De zingende Neanderthaler

De eerste kunstvoorwerpen dateren van 70.000 jaar geleden: bewijs dat de mens in symbolen ging denken. Maar ver daarvoor bestond er volgens archeoloog Steven Mithen al een geavanceerde vorm van communicatie, de 'muzietaal'.

Een gesprek over zingende gibbons, vroege hominiden en de emoties van de Neanderthaler.

Het gesprek zou gaan over de vórige twee boeken van Steven Mithen. Drieënveertig jaar oud is hij een van de meest creatieve en veelzijdige archeologen van dit moment. Maar in het Engelse Reading kon de lijst met vragen over het intrigrerende boek The Prehistory of the Mind. The Cognitive Origins of Art and Science (uit 1996) en over het prachtige, haast poëtische After the Ice. A Global Human History 20.000 - 5.000 BC (uit 2003) nog even in de tas blijven. Want daar, op een tafeltje in Mithens werkkamer in de School of Human and Environmental Science van de Universiteit van Reading, ligt al het omslag van Mithens volgende boek. Titel: The Singing Neanderthal. The Origins of Music, Language, Mind and Body. 'Ik heb de eerste versie af en de uitgever maakt dan graag al een omslag. Het komt volgend jaar maart uit. Wil je koffie?', zegt Mithen vanachter zijn computer. Even snel zijn e-mail afwerken.

Zingende Neanderthalers? Eh, konden ze beter zingen dan wij?

'O ja, ik denk het wel.'

Steven Mithen is archeoloog met een ongewoon breed werkterrein. Het beslaat in feite de menswording van de mens. Chronologisch ligt het zo ongeveer tussen biologie en geschiedschrijving, want Mithen doet onderzoek naar de periode zo ongeveer van twee miljoen tot 7.000 jaar geleden. Twee miljoen jaar geleden verscheen het menselijk geslacht op het toneel (in het genus Homo), daarvoor waren onze voorouders weinig meer dan rechtoplopende chimpansees (het genus Australopithecus) - dat is de biologie. Het geslacht Homo bracht in de loop van honderdduizenden jaren grotere hersenen, werktuigen, steeds grotere sociale groepen, taal, zéér recent (10.000 jaar geleden) landbouw, de oude beschavingen en uiteindelijk de moderne massa-industrie.

Over de 'recentste' periode, na circa 10.000 jaar v. Chr. doet Mithen zelf archeologische opgravingen, op de eilanden Islay en Colonsay bij Schotland (onderdeel van de Hebriden) en in Wadi Faynan, Zuid-Jordanië. Als de geschiedenis begint, houdt Mithen op, bij de grote beschavingen in Sumerië, Egypte, India en China.

'Rond 5.000 voor Chr. is alles aanwezig, dan hoeft de geschiedenis zich eigenlijk alleen nog maar te ontvouwen', zegt hij aan het einde van het gesprek, met typisch Engelse ironie.

Mithen is een snelle prater, die en passant ook best over zijn kinderen wil vertellen ('Verrassend hoezeer ze jouw eigen trekjes overnemen, en juist die waar je niet tevreden over bent'). Hij vertelt gloedvol over het contact met de bedoeïenengidsen in Jordanië. 'Laatst maakten we een rondreis in het gebied. Onze gids kent dat rauwe landschap volkomen, hij maakt met niks een vuurtje, ineens ligt er een berg hout. Geen idee waar hij dat zo snel vandaan haalde. Die kennis hebben we verloren. Je ziet het nog bij jonge kinderen, die hebben een grote liefde voor planten en dieren. Onze cultuur slaat dat er snel uit. Soms denk ik wel eens dat je beter af bent als jager-verzamelaar, zonder landbouw of moderne beschaving. Nooit meer zorgen over je hypotheek of de schoolprestaties van je kinderen! Het is ook zo'n beroerde wereld waarin we nu leven, met terrorisme en aids. HorriFIc things!'

