`Sirenen' aan de grens

Horen en zien vergaan je in tentoonstellingsruimte BAK, basis voor actuele kunst in Utrecht. Tegelijkertijd staan diverse tv's aan en klinken flarden muziek. Een korrelig videobeeld introduceert een groepje jonge meiden. Af en toe staan ze heupwiegend in de deuropening, maar komen dan weer binnen om te lachen, en te dansen. Eva, een fragiel blond meisje, dartelt in superkorte shorts door de bar en frutselt verliefd aan de haren van een jongen. De video ademt de sfeer van een met alcohol overgoten avond.

Ann-Sofi Sidén (1962) volgde met de videocamera een groepje jonge vrouwen dat lol maakt in een bar. `Sirenen van de nacht' noemt de Zweedse kunstenaar de meiden. Het zijn prostituees, die Sidén in 1999 negen maanden lang volgde in het grensplaatsje Dubi in Tsjechië. `Warte mal', roepen ze naar de Duitse toeristen die hen passeren, en zo gaven ze Sidén een naam voor haar video-installatie.

De installatie Warte Mal is al in wisselende samenstelling op diverse locaties in Europa te zien geweest. In Utrecht dwaal je van het ene glazen hokje naar het andere en hoor je, op rood fluweel gezeten, telkens een ander meisje een zelfde soort verhaal vertellen. Open kijken ze de camera in en geven eerlijk antwoord op de vragen van de interviewer. Eva, Vanja en Petra, allen uit Oost-Europa, vertellen hun onvoorstelbare verhalen, uiterlijk zonder emoties. Ze zijn terechtgekomen in Motel Hubert, na geslagen, ontvoerd (of `gestolen' zoals ze het zelf noemen) en verkocht te zijn. Hun pooiers, een echtpaar, runnen het motel waar ook Sidén haar intrek nam. We zien Eva, die in de eerste video ronddartelde in de bar, terug in een interview. Ze mist een voortand, uit haar mond geslagen door een van haar pooiers. Als ze vertelt hoe haar vader haar moeder vermoordde, plukt ze wat denkbeeldige pluisjes van haar broek.

Ontwapenend zijn de polaroids die Sidén maakte van de meisjes, in de weer met make-up, als een hecht vriendinnenclubje, of van een breed lachend meisje met klant. De foto's wisselen op de muur geprojecteerde dagboekfragmenten van de kunstenaar af. De kunstenaar beschrijft het alledaagse leven van de meisjes, maar ook de ontwikkeling van het gebied sinds het communisme, of racistische uitspraken van agenten die ze buiten de camera deden over de pooiers, die vaak zigeuners of Bulgaren zijn.

Sidén trok lange tijd op met de meisjes, maar interviewde ook de politie, pooiers en leden van de lokale bevolking. Als een ware antropoloog maakte de kunstenaar deel uit van een kleine gemeenschap. Ze laat zien hoe het de mensen in Dubi vergaan is sinds de ineenstorting van het communisme en de opkomst van de prostitutie in de grensgebieden met het westen. En Sidén is ver gegaan om het vertrouwen te winnen van haar subjecten. Zo zien we haar meefeesten in het motel. Heupwiegend gaat ze de straat op om daar te dansen in het aanbrekende ochtendlicht.

In BAK moet je de tijd nemen om alles op je te laten inwerken, maar dan laat ze je niet snel meer los, de zelfkant van Dubi. Door haar persoonlijke waarnemingen te presenteren naast documentaire beelden wint Sidéns installatie aan zeggingskracht. Een maatschappelijk probleem wordt van een algemeen relaas tot iets persoonlijks. De scheidslijn tussen wat de meisjes van Sidén overkomt en het betrekkelijk veilige leven hier, lijkt opeens heel dun. Petra, Eva en de anderen verschillen eigenlijk nauwelijks van de groepen meisjes die op een zondag kletsend door de binnenstad van Utrecht lopen.

Tentoonstelling: Ann-Sofi Sidén: Warte Mal. T/m 9 oktober in BAK, Basis voor actuele kunst, Lange Nieuwstraat 4, Utrecht. Inl. 030-2316125 of www.bak-online.nl