EU raakt gevoelige snaar

De woedende reactie van Moskou op de verklaring van de EU maakte nog eens duidelijk hoe uitermate gevoelig de kwestie-Tsjetsjenië in Rusland ligt.

,,Onbeschoft, lasterlijk en ongepast.'' Op een weinig met diplomatie te maken hebbende wijze reageerde de Russische minister van Buitenlandse Zaken Sergej Lavrov afgelopen zaterdag op de verklaring die zijn Nederlandse ambtgenoot Bot eerder namens de Europese Unie had uitgegeven naar aanleiding van de dramatische afloop van het gijzelingsdrama in Noord-Ossetië.

De Russen waren woedend dat de Unie opheldering van de Russische autoriteiten wilde hebben over hoe de ,,tragedie'' had kunnen gebeuren. Volgens Lavrov was de verklaring van Bot in ,,absolute tegenstelling'' met de brede internationale steun en solidariteit die elders was geuit.

De vraag is: hadden de Russen de verklaring van de Europese Unie verkeerd gelezen, of wilden ze haar verkeerd lezen. Minister Bot suggereerde zaterdag het laatste toen hij in een reactie op zijn beurt aan het adres van Moskou stelde dat zijn woorden ,,bewust of onbewust verkeerd'' waren gelezen.

Wat de affaire in elk geval wel nog eens haarscherp heeft duidelijk gemaakt is dat elke uitspraak van de EU die maar iets van doen heeft met Tsjetsjenië in Rusland uitermate gevoelig ligt. Dat heeft te maken met de aanhoudende kritiek vanuit Europa op het Russische optreden in de opstandige republiek. Terwijl de Russen hun strijd daar louter beschouwd willen zien als een strijd tegen het internationaal terrorisme, vraagt de EU constant aandacht voor het respecteren van de mensenrechten.

Dat heeft al diverse keren tot botsingen geleid tussen Moskou en Brussel. Zo kon dit voorjaar een nieuw handelsakkoord tussen Rusland en de Unie – noodzakelijk vanwege de uitbreiding van de EU met een groot aantal voormalige Oostbloklanden – maar heel moeilijk tot stand komen omdat van de zijde van Europa telkens ook weer de mensenrechten in Tsjetsjenië werden opgevoerd.

Na het drama in Beslan is het voor de Russen eenvoudiger in de internationale publieke opinie het beeld te vestigen dat de onafhankelijkheidsstrijd in Tsjetsjenië synoniem is aan internationaal terrorisme. Daarbij passen dan geen verklaringen uit Europa waarin om opheldering van de Russische rol wordt gevraagd.

Nog vorige week leverde Europees Commissaris Chris Patten (Buitenlandse Beleid) kritiek op de presidentsverkiezingen in de republiek waar kansrijke kandidaten van deelname waren uitgesloten. Er werd toen bij Rusland op aangedrongen zo snel mogelijk ,,eerlijke'' parlementsverkiezingen te houden.

Maar ook binnen de zich vooral met mensenrechten bezighoudende Raad van Europa waar Rusland zelf deel van uitmaakt, is de kwestie-Tsjetsjenië een telkens terugkerend onderwerp. In verband met zijn optreden in de deelrepubliek is Rusland enige tijd het stemrecht in de Raad ontnomen geweest. De meerderheid van de Tweede Kamer vond in 2000 dat Rusland zelfs als lid van de Raad moest worden geschorst. In die opvatting stond Nederland toen binnen de Europese Unie alleen. Maar wellicht verklaart dit ook de alertheid in Moskou als Nederlanders, zoals minister Bot het afgelopen weekeinde, zich uitlaten over Tsjetsjenië.

    • Mark Kranenburg