Smelten met waterkracht

Noorwegen is een ideale plek voor de energieverslindende productie van aluminium. Norsk Hydro is dan ook de grootste aluminiumproducent van Europa. Maar een deel van de smelters is verouderd en kan de internationale concurrentie niet meer aan. Een ingrijpende sanering komt eraan.

Een paar straten, een benzinepomp, een supermarkt, een hotel en een kolossale aluminiumfabriek. Dat is Sunndalsøra, een dorpje in het westen van Noorwegen, zo'n honderd kilometer van de kust. Het dichtstbijzijnde vliegveld is een paar uur rijden over kronkelende bergweggetjes, maar per schip is het fjord waar het dorpje in ligt uitstekend bereikbaar. ,,In twee dagen ben je in de Rotterdamse haven'', zegt Trygve Svendsen, productiechef van de grootste werkgever in de wijde omtrek, de aluminiumsmelter van olie- en aluminiumconcern Norsk Hydro. De grondstoffen komen per schip uit Brazilië en Jamaica en de aluminium halffabrikaten die `Sunndal' produceert verlaten op dezelfde manier de fabriek.

De Sunndalfabriek is een van de vier smelters van Norsk Hydro in Noorwegen die voor een ingrijpende reorganisatie staan waarbij achthonderd banen zullen verdwijnen. De andere smelters staan in net zulke afgelegen dorpjes als Sunndalsøra, waar Norsk Hydro vrijwel de enige werkgever is. Sommige lokale gemeenschappen zullen dan ook hard worden getroffen door de reorganisatie.

De smelters staan niet zomaar in bergachtig gebied, ze zijn allemaal gebouwd in de buurt van waterkracht. Zo zitten in de steile bergwanden die Sunndal omringen watervallen die gebruikt worden voor de opwekking van energie om de smeltovens van stroom te voorzien. De centrale bij Sunndal is in handen van het Noorse staatsenergiebedrijf Statkraft, maar Norsk Hydro heeft zelf ook centrales, die in ongeveer een derde van de eigen energiebehoefte voorzien. De rest wordt ingekocht.

In waterkracht liggen de wortels van Norsk Hydro. Het voormalige staatsbedrijf – nog voor 44 procent van de Noorse overheid – ging vanaf 1905 op zoek naar toepassingen voor de enorme hoeveelheid energie die uit het water gewonnen werd. Dat begon met de productie van kunstmest, later volgde aluminium en als eind jaren zestig voor de Noorse kust oliebronnen worden ontdekt, mag Norsk Hydro 30 procent daarvan exploiteren.

Sinds Norsk Hydro begin dit jaar zijn kunstmestactiviteiten verzelfstandigde, heeft het twee divisies over: olie en energie (waarin de productie van olie, gas, windenergie en energie uit waterkracht zijn samengebracht) en aluminium. Op beide terreinen is Norsk Hydro inmiddels tot ver buiten Noorwegen geëxpandeerd. De enige synergie die er tussen de twee divisies bestaat, is dat aluminium een van de meest energieverslindende industrieën is die er bestaan. De Sunndalfabriek, de grootste aluminiumsmelter van Europa, verbruikt in haar eentje 4 procent van alle energie die in Noorwegen wordt opgewekt.

Al die stroom is nodig voor het elektrolyseproces, waarmee uit bauxiet gewonnen aluinaarde in een smeltoven bij 950 graden Celsius wordt ontleed in aluminium en zuurstof. Het vloeibaar aluminium wordt daarna afgetapt en in een gieterij in de gewenste vorm gegoten. In Sunndal staan 340 van zulke smeltovens, verspreid over drie elektrolysehallen. Samen produceren ze zo'n 330.000 ton aluminium per jaar. De bouw van deze ovens, die vorige maand werd voltooid, heeft drie jaar geduurd. ,,De productiecapaciteit in Sunndal is daarmee meer dan verdubbeld'', zegt Svendsen, die de uitbreiding begeleidde. ,,Onze oude ovens waren 36 jaar oud. Toen in 2002 de eerste van de drie nieuwe batterijen klaar was, hebben we direct de oude productielijn gesloten.'' Daarmee steeg de productiviteit van 236 tot 570 ton aluminium per werknemer.

De nieuwe ovens zijn groter, efficiënter en door minder mensen te bedienen dan de oude ovens. Het personeelsbestand kan daardoor omlaag van 890 naar 760 man. En dan hebben de werknemers in Sunndal nog geluk dat de productie is uitgebreid. Bij de drie andere Noorse smelters worden de oudste lijnen eveneens gesloten, maar komt er geen nieuwe productiecapaciteit voor in de plaats. Door de uitbreiding van Sunndal gaat Norsk Hydro er ondanks de sluitingen niet in productiecapaciteit op achteruit. De banenreductie met achthonderd man komt neer op het schrappen van 20 à 25 procent van de arbeidsplaatsen bij de smelters. Op 1 april volgend jaar moet de sanering al voltooid zijn. Volgens Truls Gautesen, Norsk Hydro's directeur primair aluminium onder wie de smelters vallen, zijn de sluitingen onvermijdelijk. ,,De productielijnen zijn aan het einde van hun technische en economische levensduur. Ze zijn niet verliesgevend, maar ze kunnen de concurrentiestrijd op de mondiale aluminiummarkt niet meer aan.''

