'Er is een eenvoudig woord voor: verraad'

Het lijkt een nachtmerrie: tien jaar werk je aan een roman over je adellijke familie en vooral je vader, die alle familiebezittingen kwijtraakte aan de communisten. Zodra het boek af is, ontdek je dat hij jarenlang informant van de Hongaarse geheime dienst is geweest. In de serie Nieuwkomers deze maand een gesprek met de Hongaarse schrijver Péter Esterházy, die binnenkort de Friedenspreis des deutschen Buchhandels krijgt.

Zittend in de schaduwrijke tuin van Péter Esterházy, in een groene buitenwijk van Boedapest, besluit ik maar meteen met de deur in huis te vallen. De geschiedenis van de 54-jarige schrijver biedt er alle aanleiding toe. Als telg van de beroemdste adellijke familie van Hongarije (vorsten, graven, baronnen, maecenassen, grootgrondbezitters, adviseurs van de k-und-k-kroon, een minister-president en een componist, om maar eens wat te noemen) werkte Esterházy tien jaar aan de vuistdikke roman Harmonia caelestis, een hommage aan zijn vader en een fantasievolle, sterk gefictionaliseerde geschiedenis van 'een familie Esterházy'. Het boek bestaat uit impressionistische fragmenten, veelal over manspersonen in de familie. In het tweede deel van het boek, dat over zijn gezin gaat, beschrijft Péter zijn vader als de vermogende graaf die na de Tweede Wereldoorlog zijn immense rijkdom bij de communisten moest inleveren en dat droeg als een man. Die in zijn ballingsoord buiten Boedapest zonder morren zware lichamelijke arbeid verrichtte en zijn adellijke rug rechthield. Maar hij beschrijft ook zijn zwakte, zijn alcoholisme, zijn Weibergeschichten.

Koud lag het boek bij de drukker, of Esterházy ontdekte dat zijn vader jarenlang informant was geweest van de Hongaarse geheime dienst. Haastig schreef hij daarop Verbeterde editie, een emotioneel en goudeerlijk verslag van zijn kennismaking met het dossier van de informant met de codenaam Csanádi. De werkelijkheid had de verbeelding ingehaald. Volgende maand krijgt Esterházy er in Frankfurt de prestigieuze Friedenspreis des deutschen Buchhandels voor.

Ik hoef dus niet te vragen of de klap hard is aangekomen, maar ik doe het toch. 'Persoonlijk gesproken was er maar één ding belangrijk en dat is dat ik mijn vader emotioneel niet verloren heb. Ik was in een absoluut irreële situatie beland, omdat wat ik te horen kreeg met geen enkele van mijn herinneringen, of die van mijn broers, in overeenstemming was te brengen. Ik werd dus geconfronteerd met een waarheid die in mijn leven geen plaats had gehad. Soms krijg je klappen in het leven en in Oost-Europa komen die vaak van de geschiedenis. Het toont aan hoe fragiel de mens is, al is dat geen enkele rechtvaardiging voor wat mijn vader gedaan heeft. In een bepaalde situatie, die u en mij onbekend is, is hij zwak gebleken. Dat is legitiem, maar het had zwaarwegende gevolgen. Er is een eenvoudig woord voor: verraad. Maar tegelijkertijd is zijn geschiedenis veel gecompliceerder.'

Harmonie

Kan Harmonia caelestis nog op zichzelf staan of ziet u de twee boeken als een tweeëenheid? 'Het ene is een roman, het andere is non-fictie. Harmonia caelestis schildert een breed panorama, Verbeterde editie is een smal boek, want mijn bewegingsmogelijkheden waren beperkt. Het was non-fictie. Ik formuleer het altijd zo: er zijn veel boeken over mijn vader, maar de vaderfiguur in Harmonia caelestis lijkt het beste.

