Bush viert triomf in New York

De Republikeinen sloten hun uitdagend bezoek aan de thuisstad van de tegenstander zegevierend af, maar Bush' uitdager Kerry maakt nog een kansje.

Mars ging op bezoek bij Venus, en reist zegevierend terug naar Texas, Wyoming en Florida. Terwijl zijn Democratische uitdager John Kerry een weekje ging windsurfen op het sjieke eiland Nantucket, voor de kust van het Democratische Massachusetts, liet president Bush zich op de Republikeinse conventie vier dagen portretteren als een man van weinig woorden, maar een ijzeren wilskracht, een Leider in de Oorlog tegen het Kwaad.

De Republikeinen hebben hun uitdagend bezoek aan de thuisstad van de tegenstander zegevierend afgesloten. New York is niet alleen de stad waar op 11 september 2001 de zwaarste aanslagen op Amerika's zelfrespect werden geïncasseerd, het is ook een bolwerk van tolerant, creatief, naar buiten gericht denken, en daarom sterk geneigd Democraten te steunen.

Buiten protesteerden de mensen die de nieuwe tijd nog niet hebben begrepen, binnen werd de beschaving gered. Zij brachten de oorlog naar de tegenstander. De eerste peilingen suggereren dat het effect heeft gehad. Alles volgens het plan van de Republikeinse keukenmeesters, die uit opinieonderzoeken wisten dat een kleine meerderheid van de Amerikanen de Oorlog tegen Irak geen succes vindt, en ook twijfelt aan Bush' aanpak van de nationale economie.

Daarom werd in Madison Square Gardens, vijf kilometer van de kraters van Ground Zero, steeds weer die filmclip vertoond van president Bush, die daags na de aanslagen, een vermoeide brandweerman omarmde en door een megafoon tegen de zwoegers op het puin (die hem niet verstonden) riep: ,,Maar ik hoor u heel goed. De wereld zal van ons horen!''

George W. Bush heeft besloten dat hij zijn herverkiezing over twee maanden het best zeker kan stellen door de discussie zo veel mogelijk te laten gaan over de Oorlog tegen het Terrorisme en zijn kwaliteiten als oorlogspresident. Niet over het banenarme herstel van de economie, het begrotingstekort, het onder zijn bewind veranderde aanzien van de VS in de wereld, en zeker niet over de problemen in Afghanistan en Irak na de aanvankelijk succesvolle verwijdering van de heersende regimes.

Noodzakelijk onderdeel van deze aanpak is de afbraak van de geloofwaardigheid van de tegenstander. De Bush-campagne heeft in negentien jaar stemgedrag van John Kerry in de Senaat genoeg voorbeelden gevonden van wisselende standpunten. Het is, uitvergroot en zonder context, voedsel voor een kanonnade aan bijtende, negatieve of spottende tv-reclames die Kerry afschilderen als `een flipflopper', een man die altijd van mening verandert, bovendien `linkser dan Ted Kennedy' net zo'n rode lap voor de meeste Republikeinen als Hillary Clinton.

Kerry heeft zich bij herhaling in de val laten lokken door te reageren op sommige van die oude koeien. Hij heeft zich het afgelopen jaar vooral verstrikt in de nuances van zijn stem vóór het gebruik van geweld tegen Irak en zijn latere weigering 87 miljard dollar beschikbaar te stellen voor de uitvoering. Dat maakte het voor de Republikeinen gemakkelijk: `John Kerry stuurt onze troepen, maar weigert hen kogels en pantserwagens'.

De Republikeinen konden hun plezier waarschijnlijk niet op toen Kerry op de Democratische conventie in Boston, eind juli, zijn geloofwaardigheid als toekomstig opperbevelhebber van de Amerikaanse strijdkrachten baseerde op zijn vrijwillige dienst in Vietnam meer dan 35 jaar geleden. ,,Ik meld mij voor dienst'', was zijn saluerende eerste zin. Oppervlakkig gezien steekt de Democraat met kop en schouders uit boven Bush en vice-president Cheney, die actieve dienst ontliepen.

Maar, zoals Kerry tot zijn verdriet de afgelopen weken weer eens leerde, zijn latere verzet tegen de Vietnam-oorlog heeft veel kwaad bloed gezet, juist bij het soort trouw-aan-de-vlag-door-dik-en-dun Amerikanen op wie Bush mikt. Dienen in Vietnam, en er wijzer en kritischer van terugkomen, is een concept dat hen niet aanspreekt. Hoewel Bush' team iedere connectie ontkent, hebben de met bevriend Texaans geld gefinancierde `Swiftboat Veterans for Truth' gefungeerd als een precisie-bombardement op Kerry's aanzien als kandidaat-opperbevelhebber.

De Republikeinse conventie van deze week hoefde het sloopwerk maar af te maken. Bush en zijn managers waren geraffineerd genoeg om daar gematigde New Yorkers als Rudy Giuliani en George Pataki (gouverneur van de staat), en de Vietnam-veteraan John McCain (eens door Kerry begeerd als kandidaat-vice-president) voor in te zetten. Na de bittere toespraak van de Democraat Miller klonk de vernietigende (en feitelijk bij vlagen even aanvechtbare) toespraak van Cheney relatief mild en de afsluitende peptalk van Bush bijna speels.

Het dubbele doel was bereikt: de verkiezingen gaan over `911' en het machismo van de president, terwijl de twijfel over de manlijkheid van de tegenstander is vergroot. Getart tot het uiterste nam Kerry een ongebruikelijke stap: al op dezelfde avond van Bush' aanvaardingstoespraak sloeg hij terug. In Ohio had hij een publiekje bereid gevonden als decor te dienen voor een toespraak waarin hij Bush ,,unfit to lead'' noemde nadat hij het land ,,als misleider in een Oorlog tegen Irak had gestort''.

Daarmee bereikte Kerry op zijn minst dat hij iets afknabbelde van de bewonderende aandacht voor Bush in de eerste 24 uur na de conventie. Hij moet nu opboksen tegen peilingen die de president een conventie-bonus zullen geven, maar de onbesliste kiezers worden wel wakker geschud als de floret wordt verwisseld voor het zwaard. Of een meer assertieve Kerry ook het onderwerp van gesprek kan terugbuigen naar de uitvoering van al die oorlogen en de nog steeds onbetaalbare pillen van oudere Amerikanen, moet blijken.

Zolang het debat over Kerry's karakter gaat en niet over Bush's keuzen, stevent de Democraat af op verlies. Als hij de door presidentskandidaat Howard Dean vorig jaar gemobiliseerde basis weer kan inspireren en voldoende twijfelende kiezers weet te bereiken met zijn boodschap dat ,,Amerika beter kan dan wat de regering er van heeft gemaakt'', dan maakt hij een kansje. Maar de Republikeinen zijn gedisciplineerder en harder. Dat blijft het probleem van Democraten: om hun normen en waarden een kans te geven, moeten zij zich tijdelijk gedragen op een manier die hen tegenstaat, en waar zij minder goed in zijn.