Steen in de vijver

Met zijn boek The Prehistory of the Mind gooide Mithen acht jaar geleden een steen in de vijver van de 'psychologische archeologie'. Hoe dachten onze verre voorouders? Waarom werd de landbouw niet 300.000 jaar geleden uitgevonden? Het zijn vragen die vaak gesteld worden, maar zelden direct beantwoord. Te grote vragen, te veel generaliseringen, vinden de meeste archeologen. Mithen ontvouwt de theorie dat onze voorouders tot het verschijnen van Homo sapiens, zo'n 200.000 jaar geleden, niet in metaforen konden denken. Concepten en gedachten werden alleen toegepast in het domein waarin ze waren ontstaan (technische handigheid, sociale omgang, jagen, kennis der natuur). Pas bij de moderne mens worden al die domeinen met elkaar verbonden. Sindsdien kunnen we bijvoorbeeld over dieren denken alsof het mensen zijn ('Die wolf heeft een hekel aan die andere'). Zo concreet durven archeologen en prehistorici maar zelden hun gedachten op papier te zetten.

En nu weer. Met zijn nog te verschijnen boek over de oorsprong van muziek en taal betreedt Mithen een van de meest omstreden gebieden in de voorgeschiedenis van de mensheid. Want hoe oud is taal? Hoe oud is muziek? En waardoor is muziek ooit ontstaan?

Als de Neanderthaler beter zong dan wij, waar ligt dan de oorsprong van muziek?

'Muziek is een universele, aangeboren gevoeligheid van mensen. Er bestaat een algemene liefde voor muziek en iedereen heeft een basale capaciteit om om te gaan met ritme en melodie. Je moet dan niet direct denken aan ingewikkelde optredens of aan instrumentale muziek. Zingen is de basis. Ik keer in mijn boek terug naar een oud idee: de gemeenschappelijke wortel van taal en muziek. Neem de vroege hominiden, van het geslacht Australopithecus en de vroege leden van het geslacht Homo: H. ergaster, H. erectus, H. heidelbergensis, zelfs tot en met H. neanderthalensis. Mijn idee is dat zij een communicatiesysteem hadden dat een beetje als onze taal was én een beetje als onze muziek. Dat wordt wel eens musilanguage genoemd, muzietaal, maar dat vind ik geen prettig woord. Dat vroege menselijke communicatiesysteem was zeer muzikaal, met ook veel gebaren en mime erin - daarin ligt dus ook de oorsprong van de dans. Met de oorsprong van de moderne mens, 200.000 jaar geleden, is dit éne systeem in tweeën uiteengevallen. Het ene werd taal, ideaal voor het overbrengen van informatie, en het andere werd muziek, ideaal voor het uitdrukken van emotie en voor het oproepen van emoties bij anderen, en dus voor groepsvorming. In de moderne mens werden het twee verschillende systemen, bij de vroege mens was het één.

'Een goed ontwikkelde muzietaal ontstaat waarschijnlijk een half miljoen jaar geleden, als Homo een tweede grote hersenspurt doormaakt. Ook de eerste Homo sapiens had nog helemaal geen volledig moderne taal. Die grote expansie komt pas 70.000 jaar geleden, zo oud zijn nu de oudste kunstvoorwerpen. Dan pas ontstaat het symbolische denken en het vermogen metaforen te gebruiken.

'Van die oude muzietaal vind je nog resten in het moedertaaltje waarmee ouders tegen baby's praten en misschien ook in poëzie, waarin ook nog altijd een sterk muzikale component zit.'

Symbolen

De evolutie van taal is een standaardprobleem in de evolutie van de mens. Want welk ander dier kan praten? Zelfs chimpansees niet. Volgens sommige onderzoekers is onze huidige taal heel geleidelijk ontstaan uit extreem eenvoudige vormen van taal. Pas bij de moderne mens is die taal tot volledige bloei gekomen. Maar anderen denken - net als Mithen - dat taal pas 70 à 50.000 jaar geleden is ontstaan, en dat er daarvoor helemaal géén taal en geen symbolisch denken bestond. Symbolisch denken is daarbij cruciaal.

