EU is niet slechter af met Turkije erbij

Als de EU meent dat Turkije aan de criteria voor toetreding heeft voldaan, moet zij besluiten dat begin 2005 de onderhandelingen zullen worden geopend, vinden Martti Ahtisaari en Albert Rohan.

Meer dan veertig jaar geleden heeft Turkije een aanvraag ingediend om geassocieerd lid te mogen worden van de Europese Economische Gemeenschap. Bij de Associatie-overeenkomst van 1963 is een speciale relatie ingesteld, die is uitgemond in de douane-unie van 1996. Al die jaren hebben Europese regeringen steeds weer bevestigd dat Turkije in aanmerking komt voor volwaardig lidmaatschap, mits het voldoet aan de daarvoor geldende voorwaarden.

Nadat Turkije in 1999 formeel als kandidaat-lid was erkend, heeft het zich in ongekende mate ingespannen voor hervormingen op het gebied van de mensenrechten en de minderhedenrechten, waaronder afschaffing van de doodsstraf, waarborgen tegen foltering, bevordering van godsdienstvrijheid, gelijke rechten voor vrouw en man, en inperking van de rol van de strijdkrachten in het politieke leven. Als de EU meent dat aan de criteria voor toetreding is voldaan, moet zij besluiten dat begin 2005 de onderhandelingen zullen worden geopend. Laat de EU dat na, dan zou zij politieke toezeggingen verzaken en daarmee haar geloofwaardigheid in de wereld ernstig schaden.

Desalniettemin wordt de toetreding van Turkije tot de EU in grote delen van Europa met scepsis bezien wegens de grootte van het land, zijn betrekkelijk zwakke economie, de vrees voor massale immigratie en bovenal de culturele en sociale verschillen – een eufemisme voor de islam. Het zou dwaas zijn om te ontkennen dat sommige van deze factoren aanzienlijke problemen vormen. Wel worden ze veelal overdreven en zijn ze zeker niet onoverkomelijk. De onderhandelingen met Turkije zouden lang duren en de toetreding zal misschien niet plaatsvinden voor 2015. Zo'n periode zou zowel Turkije als de Unie de gelegenheid bieden om het eens te worden.

Met zijn tachtig miljoen inwoners zou Turkije een van de grootste landen van de EU worden. Maar de grootte van een land speelt in de besluitvorming van de EU maar een beperkte rol, omdat politieke invloed in de Unie meer afhangt van economische macht. Daar komt bij dat Turkije al tientallen jaren een betrouwbaar lid is van tal van Europese instellingen, en er geen reden is om aan te nemen dat het zich binnen de EU anders zal gedragen.

Gezien zijn zwakke economie zou Turkije zeker in aanmerking komen voor aanzienlijke EU-steun. De omvang van de bedragen zou echter afhangen van het financiële beleid van de EU ten tijde van de toetreding, van het resultaat van de toetredingsbesprekingen en van de economische ontwikkelingen in Turkije. In elk geval zal de regel dat de EU zijn budget aan een maximum bindt, voorkomen dat de kosten van de toetreding van Turkije uit de hand lopen.

Ook de immigratie behoeft geen reden tot zorg te zijn. Migratiestromen hebben hun beperkingen, en Turkse arbeiders zouden zich waarschijnlijk pas na een lange overgangsperiode vrijelijk binnen de EU mogen bewegen, misschien pas in 2025. Gezien de te verwachten opbloei van de Turkse economie en het dalende geboortecijfer in dat land vallen volgens experts tegen die tijd ongeveer 2,7 miljoen immigranten te verwachten.

Intussen zal door het slinken en vergrijzen van de bevolking in een groot deel van Europa immigratie noodzakelijk zijn geworden. Van de landen die vermoedelijk immigranten aan de EU zullen leveren, biedt Turkije de beste vooruitzichten voor een geslaagde aanpassing.

Het feit dat de inwoners van Turkije moslims zijn roept de sterkste emoties op. Velen menen dat Turkije gewoon niet past in een Europese samenleving die is gebaseerd op christelijke tradities en cultuur. Men vreest ook dat orthodoxe moslims Turkije ooit tot een fundamentalistische staat zouden kunnen maken. Hoe onwaarschijnlijk dat in het licht van Turkijes diepgewortelde secularisme ook is, het gevaar valt niet voor honderd procent uit te sluiten. Maar hetzelfde geldt voor iedere andere democratie, waar radicale groepen eveneens het democratische proces voor hun doeleinden zouden kunnen misbruiken.

De beste bescherming tegen dergelijk onheil is uiteraard het versterken van het Turkse democratische bestel, en dat kan het beste worden gerealiseerd door dit hecht te verankeren in een blok van vergelijkbaar democratische landen. De EU zal moeten beslissen of zij een gesloten `christelijke club' wil zijn of een open, kosmopolitische samenleving, die kracht put uit haar culturele en religieuze verscheidenheid. De toetreding van Turkije tot de Unie zou een krachtig antwoord zijn, een antwoord dat vooral in de islamitische wereld zeer duidelijk zou worden gehoord.

Doordat steeds weer argumenten tegen de toetreding van Turkije tot de EU moeten worden weerlegd, komen de voordelen van die toetreding maar zelden aan bod: allereerst Turkijes unieke geopolitieke situatie op het kruispunt van de Balkan, de zuidelijke Kaukasus, Centraal-Azië en het Midden-Oosten – allemaal regio's die van levensbelang zijn voor de veiligheid van Europa. Voorts zijn rol als belangrijk doorvoerland voor energieleverantie, zijn militaire potentie in een tijd waarin de EU haar nieuwe Europese Defensiebeleid uitwerkt, en het geweldige potentieel van de Turkse economie, met haar jonge, dynamische werkende bevolking.

Tegelijkertijd dient rekening te worden gehouden met de gevaren van een afwijzing van Turkije: naar alle waarschijnlijkheid zou dan het hervormingsproces stuklopen en zouden radicale elementen hun kans krijgen, met als gevolg instabiliteit en politieke onrust vlak voor de deur van de EU.

Het lidmaatschap van Turkije biedt zowel kansen als problemen, maar per saldo wegen de voordelen veel zwaarder dan de risico's.

Martti Ahtisaari is oud-president van Finland en is voorzitter van de Onafhankelijke Commissie voor Turkije. Albert Rohan is rapporteur van de Onafhankelijke Commissie voor Turkije.

© Project Syndicate