'Als je het vanuit artistiek oogpunt bekijkt: alles wat in Verbeterde editie aan levensmateriaal voorhanden is, zat al in Harmonia caelestis. Er staan zinnen in het boek, over wat verraad, wat zwakte is, die op bijna verbluffende wijze vooruit lijken te wijzen naar wat later bekend werd. Ik zie de twee boeken als gescheiden, maar het is ook spannend om ze samen te lezen, omdat je veel te weten komt over de gecompliceerde verhouding tussen fictie en non-fictie, over hoe kunst werkt en waar kunst faalt. Wanneer is fantasie sterker dan de werkelijkheid en wanneer blijkt juist een bloot feit, een heel eenvoudige zin veel sterker of belangrijker dan alle romans van de wereld?'

U heeft niet de indruk dat de realiteit de harmonie in Harmonia caelestis heeft verstoord? 'Zeker niet. De roman berust niet op werkelijkheid, al kun je daar natuurlijk tegenin brengen dat het boek juist speelt met die tegenstelling tussen werkelijkheid en fantasie. Je zou kunnen zeggen dat dat spel, dat ik in al mijn boeken speel, mij hier heeft ingehaald. Die onmacht voelde ik steeds bij het schrijven van Verbeterde editie. Ik had deze keer die vrijheid niet, ik moest doen wat voorgeschreven was en in die zin is de manier waarop ik met de werkelijkheid placht te werken, wel kapotgemaakt. Maar een roman kun je niet vernietigen.'

Maar waarom heeft u Verbeterde editie geschreven? U had het gedrag van uw vader ook eenvoudig bekend kunnen maken, als voetnoot bij uw roman. 'Ik wilde beschrijven wat mij was overkomen en ik was ook steeds bang dat het bekend zou worden. Ik heb het soms in woede, soms in angst, maar altijd in liefde geschreven. Maar ik heb er anderhalf jaar over gedaan, dus ik heb tijd genoeg gehad om erover na te denken. Het was geen opwelling. Ik hoopte ook dat we iets zouden begrijpen over de aard van de dictatuur, over dat gespioneer. Als je het dossier van mijn vader leest, zie je de banaliteit ervan. Hoe je erin glijdt en hoe die banaliteit dan langzaamaan acceptabel wordt. Het ging ze er gewoon om hem 'te hebben', omdat hij lid was van deze beroemde familie. Mijn vader werd in 1957 gerekruteerd, net na het neerslaan van de opstand van 1956, dat was een harde tijd. De maatschappij had haar kracht verloren. Persoonlijk verzet heeft ook altijd met de weerstand in de samenleving te maken, maar die was gebroken.'

Als we er creatief naar kijken, was het dan een goudmijn of eigenlijk toch gewoon een afgrond voor u? 'Ik had de tijd niet daarover na te denken. Zodra ik in dat dossier het handschrift van mijn vader herkende, heb ik gedaan wat ik kon. Meer is het niet. En met mijn familie ben ik nu klaar. Wat ik hierna ga schrijven, weet ik niet. Elk boek is een einde, maar sommige boeken zijn groter dan andere en dan is het gat na dat einde ook groter. Na Harmonia caelestis is het gat vrij groot. Daarin speelt deze zaak een grote rol. Ik geloof dat ik nu iets meer begrijp van het leven.'

U heeft uw onschuld verloren. 'Ja, ik heb me vrij belachelijk gedragen. Veel mensen waren ook verbaasd dat ik zo aangeslagen was. We kennen onze vaders toch, zeiden ze, die zijn nu een keer zo. Het was een kinderlijke reactie van mij en zo kun je dus zeggen dat ik in zekere zin mijn onschuld ben kwijtgeraakt. Het is net zoiets als wanneer je ontdekt dat je moeder een verhouding heeft of dat je een halfbroer hebt. Hele simpele geschiedenissen. Maar dat het nu juist met míj gebeurde en dat ik zo onvoorbereid was, dat maakte het moeilijk te verdragen. Ik wíst dat zijn leven niet zo fraai was geweest. Ik wist van zijn alcoholisme en dat betekende: alles heeft zijn prijs. Maar in Harmonia caelestis wordt een man beschreven die ondanks alles door zijn ironische houding overeind is gebleven. Buiten de roman om kan ik u verzekeren dat mijn vader zo ook wás. Wat ik heb gezien, was een man die ze er niet onderkregen en velen zagen hem zo. Met zijn vrijheid, zijn ironie, zijn niet-beledigd zijn heeft hij veel mensen kracht gegeven.'

