Dresden Dolls

Aanstellerij, dat is de allereerste indruk bij vluchtige beluistering van The Dresden Dolls. Dat het duo uit Boston op dit titelloze debuut naar eigen zeggen `Brechtiaans punkcabaret' maakt, is niet direct een overtuigend argument voor het tegendeel, dat ze bij voorkeur opgetreden met witgeschminkte gezichten evenmin. Toch raken zangeres, pianiste en songschrijfster Amanda Palmer en drummer Brian Viglione gevoelige snaren als ze heen en weer laveren tussen sober opgezette liedjes en bijna totalitaire waanzin. Hun muziek ademt in de verte inderdaad de sfeer van het Berlijnse cabaret van voor Hitler, maar in Palmers gedreven voordracht zijn ook mensen als Patti Smith en PJ Harvey niet al te ver weg.

Zelfs de gestileerde decadentie van Marc Almond doet zijn invloed gelden in Palmers liedjes, die behoorlijk getormenteerd uit kunnen schieten. Strijkers en gitaren wringen zich soms tussen Palmers hoekige piano en Vigliones hakkende drums, maar meestal blijken die twee instrumenten genoeg voor een eigenzinnige begeleiding. Prachtliedjes als Half Jack getuigen van het theatrale talent van The Dresden Dolls en dan stoort die aanstellerigheid ineens helemaal niet meer.

The Dresden Dolls (8Ft, distr. CNR)

    • Jacob Haagsma