Hij had altijd gelijk

In het verleden deden ze de dingen anders, maar ook wijzelf deden in het verleden de dingen anders. We droegen raar haar en gekke schoenen, we geloofden in brillen waar we nu niet dood mee gevonden willen worden, en we aten vleesfondue met een saus van mayonaise en poeder uit een pakje fiëstasaus. Onze huizen waren bijzonder onaantrekkelijk ingericht, onze kranten zagen er niet uit en de televisie was een lachertje. Liedjes van vroeger! Zo lief!

Allemaal valse vertedering natuurlijk, dat doen alsof we een soort vermakelijke idioten waren – waarbij de implicatie altijd is dat we er enorm op vooruit gegaan zijn in onze smaak. Het was helemaal niet allemaal zo onschuldig, wat we toen deden en vonden. Het is soms nogal gênant om terug te zien wat je misschien wel met verve hebt verdedigd.

Onlangs drukte Trouw een gedeelte af van een twistgesprek tussen W.F.Hermans en Harry Mulisch, dat beide schrijvers onder toeziend oog van HP-magazine hielden in 1969. Het was een verbluffend gesprek, dat in zijn geheel staat afgedrukt in Hermans' Scheppend nihilisme.

Hermans beweert erin dat hij helemaal niet gelooft in maatschappelijke veranderingen die worden veroorzaakt door ,,de manier waarop mensen met elkaar samenleven'', maar door ,,heel grof gezegd (...) het doen van nieuwe uitvindingen''. Mulisch valt bijna van zijn stoel: ,,Maar welke maatstaf leg je nu aan?'' en vindt de Franse revolutie veel belangrijker dan de industriële revolutie.

Hermans heeft natuurlijk gelijk – grote veranderingen zijn veroorzaakt door elektriciteit, stromend water in huis, de pil, auto's, penicilline, de computer enzovoort, en natuurlijk door toenemende welvaart, wat niet wil zeggen dat een dictator met ideeën niet ook veel veranderingen aan kan richten, maar dat is toch van een andere aard. Voor Mulisch was dat dus helemaal niet zo. Waar Hermans zich vooral een tegenstander betoont van `verspilling' van mensen, materiaal en energie ( ,,Ik ben een fervent tegenstander van vernietiging van wat dan ook''), vindt Mulisch `rechtvaardigheid' het allerbelangrijkste en roept uit: ,,Zolang er vijftig mensen zijn die heel rijk zijn en tweeduizend die vrij arm zijn, dan liever allemaal héél arm!'' Tja, daarvan val je nu als lezer steil achterover – maar toen waarschijnlijk niet. Toen we nog allemaal dat rare haar hadden en die vreemde brillen, toen vonden we misschien ook wel wat Mulisch daar zegt en misschien vonden we het tien jaar later nog steeds. Angstaanjagende gedachte. Hoe ideologieën het gezonde verstand kunnen benevelen – althans het gezonde verstand van sommigen. Hermans had er helemaal geen last van dat hij niet meer gewoon kon nadenken omdat hij ineens met een vlag wilde zwaaien en een revolutionair lied wilde schrijven. Hij wilde helemaal geen lied schrijven, hij wilde een nieuw boek schrijven waarin hij opnieuw zou laten zien hoe gruwelijk de wereld eigenlijk is.

Het is helaas ook niet zo dat er alleen maar vroeger ideologische overtuigingen bestonden die je nu niet anders dan met ontzetting kunt lezen. Sommige van die overtuigingen bestaan nog steeds. Het idee dat iedereen moet gaan studeren bijvoorbeeld – iets waar Hermans helemaal niet voor was. De praktijk dat vooral degenen die het konden betalen naar de universiteit gingen was een onrechtvaardige en onwenselijke, waarbij talent genegeerd of gefnuikt werd. Maar de gedachte dat iedereen door een opleiding gejaagd moet worden, hoe weinig hij of zij er ook van terecht brengt, is ook onwenselijk.

Vandaag de dag geloven we niet meer dat iedereen omwille van de rechtvaardigheid het beste arm kan zijn, maar nu zijn we gaan geloven dat er niets belangrijkers bestaat dan concurrentie en dientengevolge dan kijkcijfers: hoe meer mensen iets goed vinden, hoe beter het als vanzelf is. Een boek is goed als het goed verkoopt, een televisieprogramma is niet de moeite van het uitzenden waard als er geen miljoen mensen naar kijken, en een universiteit is het beste als de meeste studenten er af willen studeren. Elke afgestudeerde student levert een universiteit geld op.

Maar nu wil staatssecretaris Rutte het nóg weer concurrerender las ik: studenten moeten zich per half jaar in kunnen schrijven zodat ze ook per half jaar van studie en universiteit kunnen veranderen: ,,voor instellingen vormt het een prikkel om studenten die ergens anders studeren hoogwaardig en concurrerend onderwijs aan te bieden.'' Elkaars studenten wegkapen! Geweldig idee. Hoe gaan we dat doen? Niet alleen met concurrerend onderwijs natuurlijk – ik las op de website van de VU dat studenten die daar voor het eerst een bachelor gaan volgen €250 korting krijgen op een VU-notebook, gaan ze aardwetenschappen of biologie aan de Vrije Universiteit studeren dan komt daar nog eens een korting van €100 bovenop. Daar is men op de goede weg.

Hoe geweldig dat concurrerende onderwijs precies wordt als onderwijsinstellingen nooit weten op hoeveel en wat voor studenten ze kunnen rekenen en er geen enkele langetermijnplanning meer te maken valt, ook inhoudelijk niet, daarover breekt de staatssecretaris zich het hoofd niet. ,,Optimale keuzevrijheid'' klinkt het zonnig.

Gek dat dat pessimisme van Hermans, waar ik nooit zo van hield, steeds aansprekelijker wordt. Zou iedereen vanzelf in een zure rechtse mopperaar veranderen? Of had Hermans gewoon, precies zoals hij zei, altijd gelijk, en zie ik dat een beetje laat? En ik niet alleen – andere lezers van het interview hoorde ik ook verbaasd vaststellen dat Hermans het bij het rechte eind had.

Ik las laatst een gedicht van Lennart Sjögren, dat me even enorm opkikkerde: ,,Het is niet de zeis die het gras snijdt/ het is het gras dat ten leste/ de zeis versnijdt tot een dunne staalloze kling/ daarna slaapt zij/ tot roest verdoofd/ gras overwoekerd.'' Maar wie is het gras en wie de zeis, die vraag kun je je stellen. Bovendien blijft er niet alleen altijd gras, er blijven ook altijd zeisen. Verder is het zoals Hermans beweert: je kunt de wereld niet veranderen, ,,de wereld verandert, zonder dat iemand precies weet hoe, of waardoor.'' Toch blijven we allemaal lekker allerlei dingen vinden en ons opwinden. Wat moet een mens anders? We noemen het leven.

    • Marjoleine de Vos