Vaak beschouwen mensen 'symbolen' als iets bijzonders: religieuze of nationale symbolen, het kruis op Golgotha of het koningshuis. Maar dat wordt hier niet bedoeld. Ieder woord is een symbool: een willekeurige klank met betekenis. Zoals Mithen het uitlegt: Homo sapiens onderscheidt zich door denken in metaforen, het ene concept wordt verbonden met het andere, abstractie wordt gestapeld op abstractie, zo denkt de mens. 'Ik denk dat onze geest eigenlijk een janboel is, basically just a muddle'.

Het debat over de evolutie van muziek is diffuser. Volgens sommigen is muziek een afsplitsing van taal, volgens anderen komt het voort uit een ritmegevoel dat je soms al bij chimpansees kunt zien. De taalpsycholoog Steven Pinker neemt in deze discussie het scherpste standpunt in: muziek heeft geen enkele functie, geen enkele oorsprong. Toevallig spreekt muziek een combinatie van hersenfuncties aan die eigenlijk een heel andere oorsprong en functie hebben - eigenlijk is het een onbetekenende afsplitsing van taal, zonder enig evolutionair nut. Muziek is toevallig leuk, zegt Pinker.

'Het is opvallend hoe weinig aandacht er is voor de oorsprong van muziek', zegt Mithen. 'Ik heb de muziek zelf óók genegeerd in mijn boek The Prehistory of the Mind.' Mithen was blij met de bagatelliserende opvatting van Pinker, zo vertelt hij, 'want ik kan er nu mooi mijn boek mee beginnen en ook weer mee eindigen. Omdat ik het totaal niet eens ben met Pinker.'

Emotionele band

Maar goed, wat heb je als Neanderthaler of Homo erectus aan een muzikaal communicatiesysteem zoals u dat veronderstelt? Zonder expliciete tekst draagt muziek amper informatie over.

'Ja, de informatiedichtheid is erg laag. Maar muziek heeft wel grote waarde in de uitdrukking van emoties. In kleine samenlevingen is nog altijd bijna alles wat er gebeurt doordrenkt van muziek, omdat het emoties uitdrukt en de sociale band versterkt. Die sociale band is weer erg belangrijk voor de onderlinge samenwerking. Inzake de evolutie wordt veel geschreven over competitie en zelfzuchtige genen, maar samenwerking is óók cruciaal.

'Bij moderne mensen zie je de rol van muziek in het vormen van een band heel duidelijk in de omgang met kleine kinderen, in de typische, zangerige taal die daarbij hoort. Dat is taal én muziek. Het is nauwelijks echte muziek, en er zitten ook maar een paar woorden in. Precies daarom is het een goed model voor de musilanguage van de vroege hominiden. En het is communicatie, met toon en ritme als belangrijkste elementen. Een baby begrijpt nog geen woorden, hij heeft echt een ander communicatiesysteem dan wij.'

Hoe moet je je die zingtaal van de Homo erectus en de Neander- thaler voorstellen?

'Ik ben erg beïnvloed door het werk van de taalkundige Alison Wray, van de universiteit van Cardiff. Zij betoogt dat de voorloper van onze taal holistisch is geweest. Dus niet een kleine woordenschat en misschien een eenvoudige grammatica, maar met lange frases die complete betekenissen in zichzelf hebben. Die frases kun je niet opbre- ken in losse woorden. En je kunt ze ook niet combineren.'

Maar dan zijn het toch gewoon heel lange woorden?

