Blinde paniek en wilde huilbuien

Hysterie maakte zich van inwoners van Beslan in Noord-Ossetië meester toen de aanval op de school met gijzelaars werd ingezet.

Als om een uur of elf in de ochtend de eerste salvo's machinegeweervuur klinken, weet iedereen meteen hoe laat het is. `Het' is begonnen: de grote aanval op school nummer één in Beslan, Noord-Ossetië. Wanhopig maar berustend wachten verandert in blinde paniek, wilde huilbuien en hysterie. Heel de stad weet dat vanaf nu wordt beslist over het lot van familie en geliefden in het schoolgebouw.

Op twee grote explosies vroeg in de ochtend na was de dag rustig begonnen. Om zeven uur wandelde een groepje koeien gemoedelijk door de Straat van de Coöperaties. Hanen kraaiden en een enkele hond maakte blaffend duidelijk al wakker te zijn. Vier uur later was de hel compleet.

Het geweervuur begint aarzelend, evenals de zware explosies. Veel inwoners van Beslan – 30.000 inwoners – die al dagenlang ieder detail van de gebeurtenis rond het gijzelingsdrama bediscussiëren, zien daarin een bewijs dat de bestorming van het gebouw niet was gepland. Als de speciale antiterreureenheden de confrontatie doelbewust hadden gezocht, redeneren de meesten, dan hadden ze dat snel en massief gedaan.

Na de eerste schotenwisselingen vluchten de vrouwen massaal weg uit de omgeving van de school of worden ze weggestuurd door hun mannen.

De mannen blijven. Aanvankelijk onzeker en wegduikend achter auto's, knielend achter de bomen en tussen de afrikaantjes van het stadspark, maar gaandeweg brutaal oprukkend tot ze worden tegengehouden door leden van de Noord-Osseetse politiemacht of jonge Russische militairen met vlassige snorretjes. Elke keer als het geweervuur oplaait, duiken ze weg achter Volga's, Lada's en Zjigoeli's alsof die ook maar enige bescherming kunnen bieden.

Een half uur later bereikt het eerste jongetje het cultureel centrum, op zo'n driehonderd meter van het schoolgebouw. Zijn slanke, bijna blote lichaam in de enorme, donkerbruine armen van zijn redder. Een bloedende wond op zijn hoofd. Een grote groep mannen schreeuwend om hen heen. Er staat niets klaar. Geen ambulance kan het kind naar een ziekenhuis vervoeren.

Ook de zwaar bloedende vrouw die vijf minuten later op een brancard arriveert, moet geruime tijd wachten tot ze naar het ziekenhuis kan worden getransporteerd.

,,Vervloekt, vervloekt'', mompelt een oude man nauwelijks hoorbaar tussen zware explosies en snerpend geweervuur door.

[Vervolg BESLAN: pagina 5]

'Onze kinderen zijn dood'

[vervolg van pagina 1]

,,Waar zijn die vervloekte ambulances.'' Anderen uiten hun woede schreeuwend, tierend, soms agressief tegen iedere als autoriteit uitziende voorbijganger. Groepen mannen duwen auto's van de weg om ruimte te maken voor ambulances die voorlopig niet komen. Alles wat kan rijden wordt ingezet en scheurt zo snel als mogelijk is met piepende banden door de nauwe doorgang die de mensenmenigte heeft opengelaten. Iedereen hoopt een dochter, een moeder, een zoon of een nichtje in de auto te zien, want dat betekent in elk geval dat ze nog leven.

Als de gevechten al geruime tijd gaande zijn en geruchten opduiken dat een deel van de terroristen uit de school heeft weten te ontkomen, koelt aan de overkant van de straat een woedende menigte haar opgekropte woede op het hoofd van een man, die zij aanzien voor een Tsjetsjeen. ,,De bandieten zijn ontsnapt in burgerkleren'', wil het gerucht. Een politieofficier probeert de menigte de verdrijven, door salvo's uit zijn kalasjnikov af te vuren in de lucht. Hij slaagt ternauwernood. Het bont en blauw geslagen slachtoffer wordt afgevoerd in een politie-Lada.

Om twee uur luwen de beschietingen voor even. Eindelijk rijden de stokoude ambulances af en aan. De stroom gewonden uit de school die in handen heet te zijn van de regeringseenheden komt op gang. Veel kinderen alleen in onderbroek, veel vrouwen. Weer een gerucht: alle mannen zouden dood zijn. De gevechten en beschietingen verspreiden zich nu over een groter gebied. Projectielen ontploffen op onverwachte plaatsen, hetgeen tot schrikreacties leidt onder de bevolking. Op een gegeven moment rennen veel mensen zigzaggend over straat, niet wetend welke ontploffing het eerst te vermijden. Uiteindelijk blijkt het mee te vallen. Onder de burgerbevolking buiten de school vallen geen slachtoffers.

Het schieten duurt tot laat in de avond, zij het in een veel lagere frequentie en met veel te weinig geschut. De veiligheidstroepen lijken zich niet meer te bekommeren om wat er behalve de terroristen wordt vernietigd. Bestaat, al dan niet terecht, het vermoeden dat de verspreide overlevers in een huis zitten, dan wordt daar een zware granaat op afgevuurd.

In de loop van de middag verschijnt Aslambek Aslachanov, de presidentiële adviseur voor Tsjetsjenië, in het openbaar. President Vladimir Poetin had heel veel problemen met de oplossing van het gijzelingsdrama in Beslan, zegt hij. Nadat hij heeft geprobeerd de wereld ervan te overtuigen dat de gedode terroristen allen Arabieren zijn, en geen Tsjetsjenen, loopt een oude man op hem toe. ,,Waarom ben je gekomen'', sist hij tegen Poetins topadviseur. ,,Onze kinderen zijn dood.''

Een daverend onweer sluit de dag luguber af. Om negen uur valt het licht uit. Voor het eerst sinds de ochtend wordt er niet geschoten.

    • David Jan Godfroid