Iedereen biechten

Laten we het eens breder trekken. Hoe staat het eigenlijk met het verwerken van het verleden in Hongarije? 'Daar staat het heel slecht mee. Let wel: verwerking van het verleden betekent niet dat iedereen nu plotseling te biecht moet gaan en zich moet uitspreken. Je moet ook dingen kunnen vergeten. Als een maatschappij gezond is, kan zo'n boek behulpzaam zijn. Iemand vertelt zijn verhaal en daarom hoeft de rest zijn verhaal niet te vertellen. Het is voldoende als je aan je geschiedenis denkt. Maar in Hongarije houdt iedereen zich bezig met de geschiedenis van de ánder: jíj was communist, jíj was fascist. De geschiedenissen uit de Kádár-tijd zijn kleine verhalen, kleine compromissen (János Kádár was na het neerslaan van de opstand van 1956 tot 1988 eerste partijsecretaris - ls). Het ging niet om leven of dood, zoals in de nazi-tijd, maar om kleine voordeeltjes. In Hongarije had je betrekkelijk veel speelruimte. Wij hadden een cynische, praktische instelling tegenover de dictatuur en de machthebbers ook. Ideologisch gesproken eisten ze niet zo veel van ons. Een paar belangrijke zaken als het eenpartijsysteem, de Russen, 1956, waren onaantastbaar, de rest was losjes. Je zou dus verwachten dat wij ons ook gemakkelijk van die dictatuur zouden ontdoen, makkelijker dan bijvoorbeeld de ddr, waar men alles veel serieuzer nam. Maar die lichtvoetige, cynische houding had ook nadelen en het valt ons kennelijk zwaar die aan het licht te brengen. Het leidt tot leugens. Je hebt de linkse leugen, die zegt: misschien was het wel helemaal geen dictatuur, eigenlijk was het eerder een voorbereiding op het meerpartijensysteem, per slot was toch iedereen een hervormingsgezinde communist? En de rechtse leugen is dat we allemaal slachtoffers waren van communisten met bloed aan hun handen, die ons leven te gronde hebben gericht. En dat is ook een leugen. Van 1956 tot 1961 was de repressie vrij sterk, maar daarna kwam de milde vorm die bekend werd als het goulashcommunisme. Ik noem het meestal softporno. Maar toch was het een dictatuur en een dictatuur is altijd gevaarlijk.'

Hoe is Verbeterde editie in Hongarije zelf ontvangen? Was er ophef en rumoer? 'Het gaf wel een schok, maar die ebde snel weg. Het had het begin van een discussie kunnen zijn, maar dat is het niet geworden. De tijd is er hier kennelijk nog niet rijp voor.'

Orde van de Piaristen

Hoe oud was u zelf toen u begreep wat de aard van het systeem was? 'Ik ben vrij beschermd opgegroeid. Ik ging naar het gymnasium van de orde van de Piaristen, dat was als een eiland. Daar had ik met het systeem nauwelijks iets te maken. Onze situatie was vrij merkwaardig, omdat wij met onze naam altijd een stempel droegen. Maar dat betekende ook dat je geen compromissen hoefde te sluiten: met zo'n naam kwam je sowieso niet ver. Ik heb eigenlijk geluk gehad. Toen ik op een leeftijd kwam dat je keuzes moest maken, werd het systeem milder en milder. Ik heb in 1968 eindexamen gedaan en mocht daarna naar de universiteit. Twee jaar eerder had dat met mijn naam niet gemogen. Er was een kleine beperking: ik mocht niet naar een faculteit waar je tot leraar werd opgeleid, ik mocht de jeugd niet bederven. Ze voorzagen niet dat ik dat later met mijn boeken toch zou doen. Mijn leven is door de dictatuur nooit uit het lood geslagen, het leven van mijn ouders wel, dat is wezenlijk veranderd. Toegegeven, als er geen communisme was geweest, was ik een zeer rijk man geweest.'