'Zo kan je het zien, maar niet zoals wij het gewend zijn. Woorden kun je combineren, met deze holistische frases kan dat niet. Wray ziet deze holistische taal als een uitvloeisel van hoe andere, niet-menselijke primaten met elkaar communiceren: gibbons zingen, gelada-bavianen babbelen met elkaar en dan zijn er natuurlijk de beroemde alarmkreten van de groene meerkatten, een Afrikaanse apensoort. Volgens haar zijn die kreten allemaal holistische uitingen. De meerkatten maken een ratelend geluid als er een slang aankomt, maar dat is geen woord voor slang, het betekent van alles tegelijk: ren naar de bomen, kijk naar de grond, voorzichtig! In moderne taal zou zoiets een hele zin zijn. De proto-taal van de mensen was als de gibbonzang en de meerkattenkreten, alleen uitgebreider, met meer uitingen.

'Ik vind dat model erg overtuigend, want wat is het alternatief? Als je een proto-taal met woorden hebt, heb je eigenlijk al automatisch een grammatica. Een Neanderthaler kan wel zeggen: 'man dood beer', maar wat bedoelt hij dan? Wie doodt wie? Voor je het weet, heb je dan een moderne taal, met alle grammatica vandien.

De Neanderthalers hadden er brainpower genoeg voor, hun hersenen waren even groot als, zo niet groter dan die van moderne mensen. Die hersenkracht gebruikten ze echter voor het interpreteren van deze holistische muzikale taal.'

Waarom gingen ze dan niet de weg op van een grammaticale taal? Dat is toch inderdaad veel makkelijker om informatie uit te wisselen? Wat heb je dan aan zo'n zingtaal?

'Bij andere primaten blijft het inderdaad simpel. Meerkatten hebben maar drie of vier alarmroepen. Waarom niet meer? Het zou zó handig zijn! Meerkatmoeders hebben de gewoonte om op te staan en rond te wandelen. Als hun kind dan niet oplet, is het in feite verlaten. Heel gevaarlijk. Het zou makkelijk zijn als de meerkat óók een kreet had voor 'volg mij!', zo merken primatologen Cheney en Seyfarth op in hun klassieke boek How Monkeys see the World. En als je dan toch een roep hebt voor 'Adelaar!!', waarom niet één voor een adelaar die nog ver weg is en een andere voor een adelaar die op het punt staat aan te vallen. Maar dat hebben meerkatten niet, er is geen variatie.

'Ik denk dat die variatie bij vroege hominiden wel is ontstaan. Zij ontwikkelden wél een groot aantal verschillende uitingen en daarenboven ook de mogelijkheid om te variëren in betekenis door verschil te maken in intensiteit. Daarmee kun je veel cruciale informatie overdragen, hoor. Imitatie moet ook een rol hebben gespeeld: van dieren, andere mensen, natuurlijke fenomenen.'

Maar waarom dan niet gelijk óók een beetje grammatica? Dat is nóg handiger, ook al heb je maar 100 woorden.

'Ja. dat is de grote vraag. Waarom ontstaat er geen grammaticaal systeem? Dat begrijpt eigenlijk niemand. Aan de universiteit van Edinborough wordt interessant onderzoek op dat gebied gedaan met computersimulaties: hoe een non-grammaticaal systeem kan overgaan in een grammaticaal systeem. Het gaat erom hoe en van hoeveel mensen kinderen hun taal leren, is daar de conclusie. Zij beweren zelfs dat grammatica een gevolg is van de situatie dat kinderen hun taal leren van een of twee mensen - meestal broers of zussen. En dus kan er een verband zijn met de sociale structuur.'

Hoge vlucht

En dan neemt het gesprek een hoge vlucht. Typisch voor Mithen mengt hij moeiteloos gegevens uit verschillende disciplines. Waarschijnlijk, zegt hij, danken de mensen hun taal aan het feit dat hun kindertijd zo lang duurt.

