Chaos aidsremmers dupeert Swazi's

Swaziland is harder dan enig ander land getroffen door aids. Duizenden Swazi's hebben aidsremmers nodig. De enige aidsdokter in de hoofdstad kan het werk niet aan.

Gesmeekt hebben de aidsactivisten, artsen en buitenlandse hulpverleners om medicijnen voor de hiv-positieve bewoners van Swaziland. Met bijna veertig procent van de bevolking tussen vijftien en 49 jaar besmet met het dodelijke virus, geldt het koninkrijkje als ground zero in de oorlog tegen aids. Tot vorig jaar december vond de roep om aidsremmende medicijnen geen gehoor bij de regering van Swaziland. Toen ging de regering radicaal om, mede omdat Zuid-Afrika intussen tot het massaal verstrekken van aidsremmers besloten had.

En nu, na tien maanden? ,,Pfff'', hijgt dokter Malihane in de aidskliniek van het staatsziekenhuis in de hoofdstad Mbabane. Voor de deur slingert een lange rij patiënten over de binnenplaats naar buiten. Bijna vierduizend Swazi's zijn inmiddels aan de medicijnen, van de 25.000 die ze nodig hebben. Malihane maakt overuren. Als de enige aidsdokter in de hoofdstad moet ze gemiddeld 200 patiënten per dag zien om niet achterop te raken. ,,We houden dit niet vol'', zegt ze.

Drie miljoen hiv-geïnfecteerde patiënten wil de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) tegen 2005 dagelijks voorzien van aidsremmende medicijnen. Brandhaard Swaziland laat zien dat de introductie van aidsremmers in praktijk tot chaos leidt. Volgens de richtlijnen van de WHO moet het bloed van iedere patiënt die aan de aidsremmende therapie is begonnen, binnen twee weken worden getest om te zien of de kuur aanslaat. De vijf doktoren in Swaziland die zich met de verstrekking van de medicijnen bemoeien, vragen hun patiënten om twee weken langer thuis te blijven. Voor meer zorg is nu geen tijd.

Thandi Mkhumane kreeg de medicijnen in maart verstrekt. Volgens de doktersbriefjes die ze bij zich draagt, heeft ze sindsdien slechts tweemaal het ziekenhuis bezocht. Internationale richtlijnen adviseren dat een patiënt in die periode ten minste twee keer zo vaak bloed laat prikken. Maar meer geld voor de drie uur durende taxiritten van haar dorp naar de grote stad had Mkumane niet. ,,De medicijnen maakten me misselijk en duizelig'', vertelt ze. ,,Dan stopte ik een paar dagen, tot ik me beter voelde.''

Volgens Sempiwe Hlope van de actiegroep Swazi's for Positive Living leidt de tijdnood in de ziekenhuizen tot levensgevaarlijke taferelen op het platteland. ,,Een patiënt die met de medicijnen stopt, ook al is het maar voor even, tekent zijn eigen doodsakte. De dokter zou dat iedere patiënt duidelijk moeten inpeperen. Maar het gebeurt niet, er is geen tijd.'' Hlope, zelf besmet, was jarenlang een vurig pleitbezorgster voor de verstrekking van aidsremmers. Nu heeft ze twijfels.

Aids heeft Swaziland harder getroffen dan ieder ander land ter wereld. Nergens ter wereld is zo'n groot deel van de bevolking besmet. De levensverwachting voor mannen is hier minder dan veertig jaar. Het land heeft 60.000 aidswezen, en dat aantal zal tegen het jaar 2010 verdubbelen.

Terwijl koning Mswati III aids een nationale ramp heeft verklaard, raakt het medisch personeel dat de epidemie moet bestrijden, steeds verder uitgedund. Swaziland heeft 160 doktoren op een bevolking van één miljoen. De afgelopen twee jaar vertrok bijna vijftien procent van het medisch personeel, gelokt door de hogere salarissen in Zuid-Afrika, en vooral Europa.

De hoogste vertegenwoordiger van een grote internationale hulporganisatie waarschuwt dat in Swaziland ,,de dijken op het punt staan door te breken''. Hij wil anoniem blijven om de werkrelatie met de leiding in het koninkrijk niet te verstoren. ,,Binnen twee jaar zal Swaziland tenminste twintigduizend patiënten hebben wier leven van aidsremmende medicijnen afhangt. Dat programma kan niet leunen op die ene dokter in het ziekenhuis in de hoofdstad. Dit is een onmogelijke situatie.''

Hoofdverantwoordelijke voor de rekrutering van nieuw medische personeel is het ministerie van Gezondheid. Het departement ontsloeg het afgelopen jaar elf Egyptische artsen, omdat ze `incompetent' zouden zijn. Ze werden niet vervangen. Staatssecretaris Munto Metunga neemt de telefoon op bij het ministerie. ,,Er zijn aanloopproblemen bij de verstrekking van de aidsremmende medicijnen'', geeft ze toe. Vooral door personeelsgebrek. Hoeveel artsen Swazliand op dit moment tekort komt, weet volgens de staatssecretaris alleen de directeur-generaal op het ministerie. En die is het land uit, voor weer een internationale conferentie.

De regering gaf de afgelopen twee jaar bijna 15 miljoen dollar uit aan het opzetten van het staatsbedrijf Nercha. Dat is meer dan de helft van het bedrag (29 miljoen dollar) dat Swaziland vorig jaar van het Mondiale Aids Fonds kreeg. In een van de best uitgeruste kantoorpanden van de hoofdstad werken twintig mensen op de nieuwste laptops aan brochures, onderwijsplannen en advertentiecampagnes die het bewustzijn over aids in het land moeten vergroten. ,,We runnen Nercha als een winkel'', zegt directeur Derek von Wissell. ,,Efficiënt en transparant.''

Maar volgens de vertegenwoordiger van de Wereldgezondheidsorganisatie David Okello had de regering het geld beter kunnen besteden. Hij wijst op de afgebladderde verf en de gesneuvelde ramen van het staatsziekenhuis. Patiënten slapen er op de harde grond en onder de overvolle bedden. ,,Aids volgt de marktprincipes niet. De bestrijding is geen kwestie van adverteren, zoals Nercha denkt. Er is grondige medische kennis voor nodig.''

De Wereldgezondheidsorganisatie traint nu verpleegsters en voedvrouwen om de overwerkte doktoren in Swaziland te ontlasten. ,,Dit programma hoeft niet alleen van doktoren af te hangen'', zegt Okello. Hij heeft ook de hulp van het Wereldvoedselprogramma ingeroepen die over twee maanden voedselpakketten gaat verstrekken bij de medicijnen. ,,Met wat meer inzet kan het programma in Swaziland wel werken.'' Is de doelstelling van zijn organisatie om over een jaar drie miljoen mensen van medicijnen te voorzien, te ambitieus? ,,Dat denk ik inderdaad. Maar als we de helft van dat aantal mensen kunnen bereiken, ben ik al heel tevreden.''

    • Bram Vermeulen