Wat moet ik me bij die rijkdom eigenlijk voorstellen? 'Een kwart van Hongarije. Nou nee, dat is overdreven, maar het was heel, heel veel.' Zijn er nog meer van die rijke adellijke families in het land? 'Ja, zeggen wij dan altijd: de andere helft van de familie. Maar da's een grap. Er zijn er nog twee of drie, maar wij zijn in Hongarije dé adellijke familie, vooral mijn tak. Mijn grootvader was puissant rijk en ook nog minister-president.' Werd u dan als een 'vijand des volks' beschouwd? 'Nee, je stond er wel een beetje buiten. Het was een beetje dubbel. Op school was er bijvoorbeeld een strenge conrector, maar de directrice was heel mild en gaf kleine tekens dat ik me nergens zorgen over hoefde te maken.'

Spraken uw ouders over het verleden? Hielden ze de traditie levend? 'Dat was niet nodig. De rol van onze familie in de Hongaarse geschiedenis was zo groot, dat was niet te verzwijgen. Dus hoefde je die traditie ook niet te koesteren. Je kreeg het gewoon mee, door een tante, een grootmoeder. Als je op school leert dat een vorst Esterházy in de 17de eeuw die en die rol heeft gespeeld en bij navraag blijkt het de vader van de vader van je vader te zijn, dat is een ander soort aanraking door de geschiedenis.'

Ik herinner me een passage in Harmonia caelestis waarin u uw vader vraagt: Vader, zijn wij eigenlijk arm, waarop hij zei: och, arm zou ik ons niet willen noemen.

'Hij zei letterlijk: we zijn niet arm, we léven slechts in armoede.' Maar heeft u nooit aan uw vader gevraagd: waarom hebben ze ons dat allemaal afgepakt? Kinderen willen toch altijd rijk zijn? 'Dat vragen mijn kinderen mij ook. Veel families die veel verloren hebben, koesteren die nederlaag, ze zijn gekrenkt door de geschiedenis, ze voelen zich oneerlijk behandeld. Die larmoyantie hebben wij nooit gekend. Het was niet belangrijk en dus was het ook niet belangrijk dat we het kwijtraakten. Dát betekent het om heel rijk te zijn.'

Naar verluidt hebt u ook geen aanspraak gemaakt op de familiebezittingen toen er na het verdwijnen van het communisme gesproken werd over teruggave? 'Ach, dat was hier een tamelijk theoretische kwestie, er was geen sprake van dat je dat ook echt had kunnen opeisen. Ik heb dat uit de losse pols geschreven, dat ik geen grond terug wilde.'

Happening

Wat heeft op u persoonlijk in 1989 het meeste indruk gemaakt? 'De grootste gebeurtenis was voor mij de herbegrafenis van Imre Nagy in juni 1989 (Nagy was premier tijdens de Hongaarse opstand, na het neerslaan daarvan door de Russen werd hij gearresteerd en in 1958 geëxecuteerd - ls). Er waren honderdduizend mensen, het was een indrukwekkende massahappening. Dat ik sindsdien vrij mag spreken, betekent heel veel voor mij. Voor de meeste mensen betekent dat niet veel, omdat ze sowieso niets te zeggen hebben. Het probleem van de nieuwe landen is dat die vrijheid niet genoten wordt. Het leven is niet anders geworden, het bier wel duurder. Toen het parlement eenmaal gekozen was, bleek dat het land weinig plezier beleefde aan de democratie. Dat is niet goed.'

Zou u Hongarije een democratie noemen? 'Ja, er zijn vrije verkiezingen. Maar democratie is niet iets wat je van de ene op de andere dag bereikt. We zitten met onze oude reflexen. De eerste wetgevende periode was heel belangrijk, toen zijn de democratische instituties gecreëerd. Maar het gaat allemaal veel te snel. Er was geen tijd om er goed over na te denken, om het te vóélen. En nu zijn we al lid van de Europese Unie. Er was geen keuze, maar het betekent wel dat er een leven is ontstaan waarin de regels anders zijn. Veel mensen snappen het niet en het is niet goed als je in je eigen leven de weg niet meer weet.'

