Erotische vertellingen

In de laatste aflevering van de serie Italiaanse klassieken op dvd deze maand Boccaccio 70 van vier regisseurs. Vier verhalen over erotische drift en seksuele macht.

Een jong stel is in het geniep getrouwd. De lust dampt van ze af.

Een fatsoensrakker raakt geobsedeerd door een vamp op reuzinnenformaat.

Een puissant rijke vrouw creëert een baan voor zichzelf. Callgirl. Met haar overspelige echtgenoot als klant.

Een clandestiene loterij kent één prijs: een nacht met de juffrouw van de schiettent.

Het filmvierluik dat in 1962 uit deze verhalen werd samengesteld, wilde de burgers uitdagen om zich te laten choqueren. En dus verwees de titel Boccaccio 70 naar Giovanni Boccaccio, de 14de-eeuwse schrijver die met zijn Decamerone een verzameling scandaleuze vertellingen schiep ('vrijmoedig' heette dat in 1962). Het getal 70 in de titel sloeg op de verwachting dat deze film zo stout was dat de censuur er pas acht jaar later, in 1970, vrede mee zou hebben. De verantwoordelijke cineasten, Mario Monicelli, Federico Fellini, Luchino Visconti en Vittorio de Sica, waren plaaggeesten, provocateurs. Ze stuurden hun publiek naar de bioscoop voor een avondje o la la, en het kwam er bedrogen uit. Scandaleus? Ach, wat heet. De complete naakte rug van Romy Schneider is, in een flits, op afstand en ook nog eens via een spiegel, te bewonderen, en Sophia Loren staat in haar beha. Maar verder?

Het is een feit, alle vier de verhalen van Boccaccio 70 draaien om zin in vrijen. Ze gaan over erotische drift en seksuele macht. Met tederheid of verliefdheid verspillen ze geen tijd, ze concentreren zich op hitsige hartstocht. Maar uiteindelijk komen ze op hetzelfde uit: ze vertellen hoe graag iemand wil en hoe het er vervolgens niet van komt.

Het pasgetrouwde stel van Monicelli krijgt de kans niet, door sociale omstandigheden als woningnood, geldgebrek en overwerkt zijn. De moraalridder van Fellini houdt vast aan zijn fatsoen (en dat zal 'm de rest van zijn leven spijten). Visconti's playboy vernedert zijn echtgenote door veel te gretig in te gaan op haar callgirl-aanbod. En de winnaar van de loterij bij De Sica ziet, eenmaal oog in oog met de imposante 'prijs', van incasseren af.

Er 'gebeurt' dus niets.

Maar er gebeurt heel veel, laat dat maar over aan deze filmers. Hun bijdragen aan Boccaccio 70 dampen van hun obsessies, en voor de gelegenheid hebben ze hun persoonlijke stijl tot een kookpunt opgestookt. En zo werd, in slechts 45 à 50 minuten per deel, elk van deze films een concentraat van het werk van zijn regisseur, een sleutel tot zijn werk, een spoedcursus.

De Vrouw

Het meest in het oog springt dat met Federico Fellini's bijdrage, waarin hij onverholen zijn angst voor, verlangen naar en onvermogen tot overgave aan de Vrouw botviert. Stemt dat zijn andere films zwartgallig, hier greep hij de kans voor flamboyante gein. Al direct krioelt het van Fellini-fantasiebeelden, vol langsdravende schoolkinderen in uniformpjes, roodgefrokte priesters, ongenaakbare fotomodellen met slangennekken. Mooi is mollig, kwezelig is bleek en week. De titel, De verleidingen van Dr. Antonio, verwijst naar de duivelse verlokkingen waar de heilige Antonius in de woestijn aan onderworpen werd. Antonius was heilig. Fellini's Dr. Antonio dénkt dat hij heilig is. Hij komt bedrogen uit. Zijn woes- tijn is het kale veldje voor zijn flat, waar plotseling onder Felliniaans feestgedruis een enorm reclamebord wordt opgericht. Er klinkt een vrolijk liedje: 'Drink meer melk!' Op het bord strekt zich een geschilderde blondine uit, Anita Ekberg, diva uit La dolce vita. Haar zwartgehandschoende hand proost met een glas melk.

Dr. Antonio is verloren. Hij beseft het zelf nog niet maar wij zien het: hij denkt alleen aan haar. Zijn geheime verlangen vervullend, stapt ze van haar bord af, gigantisch en rond en onweerstaanbaar. Hij vecht, maar niet heus. Tussen haar borsten beland vergeet hij zichzelf een kort moment, maar hij beheerst zich. Ze krimpt, daalt af tot zijn niveau, maar hij blijkt ook van geest te klein voor haar.

