Together naar school

Kinderen met een beperking kunnen in het Amerikaanse onderwijs beter terecht dan in het Nederlandse. ``In Amerika gaan ze uit van wat een kind wél kan.''

ZE HEBBEN hun ogen uitgekeken in de scholen van Tamaqua, een stadje in Pennsylvania, in het oosten van de Verenigde Staten. Kinderen met en zonder handicap volgen op dezelfde school een eigen route naar hetzelfde doel: een diploma. Arga Paternotte, hoofdredacteur van Balans Belang, tijdschrift over leer-, ontwikkelings-, en gedragsstoornissen, en haar collega's Monya Lange en Martha Vlastuin doen in het juninummer uitgebreid verslag van hun werkbezoek aan het Amerikaanse (public) onderwijs, waarin het regulier en speciaal onderwijs vrijwel geheel geïntegreerd zijn. ``Wij zetten onze vraagtekens bij het nut en effect van Weer Samen Naar School (de Nederlandse regelgeving die stimuleert dat kinderen met een beperking in het regulier onderwijs integreren, JK) maar nu hebben we gezien wat het werkelijk kan betekenen, als het goed wordt doorgevoerd'', zegt Paternotte. ``Het sleutelwoord is wel `goed': met adequate wettelijke, financiële en personele ondersteuning.''

Het begon allemaal met redactielid Monya Lange, Amerikaanse van origine, die na iedere vakantie terugkwam met verhalen over hoe goed het haar neef John afging op school. John (20) heeft een aan autisme verwante stoornis (Asperger) en de gedragsstoornis Gilles de la Tourette (ongecontroleerde bewegingen en uitroepen). Desondanks zit hij op een gewone school, waar hij het dankzij een personal aide (persoonlijke hulp) uitstekend redt. Deze helpt hem zich te concentreren, legt uit wanneer hij moet antwoorden en hoe hij zich sociaal moet gedragen.

John's moeder, Janet Mettler, nodigde de redactie van Balans uit om met eigen ogen te komen kijken hoe scholen alles in het werk stellen om onderwijs op maat te bieden aan álle kinderen. Niet uit idealisme, maar omdat ze daartoe wettelijk verplicht zijn. De wet schrijft voor dat kinderen récht hebben op (kosteloos) speciaal onderwijs, dat ouders het récht hebben dat op te eisen en dat scholen de plícht hebben kinderen met speciale onderwijsbehoeften te signaleren en de plícht hebben in die behoeften te voorzien.

En dus stappen alle kinderen 's ochtends samen in de schoolbus en beginnen en eindigen ze samen de dag in hun `stamklas'. Maar gedurende de schooldag zwermen de leerlingen uit over het gebouw. Alles is mogelijk: van `emotional support' en `learning support' in een apart klaslokaal door gespecialiseerde docenten tot de hulp van de personal aides. Al deze speciale ondersteuning wordt georganiseerd door de regionale Intermediate Unit (IU), het expertisecentrum voor speciaal onderwijs.

Het IU leidt ook een school voor `exceptional children' (buitengewone kinderen), die het (tijdelijk) niet redden in het regulier onderwijs. Dat is geen gemeengoed. Er zijn ook districten waar de filosofie `samen naar school' zo diep geworteld is dat ook kinderen met extreme beperkingen gewoon meedraaien in het regulier onderwijs. Paternotte: ``Op de vraag of ernstig gehandicapten kinderen van deze aanpak profiteren hebben wij geen echt antwoord gekregen. Men vindt dat de school een afspiegeling moet zijn van de gewone maatschappij, waarin plaats is voor ieder kind. Dat zie je ook als je op school rondloopt, je ziet kinderen elkaar helpen, op alle niveaus. Er heerst een andere mentaliteit. Als je daar klaar bent met je werk mag je anderen gaan helpen. Hier in Nederland mag je dan iets leuks voor jezelf doen.''

De drie redactieleden van Balans hebben alledrie een kind met een stoornis. Zij kennen dus de praktijk van het speciaal onderwijs van binnenuit. Wat hen opviel is de vanzelfsprekende betrokkenheid van ouders bij het Amerikaanse systeem. Martha Vlastuin: ``Hier worden ouders helaas nog te vaak gezien als lastposten, of als een onverschillige partij. Binnen de vereniging Balans horen we vaak van ouders dat ze tégenover de leerkracht staan. Terwijl het juist in het belang van het kind is, om aan dezelfde kant te staan. In de VS hebben ouders directe invloed. De door de staat gefinancierde organisatie, PEN (Parents Education Network), biedt ouders informatie en training om hun taak als ouder van een kind met speciale onderwijsbehoeften zo goed mogelijk te vervullen. Want ouders worden gezien als een belangrijke bron van informatie voor de school.''

Een ander groot verschil ligt in het signaleren van kinderen met een beperking. Ouders of leerkrachten die zich zorgen maken over de ontwikkeling van een kind kunnen altijd – kosteloos – een interdisciplinair team bijeen roepen. Als het team meent dat de zorgen terecht zijn, kan een grootschalig onderzoek gedaan worden, uitmondend in een individueel onderwijsplan. Paternotte: ``Dat is dus heel anders dan de quota die hier in Nederland gelden voor dergelijke onderzoeken. Als ouder ben je hier meestal afhankelijk van het beschikbare budget en de welwillendheid van de school.''

Hoeveel en hoe vaak kinderen getest kunnen worden is een kwestie van centen. In de Verenigde Staten wordt het onderwijs voor een groot deel bekostigd uit de onroerend goed belasting. Is er geld te weinig, dan gaat de onroerend goed belasting omhoog. De transparantie van dat mechanisme kent Nederland niet. De vraag of het scheppen van ruimere mogelijkheden voor testen in de VS ook daadwerkelijk tot meer testen leidt, kunnen de drie vrouwen niet beantwoorden. Wel weten ze dat 15 procent van alle leerlingen onder `special education' ressorteert.

De kern van de zaak is volgens hen een andere visie op onderwijs en ontwikkeling. Moeten in Nederland kinderen met een beperking precies in een zorghokje passen, in de Verenigde Staten wordt er een hokje op maat gemaakt. Monya Lange: ``Bij ons draait het onderwijs om wat je niét kan, maar in de VS draait het om wat je wel kan. We hebben een zwaar gehandicapt meisje van 17 jaar gezien dat op school geleerd had haar naam te zeggen. Daarvoor kreeg zij een diploma. Ontwikkelingskansen staan voorop, niet beperkingen.''

Paternotte, Lange en Vlastuin zijn er van overtuigd dat de ideeën die ten grondslag liggen aan de onderwijspraktijk in Tamaqua, navolging verdienen. Daarom willen ze een politieke en bestuurlijke discussie aanzwengelen over de totstandkoming van een Nederlandse wet die de rechten van kinderen met speciale onderwijsbehoeften beschermt en ouders de mogelijkheid biedt voor deze rechten op te komen. Streefdatum: 2011.

www.balansdigitaal.nl

    • Jacqueline Kuipers