Er zijn twee Amerika's

Maartje Duin ging undercover bij de jonge Republikeinen in New York. Een dagboek.

Zaterdag 28 augustus

Het is nog vroeg als ik over de Gotham-brug rijd, New York in. Mijn hart bonst in mijn keel. Heb ik mijn rol als jonge Republikein al een beetje in de vingers? Imaginair Republikeins vriendje: check. Imaginair actief verleden bij de VVD: check. Nu alleen nog een grijs mantelpak.

In een warenhuis om de hoek bij Ground Zero vind ik een keurig deux-pièce. 38 dollar, maar dat zie je er niet aan af.

Een paar uur later ontmoet ik mijn medevrijwilligers in ons hotel aan Central Park. Ze zijn veel hipper dan ik dacht. Rachel, Ryan en Tonya heten ze. Morgen komen er nog tientallen anderen, de meesten studenten die een carrière in de politiek overwegen. In de ideeën van de Republican Youth Majority kunnen ze zich vinden. `Pro-choice, pro-environment, pro-fiscal responsibility' is hun motto. Hoewel dit sommige Republikeinen tegen de borst stuit, levert het de partij uiteindelijk meer stemmen op als ze ook wat vooruitstrevender kiezers welkom heten.

In een kroeg op Times Square hebben we 's avonds een fel debat over abortus met de veel conservatievere College Republicans uit Ohio. Leuk wel. Vooral die Tonya is goed van de tongriem gesneden. Niemand vindt het vreemd dat ik uit Nederland kom en zo betrokken ben bij de Amerikaanse politiek.

Zondag 29 augustus

De dag van het grote protest. Er zijn vandaag honderdduizenden demonstranten op de been, maar ik merk er niets van. Hun New York is strikt gescheiden van het onze. ,,There are two Americas'', zou John Edwards zeggen.

Wij hollen het ene hotel uit, het andere in, drukken foldertjes bij de Kinko's, bezoeken een receptie van een Republikeinse homo-groep met burgemeester Bloomberg en een eindeloos buffet.

Op onze discussie van gisteravond na wordt er opvallend weinig over politieke ideologieën gepraat. Ik geloof dat het daar ook niet om gaat deze week. Waar het wel om gaat, wordt ons 's avonds duidelijk gemaakt door Roman Buhler. Hij is de man achter de Republican Youth Majority en betaalt onze hotelkamers à raison van 300 dollar per nacht. Hoe hij aan zijn geld komt, blijft onduidelijk. De woorden `Washington' en `lobbyist' vallen.

Roman is een kalende vijftiger met driftige handgebaren. Hij praat niet, hij buldert. Wij zijn de toekomst van de Republikeinse Partij, houdt hij ons voor. ,,Een van jullie kan de Karl Rove van 2028 zijn'', zegt hij, doelend op de campagnemanager van Bush.

We moeten met z'n vijftigen vijfduizend visitekaartjes verzamelen en honderd nieuwe vrijwilligers recruteren. Onze RYM-buttons moeten we duidelijk zichtbaar op onze jasjes dragen. En we moeten ons elke ochtend om kwart over zeven melden. ,,Campagnes draaien op twee dingen'', buldert hij, ,,geld en slaafjes. Jullie zijn de slaafjes.''

Maandag 30 augustus

Voor dag en dauw haasten we ons naar het Marriott Hotel voor een vrijwilligerstraining; morgen wordt hier een lunch met Laura Bush en haar dochters gehouden. De gastvrouwen zijn een leger matrones dat zich de National Federation of Republican Women noemt. ,,Security will be tight'', dreigen ze. We moeten al onze spullen achterlaten in een afgesloten kamer.

Terug bij het hotel krijgen Tonya en ik door strategisch flirtwerk met een gedelegeerde uit Kansas twee kaarten voor de conventie te pakken. Veel tijd om ons daarover te verkneukelen hebben we niet, want er staat alweer een ander feest op het programma.

In de metro op weg daar naartoe bijt een jongen mij toe ,,to go fuck myself''. Ik was vergeten de Republikeinse button van mijn jasje te halen.