Dr. Antonio kan niet anders dan versagen, omdat hij niet bang is voor haar maar voor zijn eigen driften - de driften die Fellini in al zijn films analyseert en beweent, beducht voor de oervrouw die hij steeds weer zoekt en dan steeds weer schuwt.

Intiem in menigten

Voorafgaand aan deze wilde fantasie presenteert Boccaccio 70 Renzo en Luciana van Mario Monicelli, meester van de sociale komedie. Uitgelaten zet hij de moderne tijd van de vroege jaren zestig te kijk, met megakantoren, prikklokken, glas, staal, beton en productiedwang. Subtiel duidt hij op de verborgen armoe (staanplaatsen in de bioscoop) tegenover een economische bloei die zo hongert naar arbeidskracht dat vrouwen contractueel verplicht worden om niet te trouwen.

Twee piepjonge mensen hunkeren naar elkaar en wat let ze: ze zijn stiekem getrouwd, seks mag nu. Dat het er niet van komt, is niet omdat ze niet willen. Hun bed wordt door een dunne triplex deur gescheiden van de beschamende nabijheid van de ouders bij wie ze inwonen. Intimiteit is alleen mogelijk te midden van, door Monicelli op volle sterkte in beeld gebrachte, menigten; in het zwembad, in de dancing. Alleen daar kun je onbespied tegen elkaar hangen. Hebben ze eindelijk een eigen flatje, dan treffen ze elkaar alleen nog 's ochtends, als zij gehaast naar haar werk gaat en hij, nachtwaker, in bed stapt. Hij kruipt in haar warmte, omhelst haar kussen.

Verziekte strijd

Luchino Visconti noemde zijn segment Het werk. Wie L'innocente zag, herkent zijn onmedelijdende inzicht in de wereld van rijkdom en hoge geboorte, zijn languissante weergave van onvervuld bestaan. Maar dit keer poetst hij zijn verhaal niet op met het floers van de verleden tijd, dit keer sleurt hij ons mee in een vulgair heden van haute couture en boulevardbladen. Tegen een decor van door Visconti gulzig vastgelegde weelde en een even verantwoorde als karakterloze goede smaak, voert een echtpaar een verziekte strijd. Ze zijn goed in zoete gezichten, ze moeten wel. Adel trouwde met geld, rijkdom werd uitgehuwelijkt in ruil voor prestige - geluk was de inzet niet, liefde veins je uit eigenbelang. De vrouw heeft besloten tot het spelen van alles of niets. Haar man is te veel nihilist om dat zelfs maar op te merken. Seks als zakendoen met liefde als geheime agenda, dat moet wel uitlopen op een verscheurende desillusie.

Jandoedel

Het slotakkoord van Boccaccio 70 is voor Vittorio de Sica. De loterij heet zijn bijdrage. Met brede streken vol muziek, met zijn gebruikelijke inzet van documentair materiaal (in dit geval weggekaapt op een provinciale veemarkt) en met zijn sluwe oog voor kenmerkende details (eventjes een gedeeld danspasje van twee boeren in het café) schildert hij hoe een dorp op zijn kop wordt gezet wanneer een hemels begerenswaardige vrouw letterlijk binnen handbereik komt. De grootste jandoedel wint. Hij komt niet verder dan de rand van het bed in de woonwagen - gelukkig maar, de goeie ziel was er misschien in gebleven. De vrouw maakt het goed met 'm: hij mag jokken dat ze de zijne is geweest en meer hoeft ook niet. In triomf wordt de slome binnengehaald, zijn kin omhoog, zijn altijd afhangende schouders naar achteren, zijn stropdas zelfs los. Nooit zal hij meer een loser zijn.

En De Sica? Hij bevestigt met De loterij' hoe vaardig hij de commedia all'Italiana beheerst, hij wappert met zijn flair, etaleert zijn verfijnde melancholie. Zou hij beseft hebben dat deze film zijn enige serieuze obsessie verraadt? Sophia Loren. In geen van alle films die ze samen maakten zong hij zo hartgrondig haar glorie.

Tel de onderdelen van Boccaccio 70 bij elkaar op en je stuit op de malle waarheid van het leven. We zijn allemaal prutsers, maar we prutsen met verve. Er bestaan meer films met dat thema. Deze bediende zich van de brille van de klassieke Italiaanse cinema. En dat is de mooiste filmkunst die er ooit heeft bestaan.

Dit is de laatste aflevering van de serie Italiaanse klassieken.

In november begint een nieuwe reeks: de moderne Europese cinema.

Deel 1: Les valseuses van Bertrand Blier.