'Dit brengt me op een van de interessantste onderwerpen uit de antropologie van dit moment: de evolutie van de menselijke levensgeschiedenis. Neem de huidige mensapen, die gaan van hun 'kleutertijd' direct naar hun adolescentie, er is geen tussenliggende 'kindertijd'. Als ze niet meer gezoogd worden, zijn mensapen zelfstandig. Dat is bij mensen niet zo. Maar niemand weet wannéér mensen hun kindertijd verwierven. Ik denk dat die speciale levensgeschiedenis samenhangt met de culturele overdracht van taal en technologie en dat de overgang van een holistische taal naar een moderne taal daarmee te maken heeft.'

Gibbons zingen wel een half uur lang. Deden onze voorouders dat ook in hun veel complexere zingtaal? Wat heb je daar nou aan - als mens?

'Het zou kunnen, dat zo'n gezang een half uur duurde. Ik denk dat er veel gezongen werd ter versterking van de sociale samenhang, maar ook om indruk op de ander te maken, om seksuele partners te verwerven bijvoorbeeld. De basis is - denk ik - dat zingen vertrouwen schept. Ik zing zelf niet in een koor, maar mijn vrouw wel. En als ik al die koorleden dan zie na afloop van een concert, allemaal opgewekt en emotioneel goed op elkaar afgestemd! En stel je dan vroege mensen voor, Neanderthalers of Homo erectus. Als je samen gaat jagen, met een speer op bizons, dan moet je elkaar goed vertrouwen. Samen zingen zou dat vertrouwen kunnen creëren.'

Maar van moderne jagersvolkeren is dat toch niet bekend, uit de etnologische literatuur, dat ze gaan zingen om beter te jagen?

'Nee, maar wij hebben taal! En allerlei culturele of religieuze dwangmiddelen. Onze voorouders konden niet tegen elkaar zeggen: 'En nou hier blijven staan, als de bizon komt, anders ruk ik je hoofd eraf.'

Wolven of andere gezamenlijk jagende roofdieren hebben er toch ook geen moeite mee om samen te werken?

'Wolven huilen ook samen! En jagen is voor die dieren een andere kwestie, omdat zij anatomisch helemaal zijn aangepast aan de jacht. Voor mensen is het minder natuurlijk. Maar inderdaad, iedere soort heeft eigen manieren om samen te werken. Bij de mens speelt muziek daarbij een rol.

'Behalve samenwerking is de communicatie tussen moeder en kind waarschijnlijk het belangrijkste geweest bij de vorming van de zingtaal. Twee miljoen jaar geleden, bij het ontstaan van het geslacht Homo, werden voor het eerst baby's geboren die werkelijk hulpeloos waren, omdat ze eigenlijk te vroeg geboren werden: hun hoofden werden te groot voor de bekkens van hun rechtoplopende moeders. In feite baren mensen nog altijd een foetus, die daarom heel veel zorg en hulp nodig heeft, en ook nog eens veel moet leren. Er is dus veel communicatie nodig. Volgens de antropologe Dean Falk hebben de moeders waarschijnlijk hun stem gebruikt om contact te houden, om de band met de zuigeling te handhaven. De stem als vervanger van het fysieke contact. Je zet het kind op de grond als je bessen gaat plukken, maar al die tijd blijf je er tegen praten: 'alles is oké', enzovoorts, de muzikale kant komt dan heel goed van pas natuurlijk. Met moderne baby's is wel onderzoek gedaan waaruit blijkt dat ze het meest naar hun moeder kijken als die zingt. En nog altijd is een belangrijk advies aan moeders die problemen hebben in de relatie met hun baby: zingen! Fascinating! Ik zie een direct verband tussen deze moderne eigenschappen en de periode van de vroege mensen. En ongetwijfeld is informatie uitgewisseld met deze zingtaal. Veel daarvan zal mimetisch zijn, door imitatie van klanken en bewegingen.'

