President Bush voert harde campagnes

Na maanden van sukkelen in de opiniepeilingen is de lucht voor president George W. Bush enigszins opgeklaard. Donderdagavond kon hij zonnig en optimistisch de Republikeinse nominatie van de kandidatuur voor een tweede termijn in het Witte Huis aanvaarden met een voorsprong in de peilingen op zijn uitdager John Kerry. Precies twaalf jaar geleden stond de vader van George W., president George Bush sr., er tijdens de Republikeinse Conventie veel slechter voor tegen de toenmalige Democratische uitdager Bill Clinton. En dat na een groot militair succes in Irak. Op het presidentschap van George W. Bush jr. valt veel aan te merken, maar niet op zijn bedrevenheid in snoeiharde politieke campagnes.

Bush heeft zijn winst in de peilingen niet behaald door nieuw beleid en grote initiatieven, daar heeft hij ook de ideeën en het geld niet voor, maar door afbreuk te doen aan wat Kerry beschouwde als zijn grote verkiezingstroef tegenover oorlogspresident Bush: de status van echte held uit de Vietnamoorlog. De aanval op Kerry werd uitgevoerd door een goed gefinancierde negatieve televisiecampagne van Vietnamveteranen die nooit konden verkroppen dat Kerry na zijn afzwaaien leider werd van de anti-Vietnambeweging. Een campagnefunctionaris van Bush was aan de boze veteranen gelieerd. Zij zitten Kerry al dertig jaar bij elke politieke campagne dwars met halve waarheden die in geen verhouding staan tot het gedrag van Bush zelf in die tijd. Daarom is het verbazend dat Kerry zich op dit belangrijke moment liet verrassen door oude beschuldigingen. Negatieve campagnes doen het publiek walgen, maar brengen toch veel schade toe aan het imago van de tegenstander. Kerry heeft zich kwetsbaar gemaakt door bij de Democratische Conventie de nadruk te leggen op zijn Vietnamverleden. Toch horen deze verkiezingen niet te gaan over de Vietnamoorlog maar over de strijd in Irak en de manier waarop deze tot een einde moet worden gebracht.

Kerry kwam niet met alternatieven die kiezers kunnen begrijpen. Amerikaanse verkiezingen zijn een strijd tussen slechts twee partijen en twee kandidaten en dan is er voor nuance geen plaats. Een helder verkiezingsdebat over Irak, waar alternatieven duidelijk aan bod komen, kan het Amerikaanse beleid alleen maar ten goede komen.

De lasteradvertenties van aan Bush gelieerde veteranen zijn laaghartig en de Amerikaanse media laten er te veel hun agenda door bepalen, maar een politicus die daar geen antwoord op heeft, mist een belangrijke kwaliteit voor het Amerikaanse presidentschap: het vermogen om onder zware omstandigheden veel burgers achter zich te krijgen. Uitdager Clinton was beter in staat zware aanvallen op zijn persoon te pareren door bij de inhoud te blijven. Toen was dat de economie, nu zijn kiezers blijkens opinieonderzoek meer bezorgd over buitenlands beleid en Irak, tegelijk het sterke en zwakke punt van Bush. Kerry heeft nog weinig tijd over om zich te verlagen tot het politieke gevecht dat president Bush voert. Bush, die zich afficheert als betrouwbaar beschermer tegen terreur, is politiek niet bezweken aan zijn fouten.

Voor de wereld buiten Amerika is de uitslag van deze presidentsverkiezingen de belangrijkste van na de Koude Oorlog. In zijn toespraak noemde president Bush bondgenoten die soldaten in Irak hebben. Toch is hij in veel bevriende landen niet populair, laat staan elders. De slechte naam die Amerika onder president Bush in de wereld heeft gekregen, is geen aanleiding tot zorg voor de meeste Amerikaanse kiezers. Het gaat hen om de veiligheid in eigen land en een bevredigende afloop van de bezetting in Irak. Irak is instabiel en daar kunnen zich voor de verkiezingsdatum van 2 november veel verrassingen voordoen. Deze keiharde verkiezingsrace ligt dus helemaal open.