Tekmessa snikt het uit

In een serie over vertaalde klassieken deze week `Oidipous' en vier andere tragedies van Sofokles (`Oidipous' is uit het Grieks vertaald door Gerard Koolschijn. Athenaeum-Polak & Van Gennep, 81 blz. euro 14,95. `Ajax', `Meisjes uit Trachis', `Elektra' en `Filoktetes' zijn uit het Grieks vertaald door Hein L. van Dolen. Sun, 255 blz. euro 29,50)

Hoe zou het zijn om Oidipous te zien zonder te weten hoe het afloopt? Een belangrijke attractie van deze Griekse tragedie is immers dat het publiek allang datgene weet wat de hoofdpersoon zelf met pijn en moeite moet ontdekken. Ook mensen die de tragedie nooit zagen, weten dat Oidipous zijn vader doodde en met zijn moeder naar bed ging.

Oidipous wordt door sommige moderne schrijvers wel als whodunnit omschreven, met als bijzonderheid dat de detective die de moord onderzoekt, zelf de moordenaar blijkt te zijn. Doortastend roept Oidipous de getuigen op die het raadsel rond de moord kunnen oplossen, doortastend ondervraagt hij ze, doortastend trekt hij zijn conclusies. Maar een echte Derrick of Columbo is hij toch niet, daarvoor is hij te weinig subtiel. Nooit zegt hij met een leep lachje: ,,One more thing, mister Herder.'' Wie tegensputtert of het ongewenste antwoord geeft, beschuldigt hij direct van moord en verraad, of hij bedreigt ze met martelingen. Daaruit blijkt al dat Oidipous naast een vadermoorder en een moederneuker ook nog een driftkikker is. Diezelfde drift zorgt ervoor dat hij zeker zeven bladzijdes van het onderzoek verspilt aan een zinloze ruzie met zijn zwager.

In al zijn doortastendheid is Oidipous toch nog tergend langzaam van begrip. Blind noemt de ziener Teiresias hem. Doof kun je daaraan toevoegen, want moeder de vrouw Jokaste en Teiresias hebben in de eerste twee bedrijven al voor hem uitgespeld hoe het plot in elkaar steekt. Daarmee is meteen de vraag beantwoord hoe het voor een onwetende zal zijn om Oidipous te zien: in het stuk zelf wordt al vrij vroeg de informatie verstrekt die de kijker nodig heeft om Oidipous voor te zijn.

Met zijn vertaling van Oidipous sluit Gerard Koolschijn helaas zijn lange reeks Griekse en Latijnse vertalingen af. Sinds 1988 heeft hij, blijkens een overzicht achterin het boek, een indrukwekkende lijst Grieken en Romeinen vertaald: heel veel Plato, alles van Euripides, Aischylos, een theaterbewerking van Homeros' Ilias, Herodotos, Vergilius, Xenofon.

Deze Oidipous laat wederom zien waarom Koolschijns vertalingen zo geliefd zijn bij het theatervolk: hij schrijft altijd heldere zinnen met een alledaags, volkomen natuurlijk aanvoelend woordgebruik; simpel maar nooit plat, en met behoud van de poëtische en dramatische kracht. Dankzij Koolschijn is het vertalen in moeilijke, kromme zinnen met veel `literaire', verouderde woorden (`schoon' in plaats van `mooi') terecht in diskrediet geraakt.

Ondanks alle lof is Koolschijn ook omstreden, onder classici. Hij zou zich te veel vrijheden veroorloven. Hij zou volgens Ilja Leonard Pfeijffer met `het strijkijzer van de verstaanbaarheid' de grillig-poëtische kunsttaal van de Grieken wegstrijken. Ik kan geen Grieks lezen dus ik kan het niet beoordelen, wel zie ik dat Koolschijns vertalingen geschapen zijn voor het theater, en dat ze geenszins plat, netjes en strijkdroog zijn. Pfeijffer is bovendien in deze discussie bevooroordeeld: hij heeft een militante voorliefde voor hermetische poëzie.

