Iets met mensen

De instroom van vrouwen in het technisch hoger onderwijs daalt. Ondanks de opmars van de zachte, `mens-gerichte' techniekopleidingen als human mechanical engineering.

PLAK HET Engelse woord human voor de naam van een technische studie en dan klinkt die opeens menselijk. Maatschappelijk betrokken ook. Zo heb je sinds enkele jaren human technology aan de Hanzehogeschool Groningen en aan de Haagse Hogeschool. En human electrical engineering en human mechanical engineering aan de Fontys Hogescholen. Techniek klinkt ook een stuk toegankelijker in combinatie met alfa-onderwerpen. Neem multimedia en cultuur, een onverwachte studievariant van informatica aan de Vrije Universiteit. Of neem kunst en techniek aan de Saxion Hogeschool in Enschede.

Maar niet alleen de naam is anders. De studenten van deze jongste technische studies houden zich meer dan de klassieke technicus bezig met de interactie tussen mens en techniek. Waar de klassieke technicus vooral technische foefjes bedenkt, heeft de human technoloog oog voor het maatschappelijke aspect van techniek: wat doet de gebruiker ermee en wat vraagt de markt. Studenten krijgen naast techniek daarom ook vakken als psychologie, ergonomie, communicatie, marketing en organisatiekunde.

klassiekers

De studies moeten de techniekopleidingen aantrekkelijker maken. Vooral voor meisjes. Maar de hoge verwachtingen omtrent de instroom van meisjes zijn niet uitgekomen. Vier jaar na de oprichting van de eerste human-opleidingen stellen de cijfers teleur. De opleidingen trekken wel meer meisjes dan klassiekers als werktuigbouwkunde en elektrotechniek, maar de vrouwen vormen nog steeds een kleine minderheid.

Human technology aan de Hanzehogeschool Groningen trekt meer studenten dan een doorsnee techniekopleiding: dit jaar zijn er 112 eerstejaars. Maar het aandeel meisjes komt niet in de buurt van de dertig procent waarop de oprichters in 2000 hoopten: tien tot vijftien procent van de studenten is vrouw. En dat terwijl de drempel laag is: studenten kunnen met alle eindexamenpakketten instromen. ``Een punt van zorg', zegt lector Rianne Valkenburg van human technology in Groningen. ``Onze studie gaat voor een groot deel over mensen. We merken ook dat dat meisjes aanspreekt. Maar het blijft een technische opleiding. Je wordt er ingenieur mee. Dat schrikt kennelijk dan toch weer meisjes af.''

Bij human electrical engineering van Fontys Hogescholen in Eindhoven staan momenteel 10 nieuwe studenten ingeschreven, onder wie één vrouw. Human mechanical engineering heeft drie procent vrouwen.

Aan de Nijmeegse en de Utrechtse universiteit hoopten de informatici meer meisjes te trekken met informatiekunde, een mix van informatica en gammadisciplines en in Nijmegen met taalkunde er nog bij. De toelatingseisen zijn minder streng dan bij andere informaticaopleidingen: wiskunde A volstaat. En ook hier vakken als psychologie en communicatie. Maar de meisjes happen niet toe. Tussen de 23 eerstejaars informatiekunde in Nijmegen zat afgelopen jaar één meisje, het jaar ervoor geen. Bij informatiekunde in Utrecht is het aandeel meisjes 10 procent.``De lage instroom van meisjes verbaast ons'', zucht studieadviseur Corine de Gee. ``Het lukt ons niet om ze te bereiken. Ze komen niet eens naar onze voorlichtingsdagen.''

Bij multimedia en cultuur, de studievariant van informatica aan de VU, studeert komend jaar de eerste lichting af: tien jongens en drie meisjes. De groep jongens bestaat voor een deel uit afhakers van de reguliere informaticastudie. ``Dat is dan een beetje kannibalisme'', zegt initiator Gerrit van der Veer. Een kleine dertig procent meisjes is niet slecht, vindt Van der Veer, maar het onderzoek onder middelbare scholieren dat hij vooraf liet gaan aan de nieuwe studie voorspelde een instroom van vijftig procent meisjes. Ook Van der Veer denkt dat de naam van zijn faculteit meisjes afschrikt: ``Wij vallen onder de faculteit exacte wetenschappen, daar kan ik weinig aan veranderen. Dat is nu eenmaal de poort waardoor onze studenten binnenkomen.''

