Bram

Als je naar een concert van Bram Vermeulen ging, kreeg je altijd waar voor je geld. Op het podium bloeide hij op, hij genoot als zijn publiek genoot. De blasé houding van zoveel popartiesten was hem vreemd. ,,Je kunt zeggen: popmuzikant zijn betekent zuipen, vrouwen en geld, maar voor mij is het een uiting'', zei hij.

Ik zag hem voor het eerst met Freek de Jonge optreden, als Neerlands Hoop, in de vroege jaren zeventig in Groningen. In een zaal vol uitzinnige studenten spotten zij met de conventies van het toenmalige cabaret. Een onvergetelijke avond. Na de breuk met Freek in 1979 ben ik Bram blijven volgen. Zijn vele platen, zijn optredens. Hij werd een echte popmuzikant, in zijn genre de beste van Nederland.

Hij maakte geen echte blues, maar toch heb ik hem altijd als een soort blueszanger gezien. In zijn trage, melodieuze ballads was hij op zijn best. Hij laat nummers achter die niet onderdoen voor het beste werk van artiesten met wie hij zich verwant voelde, zoals Tom Waits en Bruce Springsteen.

Aan zijn carrière zit onmiskenbaar een tragische kant. Het was een traumatische ervaring voor hem toen Freek met hem brak. Erger dan de echtscheiding die hij later moest meemaken, zei hij eens. Freek en hij waren de twee jongens die de wereld gingen veroveren, en opeens moest hij het in zijn eentje rooien. Terwijl Freek van het ene naar het andere succes snelde, verdween Bram in het circuit van de kleinere clubs. Het publiek van Neerlands Hoop en de media kozen massaal voor Freek. In zekere zin is dat altijd zo gebleven.

Dat raakte hem diep. Het was alsof men hem te verstaan gaf dat zijn aandeel in Neerlands Hoop nooit belangrijk was geweest. Dat gebrek aan waardering had hij soms al gevoeld toen hij nog met Freek optrad. Tijdens hun actie tegen deelname van Nederland aan het WK voetbal van 1978 in Argentinië, speelde hij in een voetbaltoernooitje. Hij had gescoord, maar de ceremoniemeester grapte na afloop: ,,Bram Vermeulen telt niet mee.'' Zijn vrienden, ook Freek, stonden erbij, niemand zei wat. Jankend vertrok hij. ,,Dat ben ik nooit vergeten'', zei hij jaren later, ,,het is een gebeurtenis die mij een eeuwige achterdocht heeft gegeven.''

In die jaren liep elk interview met hem op een soort rouwverwerking uit. Hij bleef naar een verklaring zoeken waarom Freek niet met hem verder had gewild. Het griefde hem dat Freek niet naar zijn programma's kwam kijken. Hij kon Freek gewoon nog niet loslaten.

Pas halverwege de jaren tachtig, als hij zich van de schaduw van Freek begint te bevrijden, groeit hij naar zijn beste werk toe. Hij wordt introspectiever, durft in te zien dat hij met zijn dominante gedrag zijn angsten en onzekerheid overschreeuwde.

Toen ik hem ruim twintig jaar geleden voor een interview opzocht, vertelde hij me dat het nummer `Namaak' helemaal over hemzelf ging. Ik heb het gisteren nog eens gedraaid en noteerde de volgende regels:

Die altijd vrolijk is

altijd alles leuk

dat ben ik niet

die altijd praatjes heeft

alles zeker weet

dat ben ik niet

degeen die ik ken

is anders

degeen die ik ken

zie jij niet

deze is namaak

hij is een namaakman

doet of ie alles kan

maar is voor alles bang.

    • Frits Abrahams