In de aluminiumindustrie geldt 1.000 dollar per ton als een concurrerende kostprijs. Van Norsk Hydro's Noorse smelters haalt alleen Sunndal die. De andere zitten daar ver boven, evenals de smelters van Norsk Hydro in Duitsland en Slowakije. Smelters in Canada en Australië zitten wel onder de 1.000 dollar. Maar van de circa 1,7 miljoen ton smeltcapaciteit van Norsk Hydro zit 80 procent in Europa en 50 procent in Noorwegen, waar de kosten gemiddeld hoger liggen. ,,Om de aluminiumproductie in Noorwegen voor langere tijd veilig te stellen, moesten we wel ingrijpen.''

De sanering, waar Norsk Hydro 800 miljoen Noorse kroon (96 miljoen euro) voor heeft uitgetrokken, moet een jaarlijkse kostenbesparing van 350 à 400 miljoen kroon opleveren. De afgelopen twee jaar heeft Norsk Hydro bij zijn aluminiumdivisie al een kostenreductie van 2,5 miljard kroon doorgevoerd, waarbij wereldwijd 1.750 van de 27.000 banen verloren gingen. Die maatregel volgde op de overname van het Duitse aluminiumconcern VAW in 2002. Norsk Hydro nam VAW voor 2,6 miljard euro over van de Duitse stroomproducent E.On en verdubbelde daarmee in één klap de omvang van zijn aluminiumactiviteiten. Het concern is sindsdien de grootste aluminiumproducent van Europa en de derde ter wereld, na het Canadese Alcan en het Amerikaanse Alcoa, die zelf ook groot geworden zijn door overnames.

Met de overname van VAW werd Norsk Hydro, tot dan toe vooral actief in primair aluminium (smelten) en extrusie, ook een grote speler op het gebied van walsproducten. De afzet van Norsk Hydro werd hierdoor beter gespreid over verschillende afzetmarkten. Terwijl de marges op primair aluminium sterk afhankelijk zijn van de aluminiumprijs – die op de Londense metalenbeurs LME tot stand komt en doorgaans sterk schommelt – zijn de marges op de verdere verwerking van aluminium constanter. Ze houden elkaar ook in balans: als de aluminiumprijs hoog staat, profiteren de smelters, staat hij laag, dan is dat goed voor de verwerkers.

Norsk Hydro is overigens niet de enige aluminiumproducent met dat voordeel. Alcan en Alcoa hebben hun risico nog meer gespreid door ook in bauxietmijnen en de verwerking van bauxiet tot aluinaarde actief te zijn. Norsk Hydro heeft alleen minderheidsbelangen in aluinaardeproducenten in Brazilië en Jamaica. Door langetermijncontracten met leveranciers af te sluiten, is Norsk Hydro wel van voldoende grondstoffen verzekerd. Dat is geen overbodige luxe, want de grondstoffenmarkt is krapper geworden sinds Chinese aluminiumproducenten hun productiecapaciteit flink hebben uitgebreid en overal ter wereld voorraden aluinaarde opkopen. Dat heeft geleid tot flinke prijsstijgingen, die ook hun weerslag hebben op de aluminiumprijs. Die stond in het tweede kwartaal gemiddeld op 1.675 dollar, tegen 1.417 dollar een jaar geleden.

De hoge aluminiumprijs is gunstig voor de resultaten van Norsk Hydro. De winst van de aluminiumdivisie is in het tweede kwartaal meer dan verdubbeld tot 1,27 miljard kroon. De omzet steeg met 13 procent tot 20 miljard kroon. Nog veel harder stegen echter omzet en winst van de olie- en energiedivisie. Op een omzet van 16,7 miljard kroon boekte Norsk Hydro 7,2 miljard winst. Het grote verschil in winstmarge is voor analisten al enige tijd reden om aan te dringen op een splitsing van het concern. Afgezien van het grote energieverbruik bij de aluminiumproductie, zijn er toch geen synergieën tussen de beide divisies, zo redeneren ze. En een bedrijf kan toch niet op twee fronten vooroplopen in de consolidatieslag.

Norsk Hydro doet dit scenario af als speculatie. ,,Opsplitsing is niet aan de orde'', zegt een woordvoerder. Verder consolideren in de aluminiumindustrie is ook nauwelijks mogelijk, zegt Truls Gautesen. ,,Zodra je grote stappen gaat zetten, loop je al snel tegen de grenzen van de mededinging aan.'' Dat ondervond het Canadese Alcan toen het vorig jaar het Franse Pechiney overnam. Uiteindelijk moest Alcan bijna net zo veel activiteiten weer afstoten als het had gekocht. Pechiney was zelf, voor het werd overgenomen door Alcan, nog in de race om de aluminiumdivisie over te nemen van het Brits-Nederlandse staalconcern Corus. Dat had oorspronkelijk zelf willen groeien in aluminium door VAW over te nemen, maar verloor die biedingsstrijd van Norsk Hydro. Hierop besloot Corus – nummer vijf op de wereldranglijst – zijn aluminiumtak aan Pechiney te verkopen. Dat mislukte, en nu zit Corus nog steeds zonder koper voor zijn smelters, walserijen en extrusielijnen in Nederland, België en Duitsland.

Is Corus Aluminium niks voor Norsk Hydro? ,,Bij iedere overname zijn natuurlijk wel synergieën denkbaar'', zegt Gautesen, die niet specifiek op Corus in wil gaan, voorzichtig. ,,Maar iedere overnamekandidaat heeft zo zijn goede en zijn slechte productielocaties en het is de vraag of de synergie die met de goede te behalen is, groot genoeg is om de totale kosten van zo'n overname te rechtvaardigen.''