Laat kwetsbaar cultureel erfgoed niet aan politici over

Ik wil een kanttekening plaatsen bij het artikel `De overheid denkt niet na over musea' (NRC Handelsblad, 28 augustus). De eenzijdige nadruk die overheden leggen op bezoekcijfers van musea ten faveure van andere prestatie-indicatoren heeft een paradoxale werking op bedrijfsresultaten van deze instellingen. Meer bezoekers in musea leidt tot een verhoging van de inkomsten die vrijwel altijd percentueel achterblijft bij de daaraan verbonden hogere uitgaven voor de exploitatie.

Onderzoek naar de exploitatie van het geprivatiseerde slot Loevestein toonde aan dat de kosten van de exploitatie oplopen bij de toename van het bezoek. Populair zijn bij het publiek en dus je werk goed doen, kost de instelling geld en leidt daarmee tot een grotere afhankelijkheid van andere inkomstenbronnen zoals subsidie en sponsoring. In dat opzicht lijkt de privatisering haar doel voorbij te schieten. Op zich is het goed dat erfgoedinstellingen aangemoedigd worden om zich sterker als publieksgerichte instellingen te profileren, maar het marktmechanisme werkt in de culturele sector fundamenteel anders dan bij gewone producten en diensten. In feite leidt de huidige situatie tot een financiële afstraffing van succesvol publieksgericht beleid. Geregeld wordt er verwezen naar de situatie in de VS waar musea wel floreren zonder overheidssubsidies. Voor het gemak wordt dan wel vergeten dat de belastingwetgeving aldaar het in feite toestaat dat de Amerikanen hun eigen doelen voor de hun verschuldigde belastingen kunnen bepalen. De aftrekbaarheid van donaties aan culturele instellingen zorgt ervoor dat de belastingbetaler zelf een bestedingsprioriteit voor zijn belastinggeld kan aangeven. Als de overheid zich in toenemende mate wil terugtrekken uit de culturele sector, moet zij de sector ook de middelen verschaffen om zelf geld uit de samenleving te genereren. Het is daarbij te eenzijdig om alleen op de sponsoring door het bedrijfsleven te rekenen. Dat kan ook door het publiek in de gelegenheid te stellen te bepalen of een deel van haar belastinggeld aan de culturele sector ten goede zou moeten komen. Cultureel erfgoed is een te kwetsbaar goed om alleen aan politici over te laten wier beleidshorizon in het gunstigste geval vier jaar omvat en dat is iets te kort voor de continuïteit van ons collectieve verleden.

    • Frans Schouten
    • Nhtv Internationale Hogeschool