Commissie biedt uniek inkijkje in Haagse logica

De verhoren van de commissie-Duivesteijn leverden deze week een blik achter de schermen op in politieke besluitvorming. Over de onomkeerbaarheid van nooit genomen beslissingen.

Elke dag een schilderijtje. Onder dat motto is afgelopen maandag de commissie-Duivesteijn (voluit tijdelijke commissie infrastructuurprojecten) van start gegaan. Aan de hand van vele tientallen verhoren proberen de commissieleden dagelijks een beeldende schets te geven van besluitvormingsprocessen, beïnvloeding en achterhouden van informatie. De opzet van de schilderijtjes slaagde deze eerste week gedeeltelijk. Sommige dagen leverde de commissie prachtige vergezichten of fascinerende detailtekeningen op, andere dagen bleef ze steken in abstracte werken.

Belangrijkste doel deze week was een blik achter de schermen bieden in het proces van besluitvorming. Veel van de verhoren bevestigden op het eerste gezicht wat iedereen eigenlijk al weet. In het Haagse krachtenspel zijn het congsi's van coalitiepartijen die de buit verdelen, spelen ambtelijke commissies een grote rol in de voorbereiding op besluiten en zijn periodes waarin van coalitie gewisseld wordt de minst transparante. Het interessante aan de verhoren was dat aan de hand van zeer concrete voorbeelden deze `dagelijkse praktijk' nu eens openlijk werd verteld.

Eind jaren tachtig kreeg een klein clubje belanghebbenden greep op het proces van besluitvorming. Vertegenwoordigers van de haven, de NS, Shell en Hoogovens zorgden ervoor dat de Betuweroute op de politieke agenda belandde. Het departement volgde. Aan de hand van verhoren van betrokken topambtenaren werd vervolgens duidelijk dat Economsche Zaken, Verkeer & Waterstaat en Algemene Zaken de touwtjes strak in handen hadden bij de verdeling van de miljarden voor ruimtelijke ordening. Kamerleden van de oppositie vertelden openlijk over hun frustraties bij het indienen van moties. Voormalige coalitiegenoten deden een boekje open over de deals die in de wandelgangen werden gesloten. En voormalig minister Kroes hield zonder met haar ogen te knipperen vol dat onder haar bewind de term Betuweroute nog niet eens bestond.

Duivesteijn c.s. haalden naar boven dat bij verschillende coalitiewisselingen steeds cruciale stappen zijn gezet in de aanleg van Betuweroute en HSL. Zo mocht Kroes dan nog nooit van de term Betuweroute hebben gehoord, toen haar opvolgster Maij-Weggen (CDA) in 1989 aantrad, was de spoorlijn eigenlijk al een feit. Toen Lubbers-III in 1994 plaatsmaakte voor Kok-I (en Maij-Weggen voor Annemarie Jorritsma) werd in het regeerakkoord een heroverweging van de Betuweroute aangekondigd, die achter slechts bedoeld bleek als legitimering van de aanleg van de spoorlijn. En toen Kok-II in 2002 van plaats ruilde met Balkenende-I, bleek minister De Boer (LPF) ineens een risicoreservering van een miljard euro op zijn begroting te hebben staan, iets waar zijn voorganger Netelenbos (PvdA) nog nooit van had gehoord.

Als een beeld overeind is gebleven na een week van verhoren, is het dat de politieke beslissing over de Betuwelijn eigenlijk nooit genomen is door de Tweede Kamer, maar dat de route vanaf het eerste moment onomkeerbaar vastlag. Opeenvolgende ministers gaven ettelijke adviesbureaus en commissies opdrachten nut en noodzaak of rentabiliteit van de lijn te onderbouwen. Vervolgens werd er selectief omgesprongen met de uitkomsten van de raporten. Kritische rapporten werden nauwelijks serieus genomen of zelfs niet openbaar gemaakt. Lobbyisten die voor iets anders dan de Betuweroute pleitten vonden geen gehoor, hoogleraren die kritiek hadden, werden genegeerd. Echt onderzoek naar betere benutting van bestaand spoor of investeringen in de binnenvaart kwam niet van de grond. Een onderzoeker van het Centraal Planbureau verwoordde het als volgt: ,,De Betuwelijn was de oplossing, maar niet duidelijk was voor welk probleem.''

Komende week spreekt de commissie onder meer met de huidige minister van Financiën Gerrit Zalm (VVD). Met hem wil de commissie achterhalen hoe realistisch de verwachtingen zijn geweest dat het bedrijfsleven zou meebetalen aan beide spoorprojecten. Ook komen de oud-bewindslieden Jorritsma (VVD) en De Boer (PvdA) langs om over de debatten met de Kamer over de ondertunneling van de HSL te spreken. De commissie rondt haar verhoren op 17 september af. De dagelijkse `schilderijtjes' moeten dan een overzichtstentoonstelling vormen van de valkuilen in de politieke besluitvorming over grote infrastructurele projecten.

    • Egbert Kalse