De lokroep van de slangenkop

Jaarlijks komen duizenden werkloze Chinezen via mensensmokkelaars illegaal naar Parijs om geld te verdienen.

Om hun familie te onderhouden. In overvolle pensions moeten ze vaak het bed met iemand delen.Ze werken in sweatshops, in restaurants, in de prostitutie.

Justin Jin bracht zes weken met hen door.

Voor duizenden Chinezen die proberen te ontkomen aan de omvangrijke werkloosheid in eigen land lijkt Parijs een paradijs. Maar na aankomst raken zij gevangen in een vicieuze cirkel van uitbuiting: ze kunnen hun brood niet verdienen, en door hun schulden kunnen ze niet terug.

'Begin een zaakje', zei de slangenkop tegen een Chinese vrouw bij haar aankomst op luchthaven Charles de Gaulle.

'Maar ik heb niets om te verkopen', zei de vrouw.

'Jawel.'

Ongewoon vroeg werd er op de deur geklopt.

De twaalf illegale Chinese immigranten in het Parijse flatje staakten hun bedrijvigheid.

De mensen die het ontbijt klaarmaakten, draaiden het gas uit en stopten abrupt met praten, en de huisbaas zette de cassettespeler uit.

Wie klopte daar? Was het soms de Franse immigratiepolitie?

De Chinese triade? Nieuwsgierige buren misschien?

'Ik ben het, Kleine Liu, met twee zusters uit Liaoning!'

Huisbaas Wu opende de deur om de opgewekte mensensmokkelares en haar klanten - twee mollige vrouwen van in de veertig - te verwelkomen. De twee vrouwen waren net met een vlucht van Air France uit Peking in Parijs aangekomen. Ze waren met toeristenvisa gemakkelijk langs de immigratiedienst gekomen, zogenaamd op vakantie. Vanuit de aankomsthal had de plaatselijke contactpersoon hen rechtstreeks meegenomen naar de flat van huisbaas Wu in de vervallen buurt Belleville. Daar begon hun nieuwe leven in de Chinese onderwereld van Parijs.

De verzorgd geklede vrouwen dachten in een soort luilekkerland aan te komen, maar van de miserabele flat keken ze lelijk op. In dit safe house zitten 17 mannen en vrouwen in een wirwar van stapelbedden op elkaar gepropt. In de keuken wemelt het van de kakkerlakken, en de prullenbak in het toilet puilt uit van de gebruikte tampons.

Iedereen in deze flat komt uit de provincie Liaoning in het noordoosten van China, waar veel zware industrie is gevestigd. Zij behoren tot een nieuwe immigratiegolf naar Europa die eind jaren negentig is begonnen, toen China vaart zette achter harde economische hervormingen door in de noordoostelijke 'roestzone' het mes te zetten in de overheidssector. Het resultaat was een economisch mirakel, maar miljoenen en nog eens miljoenen arbeiders-van-de-wieg-tot-het-graf werden op straat gezet.

Door die sombere vooruitzichten gaan jaarlijks zo'n 2.500 à 3.000 Chinese werkzoekenden naar Parijs, zegt dr. Pierre Picquart, die de Europese Unie adviseert over migratie uit China. De meeste van deze illegale, straatarme immigranten betalen zo'n 5.000 euro aan ofFIciële reisbureaus, die soms daarnaast actief zijn als mensensmokkelaars (of slangenkoppen, zoals de Chinezen zeggen). Dat komt overeen met ongeveer het loon dat je in vijf jaar in een fabriek verdient.

De immigranten in spe maken de spaarcenten van het gezin op en lenen tegen hoge rente van triaden. Eenmaal in Europa, denken zij, zullen ze dat snel kunnen terugbetalen en ook nog geld naar huis kunnen sturen.

Meteen bij aankomst worden de immigranten geconfronteerd met een bestaan dat zij in het land van 'vrijheid, gelijkheid en broederschap' niet voor mogelijk hadden gehouden. Zonder papieren, zonder Frans te spreken, zonder sociale contacten maken zij vrijwel geen kans op werk. Vele Chinese restaurants mijden hen, uit angst voor hoge boetes. Al wat de immigranten rest is een reusachtige schuld.

Voedingsdeskundige

Wang was vroeger voedingsdeskundige van de Chinese nationale sportploeg. Hij maakte in Shenyang, de eens zo trotse provinciehoofdstad van Liaoning, het eten klaar voor de zwemmers, de gewichtheffers en de hardlopers. Volgens Wang verdienden hij en zijn vrouw, die als boekhoudster werkzaam was en daarnaast een restaurant dreef, samen het ruimschoots toereikende bedrag van 6.000 yuan (642 euro) per maand; zij woonden in een flat van 80 vierkante meter. Door de hervormingen verloren de echtelieden in het jaar 2000 allebei hun baan, hun persioenen en hun woning.

