Politiek wint het in EU van de boekhouders

De Europese Commissie kwam gisteren met voorstellen voor een versoepeling van de begrotingsregels. Uitgerekend onder voorzitterschap van Gerrit Zalm zullen de ministers van Financiën zich erover buigen.

Het is een ironische speling van het lot dat uitgerekend onder leiding van minister Zalm de Europese ministers van Financiën het debat beginnen over een versoepeling van de begrotingsregels. Want was het niet Zalm die de afgelopen jaren binnen de Europese Unie als geen ander verkondigde dat landen met een tekort van meer dan 3 procent op hun begroting dit gat op straffe van financiële boetes volgens de regels dienden weg te werken?

Volgens de voorstellen van de Europese Commissie die gisteren officieel in Brussel werden gepresenteerd, blijven de begrotingsregels bestaan. Maar de uitvoering van die regels zal, als het aan het dagelijks bestuur van de Europese Unie ligt, in het vervolg een stuk minder dogmatisch zijn. Bij de beoordeling van overheidstekorten, moet het in het voorstel van de commissie niet langer louter om de cijfers gaan. Ook de omstandigheden waaronder de tekorten zijn ontstaan dienen bijvoorbeeld mee te tellen.

Cijfers versus omstandigheden. Oftewel: boekhouders versus politici. Als de voorstellen van het dagelijks bestuur uiteindelijk in Europees beleid worden omgezet, betekent dit dat de jarenlange strijd tussen de politici en de boekhouders in Europa in het voordeel van de eersten zal zijn beslecht. Maar beter kan worden gezegd dat het een formele bevestiging van hun overwinning is. De praktijk van de afgelopen jaren was immers dat – tot grote ergernis van iemand als Gerrit Zalm – de regels telkens soepel werden geïnterpreteerd. Het leidde tot de clash van november vorig jaar, toen Frankrijk en Duitsland, notoire overtreders van de begrotingsregels, wederom extra respijt kregen om hun tekorten tot onder de Europese norm van 3 procent van het bruto nationaal product terug te brengen. De landen waren in overtreding en hadden conform de regels met financiële boetes bestraft moeten worden. Dat was ook de lijn van de Europese Commissie. Maar de ministers van Financiën besloten in overgrote meerderheid anders: beide Europese grootmachten mochten meer tijd nemen om hun tekorten te reduceren. De ministers vonden de richting waarin het tekort zich bewoog belangrijker dan het feitelijke cijfer.

De Europese Commissie besloot hierop de zaak voor te leggen aan het Europees Hof van Justitie in Luxemburg. In juli van dit jaar oordeelde het Hof dat de ministers van Financiën met hun besluit van november de Europese Commissie in haar rol als toezichthouder buitenspel hadden gezet en dat dit in strijd met de regels was. Inhoudelijk gaf het Hof geen oordeel over de kwestie. Het Hof dient slechts te oordelen over de procedure.

De uitspraak van het Hof leidde niet tot grote commotie in de EU-lidstaten. In feite waren ten tijde van de uitspraak alle landen het er al over eens dat een stelsel van regels die zo vaak wordt overtreden geen goed stelsel is. Dus moeten de regels worden veranderd. Toch is verandering een woord dat niet voorkomt in het voorstel van de Europese Commissie. En ook waakte de Spaanse commissaris voor Monetaire Zaken, Joaquín Almunia, er gisteren bij de presentatie van het stuk voor het woord `versoepelen' in de mond te nemen. Liever spraken hij en commissievoorzitter Romano Prodi van een meer realistische benadering.

De realistische benadering is dat behalve de kille cijfers ook de omstandigheden waaronder een tekort is ontstaan een grotere rol spelen bij de vraag of een land een tekort binnen de in het zogeheten Stabiliteits- en Groeipact opgenomen termijn dient te verminderen. Als theoretisch voorbeeld noemde Almunia een land dat maatregelen heeft getroffen om het tekort te verminderen, maar dat vervolgens wordt geconfronteerd met de gevolgen van de sterk gestegen olieprijs. Die omstandigheid mag dan worden meegewogen bij de vraag of een land meer tijd krijgt om het tekort weg te werken.

Ook zal er meer gekeken worden naar de totale staatsschuld van een land dat in overtreding is. Zo zal een land met een relatief kleine staatsschuld milder worden beoordeeld als het wegwerken van het tekort trager verloopt.

De keerzijde van de meer pragmatische, politieke benadering van de tekorten is dat Europa zich nu ook zal bezighouden met de boekhouding van landen die een overschot hebben. In dat geval zal Europa eisen dat er gespaard gaat worden voor economisch slechte tijden.

Het debat over de voorstellen van de Europese Commissie zal nog wel enige tijd in beslag nemen. Zalm zei eerder deze week er rekening mee te houden dat de besluitvorming niet al tijdens het Nederlandse voorzitterschap zal plaatsvinden. Die `schande' blijft hem dan in elk geval bespaard. Het leiden van het debat over het versoepelen van de begrotingsregels is voor hem al erg genoeg. En Zalms critici in Europa weten dat. Of was het slechts een onschuldige opmerking van commissaris Almunia toen hij gisteren de Nederlandse regering maar ,,in het bijzonder Gerrit Zalm'' bedankte voor het op de agenda zetten van de discussie over de begrotingsregels?

    • Mark Kranenburg