Ongeveer gelijk met Koolschijns Oidipous brengt collega Hein L. van Dolen vertalingen uit van vier andere tragedies van Sofokles: Ajax, Meisjes uit Trachis, Elektra en Filoktetes. Geen van de vier is zo sterk als Oidipous maar het zijn niettemin meeslepende stukken. De minst bekende is Meisjes uit Trachis. Echtgenote Deïaneira wacht op de thuiskomst van halfgod Herakles, die alvast wat slavinnenbuit vooruit heeft gestuurd. Tussen de buit, zo ontdekt zij, zit de nieuwe minnares van haar man. In plaats van in woede te ontsteken, besluit ze Herakles terug te winnen. Zij stuurt hem een met liefdesdrank besprenkelde mantel. Die liefdesdrank blijkt echter vergif te zijn. Herakles sterft langzaam onder gruwelijke pijnen.

Door Aristoteles zijn er allerlei strikte regels opgesteld over hoe een tragedie in elkaar moet steken, maar daar wordt nu wat genuanceerder over gedacht: geen twee tragedies zijn hetzelfde. En inderdaad: deze vier tragedies zijn alleen al wat vorm betreft afwijkend van de norm. Net als Ajax bestaat Meisjes uit Trachis bijvoorbeeld uit twee delen die niet veel met elkaar te maken hebben. In beide gevallen sterven de aanvankelijke helden halverwege en wordt daarna een hele andere kwestie behandeld. In deel twee van Meisjes uit Trachis draait het om de vaderliefde van de zoon, die tegen zijn zin Herakles moet euthanaseren. De grote, wijze liefde van Deïaneira in het eerste deel, voor een man die dat niet verdient, wordt gespiegeld in deel twee door de botte, onterechte haat van Herakles voor zijn vrouw, die dat niet verdient.

Van Dolen wil net als Koolschijn liever gespeeld dan gespeld worden. Ook hij gelooft dat vlot Nederlands, met hedendaagse equivalenten van voor ons niet meer invoelbare oud-Griekse zaken, de schrijvers uit de oudheid meer recht doet dan een poëtische, verheven stijl die weinig aansluiting vindt bij de lezende leek. Ook Van Dolen is in het verleden om zijn `populariserende' toon zowel gekritiseerd (bij Herodotos) als geprezen (bij Aristofanes).

Het is de vraag of deze vertalingen speelbaar zijn. Van Dolen hanteert de jambische versvoet en maakt zich daarbij geregeld schuldig aan versvulling. De personages in zijn vertaling zijn daarom veel breedsprakiger dan die in Koolschijns Oidipous. Verschillende van hen kondigen bijvoorbeeld herhaaldelijk en uitgebreid aan dat ze iets gaan vertellen: `ik zal het van begin af aan vertellen.' Dolen is verder stilistisch ook niet zo sterk. Hij kiest lullig klinkende uitdrukkingen als: `ze lachen in hun vuistje.' Herakles' zoon zegt over zijn moeder: `haar misdaad heeft haar als ontaarde moeder aan de kaak gesteld'. Dat is niet alleen stijf, met een afgezaagd gezegde, het is ook slecht Nederlands. Personen kunnen misstanden aan de kaak stellen, niet andersom.

`Ik snik het uit!' roept Tekmessa twee keer als haar nieuwe man/eigenaar Ajax zelfmoord heeft gepleegd. Knappe actrice die dat serieus uit de mond kan krijgen. Maar wat dan? zou Dolen kunnen tegenwerpen. En inderdaad, wat zeg je als je gaat huilen? Niets, lijkt me. Je gaat gewoon huilen. Maar daar kom je als vertaler niet mee weg. `Ik moet huilen,' dan maar. Of, nogal vrij: `Ik wil niet huilen.'