Schijf Rijsbergen

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week in West-Brabant.

De reebok komt op een drafje door het weiland aan. Niet omdat hij haast heeft maar gewoon, omdat reeën nu eenmaal moeite hebben met slenteren. ,,Hert'', fluister ik tegen man (van ree tot impala, wij stadsmensen noemen dit genre beesten om te beginnen `hert', terwijl we heus beter weten). Man ziet 'm ook en tast blindelings naar zijn onvindbare camera. De rechte geweistokken met de zijtakjes draagt de ree als militaire eretekens, zijn donkere neus glanst. Hij steekt de stille, om en om met een eik en een beuk afgebiesde zandweg over. Kon hij het dan liep hij onbezorgd te fluiten. Middenop het pad kijkt hij opzij. Hij ziet ons en wij zijn griezelig dichtbij. Nog nooit zag ik iemand zo deerniswekkend schrikken. Lijf, hals, kop, alles krimpt trillend tegen elkaar op. Hij gaat er met sprongen vandoor, een skippybal in doodsnood, vier gespleten punthoefjes tegelijk in de lucht. Hóp door de bieten, hóp door de veldjes struikbouw. Wegwezen! het hoogopgeschoten, veilige maïsveld in. Er ratelt een klein vliegtuigje over. North by Northwest, de reebok is Cary Grant.

Over verlaten asfaltwegjes, klinker- en zandpaden wandelen we door onbekommerd boerenland. Wijd en plat is het, met zicht op allerlei stallen en onduidelijke maar romantisch omzakkende bouwsels en onder een hemel waar de wind nevel overheen wil trekken. Maar de zon geeft geen krimp en druipt overal licht. Koeien, kalveren, zwartbont, cognac en wit, soms een stel opgetogen jonge stieren naast een volwassen sikkeneur met zware ballen, bevolken ruime stukken weidegrond; de paarden resideren dichter bij de hoeves; er staat veel knisperende maïs en er zijn ook uitvoerige aardbeienvelden.

Tussen het akker- en weideland door passeren we lappen bos, naald- en loof-, met enorme varens over de vloer en kreupelhout alom en soms zon gestrekt perceeltje ranke gladde krakelberken ter afwisseling van de ruwe stammen van accacias, sparren en eiken. En overal tussen mos en afgevallen takken groeien grote bolle stuifzwammen.

Groene eikeltjes knappen onder mijn voeten, ik trap er met opzet op. De diepe plassen ontwijkend die deels afgedekt zijn met sterretjeskroos, kijk ik gedachteloos een zijlaan in. Er kuiert een monnik. Hij is gekleed in een verschoten blauwgrijze pij, een scheur opzij, een verweerde riem om zijn middel. Ik vrees dat ik `monnik' sis zoals eerder `hert'. Deze schrikt niet, deze groet.

15 km. Kaarten 35, 36, 37 uit:

Grenslandpad. Uitg. Stichting Lange-Afstand-Wandelpaden,

Amersfoort 1996. Tel. regiotaxi

(1 uur vantevoren bestellen)

0800 0230033.

    • Joyce Roodnat