Geert Wilders

De VVD is me lief, maar mijn ideeën zijn me liever. Als ik niet meer mag zeggen wat ik wil, overleef ik het niet bij de VVD.

(Geert Wilders, 31 augustus)

Een van mijn voorgangers zou zeggen: het is klein bier.

(VVD-fractievoorzitter Van Aartsen, 31 augustus)

Het is absoluut niet de bedoeling Wilders uit de partij te zetten. Zo zit onze partij niet in elkaar. Wel moet Wilders het komende fractieweekeinde uitleggen wat hij wil en hoe hij de zaken ziet. Als zijn ideeën niet overeenkomen met de rest van de fractie, zal hij zelf zijn conclusies moeten trekken. Dat is aan hem.

(Van Aartsen in Trouw, 31 augustus)

Dat hij[Van Aartsen] hem [Geert Wilders] steeds een grote vrijheid heeft gegund, vind ik een prima lijn. Zelf heb ik als fractievoorzitter ook altijd de Kamerleden veel vrijheid gegeven. Maar als het om politiek zware issues gaat, is het de fractieleider die beslist.

(Hans Wiegel in Het Parool, 1 september)

In politiek Den Haag staat niet zelfstandig denken en handelen hoog aangeschreven, maar volgzaamheid, gehoorzaamheid, fractiediscipline, de belangen van de coalitiegenoten, samenwerken ook met zogenaamde politieke tegenstanders die immers de volgende coalitiegenoten kunnen zijn.

(Bart Jan Spruyt in NRC Handelsblad, 1 september)

Als Wilders de vrijheid had gewild om op dit punt (toetreding van Turkije tot de EU, red.) zijn eigen gang te gaan, had hij een voorbehoud bij het verkiezingsprogramma moeten maken. [...] Hij had bovendien gerust tot december kunnen wachten met het spuien van een eigen mening. Het geschil kan dus niet echt over Turkije gaan.

(Kees Lunshof in De Telegraaf, 3 september)