Toen Wang hoorde dat zijn oude sportbond een inspectieteam naar Europa stuurde, bedacht hij een plan om te ontsnappen. Voor een 'honorarium' van 45.000 yuan (4.817 euro) kocht hij een plaats in het reisgezelschap, waaruit hij in Parijs deserteerde.

'Voordat ik hier kwam, had ik een heel romantisch beeld van Frankrijk als een land met allemaal historische bezienswaardigheden en gulle mensen. Het leek gemakkelijker om werk te vinden en moeilijker om te worden gesnapt', zegt Wang (42), zittend aan een gracht niet ver van de wijk République. Hij is hier nu drie jaar, zit weer zonder werk, en verkoopt 's avonds langs drukke Parijse straten uit wortels gesneden poppetjes. Soms gooit een welwillende passant een euro in zijn bakje. De volgende passant kan van de politie zijn.

Wang woont geregeld de gebedsdiensten bij van de naburige Evangelische Missie, want daar worden gratis maaltijden verstrekt en oude kleren uitgedeeld. 'Ik geloof niet in Jezus, ik geloof niet in Boeddha, ik geloof alleen maar in geld. En in de verblijfspapieren, natuurlijk', zegt Wang. 'Voor een maaltijd per dag geloof ik alles.' Voor Wang en anderen is er maar één weg naar een verblijfsvergunning: trouwen. Hij denkt dat hij niet aantrekkelijk genoeg is voor de Franse vrouwen, dus toen hij hoorde dat in Frankrijk het homohuwelijk mogelijk was, probeerde hij iets anders.

Avond aan avond hangt hij op homotrefpunten rond op zoek naar oude, eenzame mensen. In jongelui is hij niet geïnteresseerd, want die willen volgens hem alleen maar losse seks. Noord-Afrikanen tellen voor hem ook niet mee, zegt hij, want die hebben vaak alleen maar een tijdelijke verblijfsvergunning. 'Het geslacht doet er niet toe, het gaat mij om de verblijfsvergunning', zegt Wang, die in Frankrijk voor het eerst aan homoseks heeft gedaan.

Slavenhandel

In tegenstelling tot gevestigde groepen immigranten komen deze voormalige fabrieksarbeiders de Franse hoofdstad binnen zonder familie of sociaal netwerk. Een paar boffers krijgen werk in de Chinese wijk, en die worden dan nog gemakkelijk uitgebuit, veelal door landgenoten uit Wenzhou of Hongkong, wier rijkdom afhangt van de mate waarin zij de arbeiders uitpersen.

Naast een bakkerij in een stille buurt leidt een kronkelsteegje naar een verborgen binnenplaats. In een bedompt, lawaaiig vertrek zwoegt een groep Chinezen zonder onderbreking aan bergen ritssluitingen en knopen. Met gillende naaimachines naaien en zomen vier arbeiders uit Wenzhou halfvoltooide kledingstukken. Zij verdienen ongeveer 800 euro per maand. Een vijfde man, Zhou - op straat gezet door een fabriek in het noordoosten van China -, knipt voor 500 euro losse draadjes af. Hij is 52 jaar en hij werkt het hele jaar door; als hij een dag overslaat kost hem dat 25 euro boete.

Deze mensen maken sportkleding voor Parijse consumenten. Hun producten worden door een netwerk van legale ondernemers gesluisd, die enerzijds de illegalen en anderzijds de Franse detailhandel voor vervolging behoeden, en zelfs zorgen dat die van elkaars bestaan niet afweten. Zo hoeft een Franse kledingfabrikant niet op zoek te gaan naar goedkope arbeidskrachten in Vietnam of China - ze zitten gewoon achter de croissanterie.

Zhou woont met nog tien volwassenen in een flat van 40 vierkante meter. Het sjofele vertrek wordt verhuurd door een Chinees echtpaar van in de veertig, ook zonder papieren. Voor ieder bed vragen de huisbazen 107 euro per maand. Van zijn karige loon kan Zhou maar de helft van een eenpersoonsbed betalen; de overige centimeters zijn van een man uit zijn geboorteplaats. Uit angst voor diefstal, triaden en politie-invallen mogen in deze clandestiene flats absoluut geen bezoekers worden toegelaten. Zhou's huisbaas heeft binnen op de voordeur, een briefje geplakt: 'Als er iemand klopt, doe dan in geen geval open. Antwoord niet. Maak geen geluid, totdat je zeker weet dat de persoon weer weg is.'

De meeste vrouwen koesteren bij aankomst in Frankrijk de hoop hun kinderen thuis te kunnen onderhouden. Zij komen er spoedig achter dat er maar één manier is om hun leningen af te betalen: prostitutie. Van de negen vrouwen in de clandestiene flat van huisbaas Wu verkopen er zeker vijf hun lichaam. Hun gsm's rinkelen dag en nacht.

'Monsieur? Oui, travaille... Neuf trente... Merci, monsieur'.

