Spektakel

De hele week hoor ik Marco van Basten roepen: ,,Wij zijn bezig met spektakel.'' Als je zo gek op spektakel bent, laat je het Nederlands elftal tegen Real Madrid spelen, niet tegen Liechtenstein. Spektakel komt van twee kanten. De spektakelideoloog had dus de wedstrijd tegen Liechtenstein moeten annuleren. Dit vrienschappelijke potje verbreekt, hoe dan ook, de mythe van het spektakel. Er zit meer kleur aan een caféploeg uit Drenthe dan aan het voetbal van Liechtenstein. En er is ook nog zoiets als fatsoen: je laat Bobby Fischer niet schaken tegen een demente bejaarde. Ook niet nu deze legende een beetje de weg kwijt blijkt te zijn.

Bij spektakel denk ik aan Piet Keizer, aan Tsjeu-la Ling, aan Maradonna, aan Eusebio, aan Van Basten. Het lijkt me sterk dat de heren Ooijer, Boulahrouz, Kromkamp en Denneboom uitgerust zijn voor een Grand Gala. Verdienstelijke arbeiders, dat zeker, maar je mag hopen dat ze zich niet aan een schaarbeweging wagen. Het blessureleed zou onoverzichtelijk zijn. Ze zouden niet eens meer herkend worden door hun verwekkers en geliefden: het weeshuis wacht.

Spektakel is in het voetbal een bon mot. In het beste geval een reclamespot en dus een leugen in commissie. Sinds het midden van de jaren negentig schittert het Nederlandse voetbal in spektakelarmoe. Bal tussen de benen: ben je misschien van God los? Rammen, die handel. Ballet in de zestien? Hallo, we gaan niet spelen zoals Bart Goor van Feyenoord praat: met een krul in de bek. Erop of eronder, iets anders is er niet.

Marco van Basten.

Deze lifestyle-coach heeft niets te verliezen. Hij had jaren geleden al voor het isolement van de golfbaan gekozen. Koesterde zijn anonimiteit als een sacrament. Wou nog alleen opvallen in besloten kring. Had een gloeiende hekel aan alles wat zich buiten de dampkring van Badhoevedorp bevond.

Johan Cruijff besliste anders.

Hij dreef Van Basten de leugen, de mythe, de illusie in. Hij wilde vooral dat Marco zich voortplantte als mascotte van zijn verleden. ,,Denk aan de spektakelwaarde, Marco. Het slome voetbal hebben we nu wel gehad. Houd de eer van mijn naam hoog.'' Daar had een Utrechtse jongen die opgegroeid is onder het motto `hoeveel kerel ben je', niet van terug.

Nederland spektakelstaat? Ik dacht van niet. Daar hebben we de ambassadeurs niet voor, niet eens het circus, laat staan de artiesten. De Ben Bot-erigheid van Nederland is onomkeerbaar. Stevig in het verweer, maar verder geen caprices, niet eens stijlfiguren. We kauwen maar door, op verleden en toekomst. En natuurlijk is het leuk dat Leontien van Moorsel dat monotone ritme even het achterwiel laat zien, als gelakte dissident van de nationale houterigheid in taal en gebaar.

Het blijft een incident.

Ajax zorgde deze week voor de ultieme ontmaskering van de spektakelstaat Nederland. Zlatan Ibrahimovic werd verkocht aan Juventus. De tovenaar mocht weg, voor slechts 16 euro. Real Madrid betaalde voor de houthakker Woodgate 24 miljoen; Manchester had meer dan 40 miljoen over voor de voetbalfoetus Rooney. Zlatan: 16 miljoen. In Italië is dat drinkgeld.

Je kan van Ibrahimovic veel zeggen. Ja, hij was een etter, een splijtzwam, een bron van onrust. Hij was meer kapsoneskampioen dan topschutter. Hij was en bleef het Kind im Manne. Maar hij was ook geniaal. Als we het toch over spektakel hebben, laat dan Ibrahimovic maar aan de bal.

Ajax, Koeman, Van der Vaart, niemand had nog zin in de virtuositeit van de Zweed. Ze waren hem liever kwijt dan rijk, desnoods voor een aalmoes.

Zo ken ik het Nederland van Marco van Basten. Wat niet is gladgestreken, bestaat niet. En dus moet Marco eindelijk eens ophouden met zijn boodschap van avontuur en spektakel. Hij moet zich plooien naar de volksaard: asfalt en maïsvelden, meer bergen zijn er niet.

Spektakel is een zuiders begrip. Zowaar het monopolie van lanterfanters, olijfboeren in de overgang, infrawezens van de Berlusconi's. Veel tralala zonder kuiten. Dirk Kuyt past niet in dat plaatje en Mark van Bommel ook niet. Van Basten is bezig een imaginair Nederlands elftal te creëren. Een filmische wereld, een metafoor. Hij heeft er het hoofd voor, en zeker ook de benen, maar zijn proefstuk is niet meer ons aller Oranje. Het is een constructie van de verbeelding. Misschien wel van de aanhorigheid in de verbeelding.