Preken met de filmprojector

Politiek en kunst, het is nooit een gelukkig huwelijk geweest. Toch is de laatste tijd de aantrekkingskracht tussen beide weer in alle hevigheid opgebloeid. Als het geen kunstenaars zijn die flirten met politiek of moreel beladen onderwerpen, zijn het wel de politici die toenadering zoeken tot de kunst om hun boodschap beter over te brengen.

Maar, zoals we allemaal wel weten, daar komen alleen maar ongelukkige kinderen van.

Submission. Part 1, het filmpje van Hirsi Ali dat, zoals niemand zal zijn ontgaan, afgelopen zondag werd uitgezonden bij Zomergasten, doet in veel opzichten denken aan andere recente filmpamfletten als Michael Moore's Fahrenheit 9/11, of Super Size Me! van Morgan Spurlock. In veel meer opzichten juist helemaal niet.

In alledrie de films wordt, meer of minder vaardig, met mokerslagen een boodschap erin gehamerd. Zowel Moore en Spurlock maken gebruik van documentaire-materiaal. In het geval van Moore gaat het om vaak niet eerder vertoonde, messcherpe, ontluisterende beelden waar zijn soms geestige, soms irritant drammerige commentaar weinig aan kan afdoen. Zijn ruwe materiaal is al goud. ,,Vreemd genoeg voor zo'n openlijk polemisch werk is Fahrenheit 9/11 een triomf van vorm over inhoud'', schreef de New York Review of Books al. Maar bij Spurlock, die zich bedient van dezelfde snelle montage en stuwende muziek, komt al snel de vraag op wat hij nou eigenlijk méér te bieden heeft dan een boek als Fast Food Nation van Eric Schlosser, een meesterlijke ontleding van de fast food industrie in al haar facetten. Wat, kortom, is de rechtvaardiging van het medium film hier?

U voelt hem al aankomen. Hirsi Ali, waarom in godsnaam zo'n flutscenario en zo'n saai filmpje? Waarom niet, zoals Elsbeth Etty terecht schrijft, een `dichtgenaaide kut' getoond? Documentaire beelden? Hier wreekt zich bovendien, meer dan in de twee andere films, het gebruik van de voice-over, een opmerkelijke stijlfiguur in alledrie de filmpamfletten. Er lijkt wel haast sprake van een wonderlijke comeback! Niet alleen is de voice-over een karakteristiek element uit traditionele propaganda, een element dat ook aangeeft dat het belang van de boodschap boven alles gaat, ook wekken de drie filmmakers door die voice-over voor hun rekening te nemen, de indruk de morele waarheid in pacht te hebben. Zo'n voice-over is dus precies zolang verteerbaar, zolang het onderhoudend blijft. Wanneer Moore gaat drammen, of Spurlock al te prekerig wordt, zijn ze ons kwijt. Wij willen liever zelf op het idee komen, dan dat we luisteren naar iemand die ons vertelt wat we moeten vinden.

Dat kan ook anders. In zijn film The Circle toont de Iraanse regisseur Jafar Panahi acht vrouwenlevens in Teheran, zonder dat er iets wordt uitgelegd, voorgekookt of veroordeeld. Maar de boodschap van zijn film is vernietigend. Of neem bijvoorbeeld het gruwelijke Irréversible van Gaspar Noé, dat niet specifiek over moslims gaat, en al helemaal geen pamflet beoogt te zijn, maar wel iets zegt over seksueel geweld tegen vrouwen in het algemeen. Geen vrouw die deze film heeft gezien, zal zich ooit nog alleen in een voetgangerstunnel wagen. Maar wie fictie wil verfilmen, moet van goeden huize komen. Het scenariootje van Hirsi Ali, zowat geheel en al voice-over en monoloog, is van een ongekende knulligheid. ,,Eerstejaars audiovisueel op de kunstacademie'', oordeelde een bevriende scenarioschrijver.

Theo van Gogh weet dat. Op allerlei meer of minder bedekte manieren heeft hij zich in de pers artistiek van zijn product geprobeerd te distantiëren: ,,Laat een ding duidelijk zijn. Het is haar film en haar boodschap.'' Hij hoopte maar dat het `niet al te pamfletterig' zou worden. Bij een eventueel vervolg zou hij graag `wat humor en relativering' toevoegen. En ,,als ik een geil of een schokkend filmpje had willen maken, had het echt heel anders uitgepakt'', aldus Van Gogh in de Volkskrant. Afgelopen zaterdag in deze krant: `,,De humor ontbreekt aan deze film'', sist Van Gogh in het belendende halletje. ,,Het is kunst, hè'', zegt hij spottend. ,,Dan moet ik alles opvangen met dynamiek in de opnamen.''' Een `symphonie pathétique', noemde hij het stuk nog – terecht, overigens. Maar waarom werkte hij dan mee aan zo'n artistiek gênant project? En waar is in hemelsnaam zijn `dynamiek in de opnamen' gebleven?

Jammer, jammer. Want het is wel degelijk hard nodig om de positie van vrouwen in de islam aan de kaak te stellen, wat boefjes als Nabil Marmouch (AEL) daar ook over mogen beweren. Het hoofdredactioneel commentaar in deze krant, over heilige boeken van wereldgodsdiensten, en hoe politici zich daartoe dienen te verhouden, sloeg de plank dan ook mis: ,,Dergelijke boeken zijn niet letterlijk te nemen omdat ze uit onderling strijdige, historische verhalen, voorbeelden en voorschriften bestaan waar ieder naar behoefte en tijdgeest uit put. [...] Daarom horen liberale politici zich niet te bemoeien met de inhoud van heilige boeken.''

Dat is nu juist het punt. Voor gelovige moslims is de koran wel degelijk het letterlijke woord van God, dat niet zomaar vrijelijk of subjectief geïnterpreteerd mag worden. De islam heeft nooit een reformatie doorgemaakt. Zelfs Mohammed Sini van de Stichting Islam en Burgerschap, die verklaarde beledigd te zijn door het filmpje, zei in deze krant: ,,Moslims in Nederland moeten zo nuchter worden dat ze niet alles letterlijk nemen wat in de koran staat. Dat heeft tijd nodig.''

Dat heilige boeken niet letterlijk zijn te nemen is precies het standpunt dat Ali probeert over te brengen. En daarom horen óók liberale politici zich te bemoeien met de inhoud van heilige boeken. Ze mogen daarbij best gebruik maken van `woord en beeld', als ze dat per se willen. Maar noem het dan alsjeblieft geen film.

    • Corine Vloet