO Ned. 1 (alleen Ein Heldenleben).

    • Kasper Jansen