Patholoog niet alleen voor obducties en misdaad

Het interview met een collega-patholoog in de serie `Beroepen met een negatief imago', getiteld `Geïnteresseerd in lijken' (NRC Handelsblad, 18 augustus) geeft volgens ons een onjuist, tabloid-achtig beeld van de patholoog, alsof deze vooral betrokken is bij obducties en misdaden. Dit laatste betreft echter een klein deel-specialisme: de gerechtelijke (forensische) pathologie, welke in het Forensisch Instituut in Rijswijk uitgevoerd wordt door zes forensische pathologen. De overige 300 Nederlandse pathologen zijn medisch-specialisten die met microscopisch en meer geavanceerde onderzoek voornamelijk diagnostiek bij levende patiënten verrichten, bijvoorbeeld door te onderzoeken of een weggenomen stukje huid een goed- of kwaadaardig gezwel bevat. Als weefseldeskundigen zijn zij bovendien nauw betrokken bij nieuwe medische ontwikkelingen rond ontsteking en kanker.

Enkele getallen: in 2002 beoordeelden de Nederlandse pathologen 989.592 weefselpreparaten, en 1.006.371 celpreparaten. Zij verrichten ook obducties, uitsluitend op patiënten die onder natuurlijke omstandigheden zijn overleden en waarbij de familie of behandelend arts de doodsoorzaak of het effect van een bepaalde behandeling of ingreep wil weten. In 2002 werden 9.241 ziekenhuisobducties verricht.

Een tweede aspect vereist een reactie. De geïnterviewde forensisch-patholoog stelt ,,niet emotioneel betrokken te zijn bij een vermoord kind''. En ,,daar herken je een patholoog aan: als er een lijk te zien is deinst iedereen achteruit. Behalve de patholoog, die springt er juist op af''. Dit vinden wij zeer ongelukkige uitspraken: een arts met bovenmatige belangstelling voor obducties zou, bij ons solliciterend voor een opleidingsplaats, onmiddellijk worden afgewezen. Juist de patholoog dient zich zowel met empathie, egards als distantie op te stellen als het overledenen betreft.

    • Prof.Dr. Ph.M Kluin Dr. H. Hollema
    • Opleiders Pathologie Azg