De versoepeling van het Stabiliteitspact is een succes of een mislukking - wat u wilt

Het Stabiliteits- en Groeipact van de eurolanden is een geweldig succes geweest.

Of misschien een grote mislukking.

Of gewoon irrelevant.

Hoe je er ook tegenaan kijkt, de voorgestelde hervormingen van het pact zullen weinig verschil maken. Het is de goede wil van de betrokken regeringen waar het om draait.

Een succes. Er is niet overdreven veel geleend. Alle grote landen hebben de limiet weliswaar overschreden, maar dat zou zonder het pact nog veel erger zijn geweest. De regeringen proberen hun leenactiviteiten minimaal te houden, althans binnen zichtsafstand van de door het pact opgelegde limiet van 3 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Dat is veel meer dan wat de Verenigde Staten voor elkaar hebben gekregen. Daar bedraagt het begrotingstekort bijna 5 procent van het bbp.

Een mislukking. Regels zijn regels. En ongehoorzaamheid is bijzonder gevaarlijk in de Europese Unie, die niet echt over een mechanisme beschikt om naleving af te dwingen. Als de grote landen al niet kunnen gehoorzamen als het pact nog vers is en iedereen overloopt van de goede wil, dan ziet de toekomst er zeker somber uit.

Irrelevant. Het zijn de markten die ertoe doen, niet onwaarschijnlijke beloften. Regeringen worden in toom gehouden door hun angst voor hogere risicopremies. En omdat regeringen van eurolanden hun munt niet kunnen devalueren, worden ze geconfronteerd met de ultieme dreiging van een bankroet. Dat volstaat om ze enigszins op het rechte spoor te houden. Al deze drie gezichtspunten zijn juist. Schaamte en druk van andere landen zijn van grote invloed op het regeringsbeleid. Daarom hebben kranten macht. Het pact heeft een behulpzame rol gespeeld als schaamtemaatstaf. Maar schaamte kent zijn grenzen. Mensen en regeringen kunnen geleidelijk overmoedig worden.

Dat is het punt waarop de markten een rol gaan spelen. Tot nu toe hebben de markten alle staatsschuld van de eurolanden vrijwel identiek behandeld. Maar ieder land dat als een gek zou gaan lenen, zou te maken krijgen met een scherp stijgende rente.

Joaquin Almunia, de eurocommissaris voor monetaire zaken, wil de strikte cijfermatige grenzen die aan de hoogte van de schuld worden gesteld uit het pact lichten. Dat is verstandig. Landen moeten niet de gewoonte krijgen de regels aan hun laars te lappen. Maar met of zonder cijfers, het pact is net zo sterk als de wil van de eurolanden om zich eraan te houden.