Afstand doen van eigen nationaliteit is niet niks

In het artikel `Kabinet wil af van twee paspoorten' (NRC Handelsblad, 28 augustus) wordt een wetsvoorstel van minister Verdonk gepresenteerd. Zij wil de dubbele nationaliteit zoveel mogelijk beperken, waaronder die bij gehuwden (nu 12 procent) en bij de `tweede generatie' (2 procent). Door te eisen dat die categorieën afstand doen van hun oorspronkelijke nationaliteit, denkt de minister te ,,bevorderen dat mensen [...] zich ook wezenlijk verbonden voelen met de Nederlandse samenleving''.

Een band met een samenleving wordt echter niet sterker door andere banden te (moeten) verbreken. Het zou veel belangrijker zijn om in de naturalisatieprocedure in te gaan op de vraag of de aanvrager de `normen en waarden' van de samenleving kent en die zich eigen gemaakt heeft.

Uit persoonlijke ervaring weet ik dat een snelle inschatting van een ambtenaar dat iemand zich in het Nederlands redt, eigenlijk voldoende is om de documenten voor de naturalisatie te kunnen inleveren.

Niet iedereen trouwt op zijn 18de. Voor een aantal mensen komt de keuze om met een Nederlander te trouwen en in Nederland te gaan wonen pas na jaren (of decennia) van werk-, familie- en levensverleden in het land van oorsprong.

Hoe sterk en duidelijk de motivatie voor de aanvraag van het Nederlandse burgerschap ook moge zijn, afstand doen van de oorspronkelijke nationaliteit is niet niks. De wetgever heeft voor een dergelijke `identiteitskwestie' wel begrip getoond door iemand die in het huwelijk treedt te laten bepalen of hij voortaan alleen zijn oorspronkelijke naam wil gebruiken, de naam van zijn partner, of de naam van de partner aan zijn eigen geslachtsnaam doen voorafgaan/volgen (BW I: 9, lid 1).

Het tussen de regels door te lezen idee van de minister dat de tweedegeneratie-burgers met een dubbele nationaliteit onder een `loyaliteitsconflict' zouden lijden en daardoor niet in staat zouden zijn zich wezenlijk met de Nederlandse samenleving verbonden te gaan voelen, is echter niet overtuigend. Wordt een volledige integratie belemmerd door een tweede paspoort in de la of door groot te worden in een wijk met een mono-etnische structuur?

In plaats van zich bezig te houden met het opgeblazen probleem van dubbele nationaliteit bij de `gemengde' gezinssituatie, zou de minister die tijd beter kunnen gebruiken voor een wekelijkse (incognito) wandeling door een van de vele Nederlandse getto's.

    • Dr. Nella Lonza