Maar dat was vroeger toch niet anders? 'Jawel, mensen hadden een soort dierlijk instinct voor het systeem. Ze kenden de weg in de dictatuur, ze kenden de trucjes. Alles was natuurlijk ingebed in onwetendheid, maar in die onduidelijkheid had je een capaciteit ontwikkeld om je er doorheen te worstelen. Men wist: als je bepaalde spelregels niet overtreedt, ben je veilig. Je krijgt je pensioen en het brood kost maar 3,60 forint. Voor iemand die zo gesocialiseerd is, is het moelijk te begrijpen dat je, wil je geld verdienen, het huis van je vader en je grootvader moet verlaten en naar het zuiden moet gaan omdat daar werk is. Die mobiliteit kenden wij niet. Of neem de werking van geld. Geld speelde bij ons geen rol, alles draaide om relaties. Wat geld betekent, hoe het functioneert, dat moesten we allemaal leren.'

Hoe ontwikkelen de politieke partijen zich eigenlijk in Hongarije? 'De politieke elite verkeert op dit moment in de slechtst denkbare toestand. Uit alles blijkt dat ze geen gevoel voor verantwoordelijkheid hebben, ze zijn egoïstisch en corrupt. Ik ben geen voorstander van schelden op de politiek, want de politiek, dat zijn wij. Die scheldreflex stamt nog uit de dictatuur, toen politici gewoon misdadigers waren. Ik wil dus voorzichtig zijn, maar toch is die conclusie onontkoombaar.'

In het westen is de scepsis over de uitbreiding mede om die reden dan ook groot. Jullie zijn corrupt, we willen jullie er eigenlijk liever niet bij hebben, denken velen. Kunt u dat begrijpen? 'Dat kan ik heel goed begrijpen. Deels klopt het ook. Wij zíjn corrupt, dom en weten niks van de

wereld. Maar het westen is ook tamelijk corrupt, dom en weet ook niet veel van de wereld. We spreken niet dezelfde taal, we gebruiken niet dezelfde begrippen, de misverstanden liggen voor het oprapen. Maar dat Europa van twee snelheden, met een eerste klasse en een tweede klasse, dat is het Europa van de Koude Oorlog. Die scheiding tussen een westen dat zich afzondert en een oosten dat blijft dromen, bestaat nu ook. Maar is dat wat we willen? Of willen we iets nieuws?'

Ergert dat westerse superioriteitsgevoel u? 'Nee, het ergert me niet, het is in zekere zin logisch. En de Franse arrogantie is toch prachtig om te zien? De vraag is: is onze enige keus een minderwaardigheidsgevoel? Wij zijn een klein Oost-Europees land, dat dit soms met grote woorden probeert te compenseren. Wij zijn bijvoorbeeld pro-Bush, we hebben ook een handvol soldaten in Irak. Maar over die beslissing is niet nagedacht, we dachten gewoon dat we tegen Amerika geen nee konden zeggen. Wij moeten ook 'nee' kunnen zeggen, maar we moeten ons wel realiseren dat dat nee consequenties heeft.'

De dag na ons gesprek eet ik op het terras van het beroemde 'káveház' Gerbeaud op het Vörösmartyplein een Esterházytaartje. Inderdaad: een Esterházy kan in Hongarije zijn geschiedenis niet ontlopen. M

Laura Starink is redacteur van NRC Handelsblad.

Martin Féjer is fotograaf in Boedapest.

[streamers]

'Ik heb het soms in woede, soms in onmacht, maar altijd in liefde geschreven.'

'Verwerking van het verleden betekent niet dat iedereen plotseling te biecht moet gaan.'

'Ik ben geen voorstander van schelden op de politiek, want de politiek, dat zijn wij.'

    • Laura Starink