Zog-thematiek

Guus Middag luistert naar Nederlandstalige liedjes. Vandaag naar `Miranda' van Alex Roeka, een angstdroom vermomd als zonnig zomerlied.

Een man ziet een onbekende vrouw door de straat lopen en raakt overweldigd door haar verschijning. Wat voelt hij? Alex Roeka probeert het te zeggen in zijn lied `Miranda'. Eerst is er alleen maar verwarring als zij langs hem loopt: `ik voel de nacht, het toverwoud, de heksenjacht'. En meteen daarna: `ik voel het zog, het zuigen weer, de hoge zee'. Let op de herhaling van de begin-z van zog, zuigen en zee – altijd een teken van vervoering. Let op de aantrekkingskracht van het water: kielzog, zuigende getijwerking, verlangen naar het ruime sop. En let op de oer-erotische bijbetekenissen: zog is ook een ander woord voor moedermelk, dat zoals bekend door zuigen kan worden verkregen.

Hoe het kan weten we nog niet, maar hij is door de verschijning van deze Miranda helemaal opgewonden geraakt. Alles is mooi nu. `En als je dan blijft staan bij die rooie deur/ en je kleurt zo mooi bij die rooie kleur', brengt hij verrukt uit. Hij blijft naar woorden zoeken voor zijn vervoering. Nu moeten ze allemaal met een r beginnen: `ik voel de roes, ik voel de rand', tot hij het ook niet meer weet: `ik voel de rrrr... uh...'

Op de plaats van de puntjes moet nog een woord komen, een ander woord voor aandrang lijkt mij, maar welk? De dichter mompelt iets over `dat ronde... aan mijn lippen' (opnieuw zog-thematiek) en over `dat andere' en over `ziel en lijf' en komt dan al rijmend uit op `moederwijf'. Dat woord verenigt `moederfiguur' en `moordwijf', en daarmee twee van zijn verlangens: naar kinderlijke overgave en naar volwassen seksuele agressie.

Het lied is deze zomer meer dan eens op de radio voorbijgekomen, als promotie-single voor Roeka's nieuwe cd Schemerdrift, maar niemand zal toen op de tekst hebben gelet. Daarvoor zingt Roeka te snel en te hees en daarvoor is de melodie juist weer te vrolijk. Als je niet beter zou weten zou je denken dat hier na vijfentwintig jaar een ode wordt gebracht aan `Visite' van Lenny Kuhr, met medewerking van Joost Nuissl en Benny Neyman – zo lief en positief klinkt het, en ook zo gedateerd. Opgewekte vioolstrijkjes, een vrolijk huppelende piano, een tamboerijn, op een vlinderig danswijsje.

Het staat in vreemd contrast met de geladen inhoud. Dit is het lied van een man met aandrang, iemand die zich probeert op te dringen, omdat hij zich niet meer gewoon kan uiten. Hij meldt dreigend, in het middendeel: `ik raak verstopt, ik implodeer'. Hij zoekt hijgerig naar woorden, maar komt niet verder dan: `het is gevoel'. Hij wil haar achtervolgen en hij wil haar zien wankelen en vallen.

Gelukkig trekt onze Miranda zich niets aan van het hitsige gedrag van Roeka. Onverstoorbaar vervolgt zij haar eigen weg, zodat de dichter in het slotdeel alleen maar zijn nederlaag kan erkennen. Zo voelt hij zich: `het schip vaart uit, de fles is leeg, het doek valt neer'. Driemaal lege handen. Als we hem mogen geloven zien we haar daarna nog op een zwart paard met vleugels springen. `Het danst omhoog, het viert de zon in wolken stof.' Dichterlijk gezegd? Het kan ook een dronkemansvisioen zijn, of een angstdroom. Het is een raar, raaskallend slot, van een nummer dat tot en met het einde gewoon blijft klinken als een zoet en zonnig zomerlied.

Een fragment van Alex Roeka's `Miranda' is te beluisteren via www.nrc.nl