uitstraling

De opleiding kunst en techniek van de Saxion Hogeschool in Enschede heeft zich afgescheiden van de techniekafdeling. Kunst en techniek vormt samen met de opleiding textiel een aparte academie: de Academie voor toegepaste kunst en techniek. En dat werkt, zegt oprichter Bas Obe Hampsink. ``Je hele uitstraling wordt anders. We worden nu minder snel geassocieerd met de harde techniek.'' Kunst en techniek, met vakken als kunstgeschiedenis, filosofie en psychologie, trekt nu 120 eerstejaars. Een vijfde is vrouw. Nog niet spectaculair, zegt Obe Hampsink, maar hij hoopt dat de groep vrouwen de komende jaren groeit.

Niet dat hij reden heeft om optimistisch te zijn. Sinds 2000 is de instroom van vrouwen in het technisch hbo gedaald van 17,7 naar 13,8 procent. Het afgelopen jaar schreven zich 2.323 vrouwen in voor een technische hbo-studie. In het technisch wetenschappelijk onderwijs schommelt de instroom van vrouwen al vier jaar tussen de 17 en 18 procent. In het studiejaar 2003/2004 begonnen in het technisch wetenschappelijk onderwijs 900 vrouwen aan een nieuwe studie.

``Je ziet dat veel harde techniekopleidingen op dit moment nauwelijks meisjes trekken. Wat dat betreft doen wij het nog best goed. Er zijn gewoon verschillen tussen jongens en meisjes op dit vlak'', zegt Valkenburg van human technology in Groningen. ``Maar'', vervolgt ze, ``het gaat erom die meisjes voor je te interesseren die techniek wél leuk vinden. En dat lukt ons nog onvoldoende.'' Zuid-Europese landen als Spanje, Portugal, Italië en Turkije scoren wat dat betreft beter. Daar melden zich ook voor harde techniekopleidingen grote groepen vrouwen aan. In Nederland gebeurt dat alleen bij techniekstudies met raakvlakken in de gezondheidszorg, zoals orthopedische technieken aan de hogeschool en biomedische technologie aan de universiteit. En dat terwijl de overheid meisjes al sinds begin jaren tachtig aangespoort om bèta- en techniek te kiezen. Scholieren werden om de oren geslagen met campagnes als Kies Exact en Een slimme meid is op haar toekomst voorbereid.

nerd-imago

We moeten geduld hebben met die nieuwe studies, zegt directeur Cocky Booy van de organisatie voor vrouwen in hogere technische opleidingen en functies (VHTO). ``Er is nu wel een aantal opleidingen opgezet dat raakvlakken heeft met andere disciplines, maar er zijn nog een heleboel harde techniekopleidingen die het nerd-imago bevestigen. Daardoor overheerst nog steeds het beeld dat techniek weinig met mensen van doen heeft. En meisjes hebben nu juist een voorkeur voor mens-gerichte studies. We zijn er nog lang niet.''

Jan Geurts, lector pedagogiek van de beroepsvorming aan de Haagse Hogeschool, stond als adviseur van de vroegere Stichting Axis aan de basis van het nieuwe technisch onderwijs. Hij verwacht er nog steeds veel van. Zeker als het gaat om hoger beroepsonderwijs. ``Er komen steeds meer hogescholen bij die hun technisch onderwijs hervormen. Dat moet toch een keer een effect krijgen.'' Dat die effecten nu niet opvallend zijn wat de deelname van vrouwen betreft, ligt volgens hem ook aan de hogescholen. ``Sommige hogescholen doen wel een nieuw kaftje om hun opleiding, maar veranderen inhoudelijk weinig. Ze moeten beter kijken naar wat meisjes willen en daar ook hun programma en loopbaanbegeleiding op aanpassen.''

De VHTO en Geurts zien in ieder geval geen heil in het plan van minister Van der Hoeven om bètabeurzen uit te delen. Althans niet als het gaat om de werving van vrouwen. ``Uit onderzoeken blijkt dat meisjes niet geïnteresseerd zijn in wervingspremies. Meisjes laten zich uitgebreid voorlichten voordat ze zeer bewust voor een studie kiezen en een financiële stimulans zal zeker geen reden zijn om voor een andere studie te kiezen'', aldus de VHTO.