Russen overvallen door geweld bij gijzeling

Voor het eerst hebben de Russen geprobeerd een massagijzeling niet met geweld te beëindigen: ditmaal werd het hun opgedrongen.

En weer is in Rusland een massagijzeling in een bloedbad geëindigd. Tweehonderd doden, meer dan zevenhonderd gewonden – iedereen was er vanaf het begin bang voor.

Er is evenwel een belangrijk verschil met de vorige massagijzelingen. Anders dan in Boedjonnovsk in 1995, in Pervomajskoje in 1996, in Moskou in 2002 waren het gisteren in Beslan niet schietgrage Russische elitetroepen die met een gewelddadige bestorming een bloedig eind aan een massagijzeling maakten. Gisteren waren het de terroristen die het initiatief namen en waren het de Russen die vervolgens het enige deden wat ze konden doen: de school bestormen.

Het begin van het eind van de gijzelactie brak aan toen bij de school enkele auto's aankwamen om lijken te bergen die daar al sinds het begin van de gijzelactie, woensdagmorgen, hadden gelegen. Een aantal gegijzelde kinderen maakte van de gelegenheid gebruik om te vluchten. Toen de bezetters van de school het vuur op de vluchtende kinderen openden, zagen Russische soldaten geen andere mogelijkheid dan op te rukken naar de school om de kinderen te redden. Prompt brachten in de school de bezetters twee bommen tot ontploffing – hetgeen ze steeds gedreigd hadden te zullen doen als de school zou worden bestormd. Vervolgens begon de bestorming.

Zelfs enkele uren na het begin van de ontknoping leek de prijs, in menselijke termen, mee te vallen: zeven dode gijzelaars buiten de school, slachtoffers van de bezetters of slachtoffers van het buitengewoon hevige kruisvuur. Hoe bloedig de ontknoping werkelijk was, werd pas ontdekt toen in de school zelf rond honderd lijken werden gevonden van kinderen en volwassenen die ofwel waren gedood toen bij het exploderen van de twee bommen het dak instortte, ofwel het slachtoffer waren geworden van explosieven van de gijzelnemers, ofwel waren omgekomen in de brand die uitbrak na het exploderen van de bommen.

Tot gisterochtend hadden de Russen zich – eindelijk – zeer terughoudend opgesteld: de lessen van Boedjonnovsk, Pervomajskoje en Moskou waren geleerd. Al in een vroeg stadium zei president Poetin dat leven en gezondheid van de gijzelaars voorop stonden. Toen het geweld losbarstte, waren de Russen duidelijk niet voorbereid. Het was hun bedoeling de onderhandelingen met de gijzelnemers – Tsjetsjenen en Osseten – nog enkele dagen te rekken, in de hoop de bezetters van de school uit te putten en zo veel mogelijk gijzelaars vrij te krijgen. Nog gisterochtend werd gezegd dat kinderen het in de situatie waarin ze zich bevonden, zeven tot acht dagen uit zouden houden – er waren dus nog drie of vier dagen speling.

In die resterende tijd wilden de Russen steeds `zwaardere' onderhandelaars inzetten – president Dzazochov van Noord-Ossetië, in samenwerking met de al eerder ingezette, in Tsjetsjenië populaire ex-president Aoesjev van Ingoesjetië – en president Poetins Tsjetsjenië-adviseur. Ze maakten ook aanstalten het Arabische tv-station Al Jazira tot de schoolbezetters toe te laten, in de hoop dat dat hen enigszins zou kunnen vermurwen. De Russen hadden ook drie van de terroristen geïdentificeerd en hoopten familieleden uit Tsjetsjenië te kunnen inzetten bij het overreden van de schoolbezetters om hun actie te beëindigen. De opties waren aan Russische kant dus geenszins uitgeput en de vaststelling van een kolonel van de Russische veiligheidsdienst FSB dat ,,de bestorming geen geplande operatie was'', klinkt plausibel. Hetgeen niet wegneemt, dat de Russen hadden nagelaten rekening te houden met een ander dan hún scenario: toen het geweld losbarstte waren de elitetroepen niet ter plekke, ontbraken ambulances en artsen.

De terreuractie in Beslan lijkt een nieuwe poging van het Tsjetsjeense verzet (en zijn vrienden in buurland Ingoesjetië) het conflict uit te breiden tot buiten het eigen land en de regio te destabiliseren – recentelijk pleegden ze aanslagen in Dagestan en in juni enkele zeer bloedige in Ingoesjetië. Ze speelden daarbij in op regionale conflicten: Ingoesjeten en Osseten liggen elkaar niet; onder de schoolbezetters waren Ingoesjeten, hun slachtoffers waren Osseten.

De opleving van het Tsjetsjeense terreur – de schoolbezetting werd voorafgegaan door een aanslag op een metrostation in Moskou en het opblazen van twee Russische vliegtuigen – kan een reactie zijn op een koerswijziging van Poetin in het Tsjetsjenië-conflict. Na de moord op de Tsjetsjeense president Achmad Kadyrov in mei besloot Poetin meer aandacht te schenken aan de economische opbouw van Tsjetsjenië. Hij heeft ermee ingestemd dat Tsjetsjenië zijn olieopbrengst – waarvan het nu bijna de helft moet afdragen – zelf mag houden en dat het economisch onafhankelijk mag zijn.

Nu is 80 procent van de Tsjetsjenen werkloos en verdient de rest nog geen 70 dollar per maand; 80 procent van de inwoners van Grozny heeft zelfs geen stromend water. Poetin hoopt dat economische aansporingen en de opkomst van een eigen Tsjetsjeense economische elite de angel uit het conflict kunnen halen en het Tsjetsjeense verzet de wind uit de zeilen kunnen nemen.

    • Peter Michielsen