Kift om exoplaneet

De presentatie van een klein formaat exoplaneet met wellicht een rotsachtig voorkomen, vorige week woensdag in Stockholm op de eerste EuroScience Open Forum-bijeenkomst, is Amerikaanse astronomen in het verkeerde keelgat geschoten. ``I was shocked'', aldus Barbara McArthur van de University of Texas (Houston) tegenover Science now. ``It's outrageous, and everyone sees it that way'', vulde een collega aan.

De eerste exoplaneet, die elders in het heelal baantjes om een zonachtige ster draait, is in 1995 ontdekt door de Zwitsers Michel Mayor en Didier Queloz. Sindsdien zijn tal van planetenjagers actief, met de Australiër Paul Butler als een van de succesvolste. Intussen zijn er zo'n 130 gevonden en, mede door de waarneemtechnieken (en hun beperkingen), steeds ging het om gasbollen van het formaat Jupiter, honderden keren zo groot als de aarde. Onbewoonbare planeten dus.

De aankondiging van de vondst van een klein formaat exoplaneet, veertien keer zo groot als de aarde en daarmee van het formaat Neptunus, was dan ook groot nieuws. Een team astronomen onder leiding van Nuno Santos (Universiteit van Lissabon) vond hem met behulp van een nieuwe techniek, gebruik makend van een gevoelige spectrometer die onlangs op het ESO-observatorium La Salla in Chili is geplaatst. Ze wisten dat ze iets moois in handen hadden en aarzelden niet de buitenwereld daarvan in kennis te stellen. Vijf dagen na de laatste waarnemingen in Chili presenteerden ze hun `aardse' planeet op 25 augustus in Stockholm.

Twee Amerikaanse teams die ieder ook een exoplaneet van het formaat Neptunus hadden gevonden, en deze 31 augustus op een gezamenlijke NASA-persconferentie wilden presenteren, zagen verbijsterd toe hoe ze op het laatste moment door de Europese concurrentie werden voorbijgesneld. Extra zeer voelde dat, omdat de exoplaneet van Santos en consorten weliswaar aan het tijdschrift Astronomy & Astrophysics is aangeboden, maar de peer review nog moet doorstaan. En dat terwijl de exoplaneet van Barbara McArthur al helemaal door de molen is, met een publicatie die gepland staat voor half september.

De Amerikanen zien de Europese move – met als pikant detail dat Santos' team ook astronomen telt die bij McArthur co-auteur zijn – als een overhaast en onbesuisd zoeken van publiciteit om maar alsnog met de eer te kunnen gaan strijken. Eer die hen niet toekomt. Over Amerikaanse zeden en gewoonten op het gebied van credits sprak McArthur niet.

    • Dirk van Delft