Vrouwen lijden, mannen sputteren in hun ijdelheid

De laatste tijd wordt er in de Italiaanse cultuur veel achterom geblikt, met name naar de jaren zestig van de vorige eeuw. Daarvan getuigden onder meer de films La Meglio gioventù van Marco Tullio Giordana en The Dreamers van Bertolucci. De in 2002 verschenen en nu in het Nederlands vertaalde romans Het feest is afgelopen van Lidia Ravera en Achteloze minnaar van Camilla Baresani bewijzen dat deze tendens ook in de literatuur aanwezig is. Wat bovendien opvalt is dat in deze beide boeken hoofdpersonages beroepsmatig met muziek te maken hebben: bij Baresani is het een beroemd componist van soundtracks en (revue)liedjes, bij Ravera betreft het een gevierd dirigent. Een andere saillante overeenkomst ligt in het feit dat beide verhalen in grote mate scharnieren rond een in het vooruitzicht gestelde ontmoeting tussen twee voormalige geliefden, die pas helemaal aan het einde plaats heeft, waardoor de lezer hongerig wordt gehouden.

Ondanks de geschetste raakvlakken laten de romans een zeer uiteenlopende aanpak zien. Het feest is afgelopen is een vaardig geconstrueerd verhaal met een soepel verspringend vertelperspectief waarbij een poging wordt gedaan inzicht te verschaffen in de beweegredenen van mensen die ooit gezamenlijk op de barricades hebben gestaan en daarna geheel andere wegen hebben bewandeld. In Achteloze minnaar is uitsluitend één persoon aan het woord, de 68-jarige Manlio Polidori, die tal van anekdotes opdist uit zijn succestijd, weinig opzienbarende gedachten in het rond strooit en er onvermoeibaar op los jeremieert. Ravera permitteert zich politieke en psychologische analyses, Baresani beperkt zich tot het van spot doordrenkte gezichtspunt van een misantroop die op een rantsoen van antidepressiva en tv-programma's de dagen doorploetert.

Jeugdzonde

Waar Polidori, Baresani's antiheld, ontgoocheld door zijn huidige toestand het verleden opnieuw probeert te omhelzen door op zoek te gaan naar een kortstondige oude liefde, daar lijkt Ravera's hoofdpersonage, de dirigent Carlo Ronchi, content met wat hij bereikt heeft, terwijl hij zijn verleden als kopstuk van de Turijnse studentenbeweging als een dwaze jeugdzonde beschouwt. Ook hij verlangt echter in zekere zin terug naar een jeugdliefde, Alexandra, en als hij na vele jaren voor even terugkeert naar Turijn om daar de Falstaff te dirigeren, is hij van zins haar op te zoeken. Deze ontmoeting wordt gedwarsboomd doordat Carlo door zijn voormalige strijdmakker Angelo, een verbitterde en werkeloze arbeider, wordt ontvoerd.

Angelo kijkt geheel anders tegen het verleden aan dan de succesvolle en zelfverzekerde Carlo, die altijd `een lieveling van de goden' is geweest. In de jaren dat hij aan de zijde van zijn mentor Carlo bij Fiat werkte en demonstraties en stakingen organiseerde, was hij een meedogenloze revolutionair, die ontzag afdwong door zijn compromisloze houding. Maar nadat Carlo in het heetst van de strijd de benen nam om zich in het buitenland als musicus te bekwamen is Angelo's `vroegere onverschrokkenheid versteend tot wrok'. Wanneer Carlo, door dromen noch herinneringen geplaagd, opnieuw opduikt in de stad waar hij ooit samen met een hele generatie heilig geloofde in zijn eigen idealen, neemt Angelo wraak: Carlo, van vroegere compagno tot `klassenvijand' geworden, moet boeten voor zijn verraad.

In Baresani's roman speelt de politiek daarentegen geen enkele rol. Voor de rokkenjager Polidori, die inmiddels ironisch genoeg met prostaatproblemen kampt, betekenen de jaren zestig vooral een periode van explosief ontluikende seksuele vrijheid: `De enige momenten van collectiviteit die mij wel aanstonden, waren de orgieën en als ik met mijn vrienden naar muziek luisterde.' Als inwoner van het mondaine en cynische Rome, ver van de roerige fabrieksstad Turijn, genoot hij van het dolce vita dat daar zo ongebreideld woekerde. Tijdens een seksfeest ontmoet hij het stugge meisje Teresa, dat de dochter van een seriemoordenaar blijkt te zijn. `Ten prooi gevallen aan perverse nieuwsgierigheid' neemt hij haar mee naar huis, maar zonder haar geconsumeerd te hebben zet hij haar weer op straat. Veertig jaar later pas begint hij zich ineens af te vragen hoe het toch is afgelopen met dat vreemde meisje dat hij destijds om duistere redenen niet aan zijn collectie minnaressen heeft willen toevoegen. Ineens voelt hij zich verantwoordelijk voor Teresa's lot en wordt zij `de vrouw die ik terug wil vinden en van wie ik denk dat zij, omdat ze de voltooid verleden tijd van de jeugd oproept, hoop kan geven op een nabije toekomst.'

Alibi

Bij zijn obsessieve zoektocht wordt Polidori geholpen door een student die een scriptie over de oude componist wil schrijven en diens vriendinnetje. Wanneer de ontmoeting eindelijk plaats heeft, krijgt de man die met zichzelf in het reine probeerde te komen, het deksel op zijn neus. Na een moralistische preek wijst Teresa hem de deur, zoals hij dat veertig jaar eerder bij haar deed. Verrassend genoeg leidt dit niet tot een volledige ontluistering bij Polidori, maar tot een verbluffend inzicht: de ontmoeting waarnaar hij zo lang heeft gehunkerd om gevoelens van weleer terug te kunnen vinden, blijkt een alibi te zijn geweest voor een andere ontmoeting, namelijk die met het meisje dat hem met zijn zoektocht heeft geholpen.

Interessant is dat beide schrijfsters, zowel Baresani als Ravera, hun vrouwelijke hoofdpersonage neerzetten als iemand die door het leven aan de kant is gezet en met `weloverwogen onverschilligheid' (Ravera) voortleeft. Allebei de vrouwen zijn de speelbal geweest van nietsontziende mannen – Teresa van een monsterlijke vader en een steenrijke oplichter; Alexandra van de charismatische en egocentrische Carlo en later van de gewelddadige en ontspoorde Angelo. Het zijn martelaressen, wier nederigheid heftig contrasteert met het ijdele gesputter van de mannen in hun omgeving. Ze stralen een chique afstandelijkheid uit, die ook in Ravera's stijl tot uitdrukking komt. Haar gladgeschuurde en met beschaafde melancholie geverniste proza kent een duidelijke verwantschap met de elegante maar enigszins gekunstelde psychologische thrillers van Gianni Farinetti, wier romans zich eveneens in Turijn afspelen. Bij Baresani is alles aardser en minder verfijnd. Het weldadige gekanker en gemoedelijke geouwehoer van haar oude geilaard graaft paradoxaal genoeg uiteindelijk misschien wel dieper dan Ravera's soms geforceerd literaire onderzoek naar een verloren tijd.

Lidia Ravera: Het feest is afgelopen. Vertaald door Els van der Pluijm. De Arbeiderspers, 260 blz. €18,95

Camilla Baresani: Achteloze minnaar. Vertaald door Aafke van der Made. Serena Libri, 328 blz. €21,80