Lee Konitz kon weer schitteren

De laatste keer dat saxofonist Lee Konitz onder een baas speelde is een halve eeuw geleden. Op 1 maart 1954 nam hij in de Capitol Studio's in Los Angeles afscheid van de big band van Stan Kenton met vier stukken waarin hijzelf de enige solist was.

Dat Henk Meutgeert zondag in het Amsterdamse BIMhuis aan dit feit refereerde, was geen toeval omdat zijn Jazz Orchestra of the Concertgebouw hetzelfde deed als Kentons band destijds: het creëren van een degelijk kader waarin Konitz naar hartelust kon schitteren.

Dat de altist in de tussenliggende vijftig jaar ook heel andere dingen heeft gedaan, tot zelfs bijna atonale solo-concerten, werd even vergeten. Dat kon ook gemakkelijk omdat Konitz na zulke omzwervingen altijd weer terugkwam bij de deunen uit zijn jeugd: van Indiana tot These Foolish Things. Wel waren die vaak zó ingrijpend verbouwd dat je ze moeilijk kon herkennen.

Ook in het BIMhuis was dat laatste aan de hand. Het als Spontaneous-Lee aangekondigde stuk rust op de fundamenten van de standard What is this Thing called Love? Maar de herkenning viel niet mee omdat ook Dizzy Gillespie's variant Hot House er doorheen werd gevlochten.

Dat het soleren bij Konitz niet meer vanzelf gaat, bleek behalve uit zijn verhitte gezicht uit zijn minder vloeiende lijnen en het feit dat hij lager speelt dan vroeger.

Doordat ook het Jazz Orchestra of the Concertgebouw nog niet de scherpte heeft van vóór de zomervakantie viel het gelukkig niet zo op. Pas in Cherokee Sketches, een aantal parafrases op het roemruchte thema van Ray Noble, zaten de band en de solist helemaal op dezelfde lijn en speelde Lee Konitz enkele verbazend rake flageoletten.

Was het een kwestie van wennen aan elkaar: een door de wol geverfde solist en een bende jonge honden? Of lag het wellicht aan het feit dat vele musici op het podium weten dat de geniale Charlie Parker (1920-'55) destijds uitgerekend in Cherokee ontdekte dat je door het spelen van verrijkte accoorden van iets ouds iets nieuws kon maken?

Wat gisteravond in het BIMhuis in elk geval bleek is dat de `uitgemolken' standards uit de vorige eeuw een brug tussen jazzgeneraties kunnen slaan. Lee Konitz wordt binnenkort 77, de leden van het Jazz Orchestra of the Concertgebouw zijn gemiddeld half zo oud.

Concert: Lee Konitz, altsaxofoon, met het Jazz Orchestra of the Concertgebouw o.l.v. Henk Meutgeert. Gehoord: 5/9 BIMhuis, Amsterdam.

    • Frans van Leeuwen