Mevrouw Lu (45) hoest de paar Franse woorden op die ze kent. Hiervoor is ze niet naar Frankrijk gekomen; zij had in een fabriek willen werken om de opleiding van haar 20-jarige zoon aan een particuliere kunstacademie in China te betalen. Haar zoon heeft er geen idee van hoe zij zijn lesgeld verdient. Lu leeft in voortdurende angst voor criminelen én voor de politie, in uniform of in burger. Prostitutie is in Frankrijk een misdrijf; als ze gepakt wordt, kan ze meteen het land uit worden gezet.

De Chinese prostituees zijn doorgaans in de veertig of vijftig. Om de concurrentie met jongere vrouwen uit andere landen aan te kunnen, rekenen zij per klant maar een schamele 20 euro. En hun klanten zijn ruw volk. Om het nog erger te maken zijn er de Chinese triaden, die de straten afschuimen en van iedere tippelaarster 100 euro per maand 'protectiegeld' vragen. 'Ik ben op mijn 19de getrouwd en ik was nog nooit met een andere man naar bed geweest', zegt Lu's kamergenote Zeng (38), die sinds een maand als hoer werkt. 'Mijn man in China is ziek, onze kinderen moeten naar school en mijn vader is oud. Ik heb geen keus.'

Thuis in China

Een groot deel van de immigranten die ik in Europa heb leren kennen, is afkomstig uit de stad Shenyang of uit het naburige Tieling. Ik heb hun spoor teruggevolgd en familie van hen in China gesproken.

De eerste indruk van Shenyang is niet mis: schitterende warenhuizen en kantoorgebouwen langs brede boulevards. Als gevolg van de drukte op de doorgaande wegen moeten personenwagens en driewielers zich een weg banen door kronkelige steegjes uit de oude tijd. Op de markten is volop vers voedsel te koop en de netjes geklede stadsbewoners winkelen erop los. Hoezo werkloosheid? En waarom helemaal naar Frankrijk om werk te zoeken?

Als je de bus pakt naar de buitenwijken met hun industrieterreinen, springt een andere werkelijkheid in het oog. Het ene reusachtige stalinistische fabriekscomplex na het andere is gesloopt. In de voormalige, gecentraliseerde planeconomie waren dat enorme militair-industriële sociale eenheden, stuk voor stuk met hun eigen ziekenhuizen, scholen en winkels, voor honderdduizenden arbeiders en hun gezinnen. Tegenwoordig worden deze topzware industrieën afgedankt om plaats te maken voor flexibele productie-eenheden in het zuiden van China. Tientallen miljoenen arbeiders zien zich van hun toekomst beroofd.

Ik ga op bezoek bij de 15-jarige zoon van mevrouw Zhang, die drie jaar geleden uit Tieling naar Parijs is vertrokken. Zij staat nu achter de bar in een Chinees restaurant in Rotterdam. De zoon woont bij zijn grootmoeder. Hij zegt dat hij iedere dag aan zijn moeder denkt en dat hij haar heel erg mist. Toen zijn moeder hem op de dag van haar vertrek van school kwam halen, zei ze: 'Dit is de laatste keer dat mamma je van school haalt. Mamma gaat weg en ze komt niet meer terug.'

Mevrouw Zhang stuurt regelmatig geld naar huis, maar ze is niet van plan terug te keren. Haar zoon vraagt me om hem een foto van haar te sturen, met haar gezicht er zo groot mogelijk op. 'Ik hoef niet te weten hoe Rotterdam of Parijs eruitziet, ik wil alleen maar het gezicht van mijn moeder zien', zegt hij.

De ellende in China mag groot zijn, de immigranten hadden niet verwacht van de regen in de drup te komen. 'Wij zijn bedro- gen door de slangenkoppen. Die schilderen het Westen af als een sprookjeswereld', zei Zhou uit het naaiatelier. Hij en anderen berouwen bitter dat ze ooit uit China zijn weggegaan, maar zij hebben te veel geleend geld in hun vertrek geïnvesteerd en te veel prestige op het spel gezet; ze kunnen niet meer terug. 'Iedere dag denk ik aan thuis en dan kan ik wel janken', zei hij. Maar hoe vreselijk de ontberingen ook zijn die hun in Europa wachten, de altijd optimistische Chinezen lijken te denken dat zij nu juist de jackpot zullen winnen.

Misschien vindt voedseldeskundige Wang ooit een Franse echtgenoot om zijn Chinese echtgenote te kunnen ondersteunen. Misschien keert de uitgebuite Zhou met geld op zak naar huis terug. Misschien wordt de zoon van Lu dankzij het lichaam van zijn moeder een kunstenaar.

Dan zal het lijden niet voor niets zijn geweest. Intussen zwoegen duizenden Chinezen als slaven voort in de schaduwen van de Lichtstad, verteerd door spijt over de ergste beslissing van hun leven. M

Vertaling Jaap Engelsman

Justin Jin is fotojournalist en werkt regelmatig voor M.

Website: justinjin.com