Als de zingtaal zo lang domineerde, dan was voor onze voorouders communicatie van emoties dus veel belangrijker dan communicatie van informatie? Wij, Homo sapiens, zijn dan de uitzondering, met onze fascinatie voor informatie?

'Ja, zo zou het inderdaad wel eens kunnen zijn. Voor de eerste mensen moeten emoties heel belangrijk zijn geweest. We weten dat chimpansees veel basale emoties met ons delen: angst, woede, verlangen, misschien verdriet. Maar of ze ook onze meer gecompliceerde emoties kennen is de vraag: schuldgevoel, verlegenheid. Ik denk het niet. Muziek is een verwaarloosd onderwerp in het onderzoek naar de menselijke evolutie, maar emotie ook. Wie heeft het ooit over de emoties van een Neanderthaler? In mijn nieuwe boek heb ik daarom een hoofdstuk onder de titel De verliefde Neanderthaler.'

De vroege mensen hebben dus wel onze emotionele breedte. Dan zouden we op zijn minst muzikaal met hen moeten hebben kunnen communiceren?

'Ja, als je wel voor ogen houdt dat onze muzikaliteit niet helemaal hetzelfde is als in de tijd dat muziek en taal nog één systeem vormen. Maar inderdaad, andere talen kun je niet verstaan, andere muziek kun je meestal veel sneller aanvoelen. En zo zal het ook met Neanderthalers zijn, denk ik. Als we een moderne mens tussen hen in zouden zetten, zouden ze onze taal niet begrijpen, maar als je zou gaan zingen en dansen, zouden ze misschien wel mee gaan doen. Ze zouden hetzelfde gevoel voor ritme hebben. En wie dieren zou gaan nadoen en de wind in de bomen, zou bij hen wel eens veel succes kunnen hebben.'

Probleem voor dit soort interessante modellen is altijd: wat is eigenlijk het bewijs dat het echt zo gegaan is?

'Nou, er zijn genoeg bewijzen! Aan de ene kant is er het anatomische bewijs. Rond 500.000 jaar geleden hebben de hominiden een volledig ontwikkeld spraakorgaan waarmee ze allerlei soorten geluiden kunnen maken, ze hebben grote hersenen, ze leven in grote sociale groepen, ze maken complexe werktuigen, ze jagen en verzamelen op een geavanceerde manier - dus ze moeten wel een of andere vorm van geavanceerde communicatie hebben gehad. En het kan niet hebben geleken op moderne taal. Want er is iets dat ontbreekt: er zijn totaal geen symbolische artefacten gevonden. Ze gebruikten geen symbolen. Onze taal is nu juist bij uitstek een symbolisch systeem. Dus óf ze hadden geen taal die op de onze leek, óf ze hadden wél zo'n taal maar ze leefden hun symbolisch bewustzijn alleen uit op lichaamsschilderingen of zo, waar natuurlijk niets van over is. Maar mij lijkt het het waarschijnlijkst dat ze een niet symbolisch communicatiesysteem hadden, en dan lijkt een muzikaal, holistisch systeem weer het meest aannemelijk.

'Er is dus het positieve bewijs van een complexe levenstijl en het negatieve bewijs van het ontbreken van symbolische uitingen. En dan komt er nog bij dat mensen muzikaal zijn. Dat kun je allemaal combineren in mijn model.' M

Hendrik Spiering is redacteur wetenschappen van NRC Handelsblad.

Alex MacNaughton is fotograaf in Londen.

[streamers]

'Soms denk ik weleens dat je beter af bent als jagerverzamelaar, zonder landbouw of moderne beschaving.'

'Ik denk dat onze geest eigenlijk een janboel is, basically just a muddle.'

'Het zou makkelijk zijn als de meerkat ook een kreet heeft voor 'volg mij'.

'Onze voorouders konden niet tegen elkaar zeggen: En nou hier blijven staan, als de bizon komt, anders ruk ik je hoofd eraf.'

    • Hendrik Spiering