Het feest vindt plaats op een oud marineschip. Het gezelschap bestaat uit de gouverneur van Massachusetts, een handvol senatoren en de zakenmannen die deze receptie betalen. Met elke martini groei ik in mijn rol. Onvermoeibaar hoor ik mezelf het belang van een `inclusive, rather than an exclusive' partij verdedigen. En passant deel ik foldertjes uit en verzamel ik visitekaartjes.

De conventie zelf gaat in een waas aan me voorbij. Ik kan nog net Dick Cheney en zijn vrouw ontwaren. Ze zitten maar twee vakken van ons vandaan. Er worden zogenaamd zelfgeschilderde borden uitgedeeld. Als je dat vanuit de juiste hoek filmt, lijkt het net of iedereen zo'n bord heeft. Ik geef ze maar door. Vreemd, Tonya lijkt evenmin enthousiast. Ze klapt ook niet mee voor de drie vrouwen die hun man of broer verloren bij `9/11', terwijl daar het hardst voor wordt gejuicht. Tegen Michael Moore, die in het persvak zit, wordt het hardst boegeroepen.

Na senator John Mc Cain spreekt Rudy Giuliani. Hij heeft een paar goede grappen in zijn repertoire, maar ik ben te afwezig om erom te lachen.

Dinsdag 31 augustus

Na het ontbijt met een donderpreek van Roman – we hebben nog lang niet genoeg visitekaartjes verzameld – naar de lunch met Laura Bush. Die is van een truttigheid die zijn weerga niet kent. Toch leggen 2.000 mensen hier 800 dollar voor neer. Of 275, maar dan lopen ze het risico aan een tafel te zitten met vrijwilligers zoals wij, die de driegangenmaaltijd als dank krijgen. Vrijwilligers bovendien, die ondanks de `tight security' toch een telefoon en een fototoestel in hun beha hebben kunnen binnensmokkelen. Wat als dat een pistool was geweest? Ik heb geen metaaldetector gezien.

Barbara en Jenna Bush kondigen hun moeder aan met een melig praatje. Dan komt de First Lady op, één grote, warme glimlach. In haar speech benadrukt ze hoeveel haar echtgenoot altijd voor vrouwen heeft gedaan. Voor alle vrouwen met florerende eigen bedrijfjes bijvoorbeeld. Voor alle bevrijde vrouwen in Afghanistan en Irak.

Van het Marriott nemen we een taxi naar de Skybar, een poepsjieke besloten club met uitzicht over heel Manhattan. Hier heeft zich een heel ander type Republikeinse vrouw verzameld. Sex & The City-achtige miljonairsvrouwen op stilettohakken en in pastelkleurige mantelpakken. Het is mijn vrijwilligerstaak om hun naamplaatjes zorgvuldig te controleren, want ze verwachten demonstranten: dit is een receptie voor een `pro-choice' groep. Burgemeester Bloomberg is van de partij, de vrouw van gouverneur Pataki van New York ook Bo Derek zou komen, maar wie is die man daar zonder naamplaatje? Ik draaf achter hem aan. ,,Ik denk dat ik dat niet nodig heb'', lacht de gedistingeerde heer. Oh. Het is Arlen Spector, een beroemde senator uit Pennsylvania.

Na afloop maken Tonya en ik de balans op: we kunnen nog naar een receptie van het Arabisch-Amerikaanse instituut, een salsa-party van de Latino Coalition, een feest van de Young Republicans... We kunnen de gedelegeerde uit Kansas bellen, misschien geeft hij ons kaarten voor de conventie van morgen.

Maar we zijn moe en besluiten naar het hotel te gaan. Ik vind dat ik Tonya na vier dagen wel in vertrouwen kan nemen. ,,Ik hoop niet dat je nu boos wordt'', begin ik voorzichtig, ,,maar ik ben eigenlijk helemaal geen Republikein.'' Tonya kijkt me ongelovig aan. ,,Ik dacht al: waarom kunnen wij het zo goed met elkaar vinden?'', roept ze. ,,Voor wie schrijf jij?'' Lachend lopen we langs Central Park. Nog twee dagen te gaan.

    • Maartje Duin