Nog dikker

Dit is een trend waarover de media nog niets hebben gemeld. In het openbaar vervoer zie je meer en meer mensen die liever aan het gangpad dan aan het raam zitten. Aan hun linkerkant laten ze een mooie plaats onbezet. Terloops vraag je je af waarom ze dat doen. Claustrofobie, bijgeloof, haast, ze willen `gewoon' zo dicht mogelijk bij de uitgang zitten, nog andere motieven. Ik zou het wel willen vragen, maar doe het niet omdat ik niet van oneigenlijke toenaderingspogingen verdacht wil worden. Maar voor iemand die graag aan het raam zit blijft het een kleine hindernis. Met hun lichamelijke aanwezigheid wekken ze, zo bedoeld of niet, de indruk dat die lege ruimte taboe is. Nog sterker wordt het als ze daar hun pakjes, tassen, een rugzak hebben neergezet. Om je meester te maken van wat in beginsel een vrije plaats is moet je dit taboe doorbreken.

Doe je dat? Het hangt van de situatie af. Ik zal graag een jongere ertoe brengen een nieuwe plaats voor zijn rugzak en desnoods zichzelf te zoeken. Een sterke man van middelbare leeftijd die zich zichtbaar extra breed zit te maken. Over het algemeen types van wie je bij de eerste aanblik denkt: hoepel op. En zo zijn er ook mensen die je, omdat er nu eenmaal normen en waarden zijn, zonder er verder over na te denken met rust laat. Maar zoals het in dit soort vraagstukken altijd gaat: er zijn grensgevallen.

In deze combino – het nieuwste model van de Amsterdamse tram – zat op een tweepersoons bank grenzend aan de `harmonica' (horend bij de geleding waardoor de wagen bochten kan maken) aan het gangpad een bijzonder dikke vrouw van een jaar of dertig. De plaats aan het raam, of wat er nog van die ruimte was overgebleven, was leeg. De laatste plaats die vrij was. Wat te doen? In een verder normaal geval blijf je staan, want dit is een van de nauwste plaatsen in het openbaar vervoer überhaupt, en zeker naast een passagier van die omvang. Maar dit was geen normaal geval. Ze zat te eten uit twee krakende zakjes, afwisselend een wokkel en een Snicker, en toen een zakje leeg was, greep ze uit haar tas het volgende lekkers.

Eten en drinken in het openbaar vervoer moet je al tot het uiterste beperken, lijkt mij. Agressief en onophoudelijk eten – het zou niet verboden moeten worden, maar je zou niet op het idee moeten komen. En zeker niet als je daarbij aan het gangpad gaat zitten met een lege raamplaats naast je. Bij wijze van vruchteloze verzetsdaad ging ik naast haar zitten. Was ingeklemd, gevangen genomen. Ze at door, gewoon door. Nog dikker heeft ze de tram verlaten.

Aan het begin van deze week heeft het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu opnieuw de noodklok geluid. ,,Veel eten is riskanter dan onveilig eten'', meldde deze krant op 1 september op de voorpagina. En verderop in het bericht: ,,De Nederlandse voeding is, ondanks jarenlange voedselvoorlichting, niet goed van samenstelling. (...) De afgelopen 25 jaar is het aantal Nederlanders met ernstig overgewicht verdubbeld.'' Het klinkt wat verongelijkt, dit `ondanks jarenlange voedselvoorlichting'. Zo gaat het nu eenmaal met voorlichting. Jarenlang ben je er mee bezig, en dan, na een kwart eeuw blijkt dat twee maal zoveel mensen niet goed naar je hebben geluisterd.

Ligt het dan, wetenschappelijk, niet voor de hand eens een onderzoek naar de voorlichting te doen? Nee. Er is een geheime wet die zegt dat na een kwart eeuw van waarschuwen op z'n minst tweemaal zoveel mensen datgene doen waarvoor zo gewaarschuwd is. Onderzoek is niet nodig. Denk bijvoorbeeld ook aan hard rijden in een auto. Zolang er auto's bestaan, wordt er gewaarschuwd: rij voorzichtig! Om de automobilisten daartoe te brengen is er langzamerhand een dwangsysteem ontwikkeld dat je in een inrichting voor de gevaarlijkste misdadigers zou verwachten. Maar de gemiddelde mens vindt hard rijden zo lekker dat nu weer een eerzuchtige politicus zich tot het volk gaat wenden om straks in z'n eentje verhoging van de maximumsnelheid te bevorderen. Het wordt niks, maar zo'n man is nu eenmaal niet te temmen.

Ik ben geen veeleter en daarom kan ik er niet over oordelen. Maar misschien is er een zekere analogie tussen de drang tot te veel eten en die tot te hard rijden. Vergelijk de televisiereclame voor het een en het ander. Telkens weer nieuwe auto's die feilloos zoevend door de bochten gaan, de bestuurders en hun passagiers die stralend van geluk in de unieke rij-ervaring delen. En dan de maaltijden, de gebraden kippenpootjes, kant-en-klaar-maaltijden, maaltijdsoepen, pastatraktaties, allemaal hetzelfde geluk veroorzakend dat de nieuwe auto bij zijn eigenaar teweegbrengt. Het verschil tussen de auto en de grote maaltijd is in dit geval dat je met de auto ook iemand anders dood kunt rijden, terwijl je met dit continu geweldige eten alleen iemand in het openbaar vervoer treft.

Te veel eten hoort tot onze individuele vrijheden. Daarom kan er alleen tegen worden gewaarschuwd. In 2002 heb ik een stukje geschreven, toen onze overheid een nationale campagne was begonnen met de leuze Maak je niet dik! Dat geld hadden ze zich en ons kunnen besparen. Vorig jaar weer een stukje, naar aanleiding van de volgende campagne. De slagzin ben ik vergeten. Nu het derde stukje, over dit rapport van het RIVM. Dat heet Ons eten gemeten. Het rijmt. Voor een waarschuwingscampagne van onze overheid is dit het veegste teken. Wacht op de volgende medische onthulling.

    • S. Montag