Syrië houdt geen rekening met tijdgeest

De VN-Veiligheidsraad heeft gisteren met negen stemmen voor bij zes onthoudingen respect voor de Libanese soevereiniteit geëist. Het was een tik op de vingers voor Syrië wegens zijn interventie in de Libanese politiek.

Een opzichtige interventie van Syrië in Libanon, dat tegen zijn zin verlenging van het mandaat van zijn pro-Syrische president kreeg opgelegd, heeft gisteren de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties in actie gebracht. De Verenigde Staten en Frankrijk, dat historische belangstelling voor deze regio koestert, waren de drijvende krachten achter een resolutie die respect eist voor de Libanese soevereiniteit en oproept tot het ,,onverwijlde'' vertrek van ongenoemde buitenlandse (Syrische) troepen uit het land.

Het is geen nieuws dat het Syrische regime een doorslaggevende invloed heeft in Libanon, dat Damascus ziet als de facto onderdeel van Groot-Syrië en waar het sinds 1976 troepen heeft gelegerd. De Amerikaanse regering keek de andere kant uit toen Syrië in oktober 1990 de opstand tegen zijn gezag van de populaire Libanese generaal Aoun neersloeg en zijn oppermacht over Libanon vastlegde. Zo beloonde Washington de toenmalige Syrische president, Hafez al-Assad, voor zijn bereidheid deel te nemen aan de door Washington geleide coalitie tegen Irak in de Golfcrisis ondanks de anti-Amerikaanse stemming onder zijn bevolking.

Maar de tijden zijn veranderd. Amerika, dat in die tijd weinig moeite had met dictatoriale regimes, preekt nu democratie in het Midden-Oosten en daarin passen geen dictatoriale interventie en militaire aanwezigheid in een vazalstaat. Afgezien daarvan heeft Washington het grootste bezwaar tegen Syriës steun voor Libanese en Palestijnse anti-Israëlische guerrillagroepen en beschuldigt het Damascus van hulp aan buitenlandse strijders in Irak. En dan zijn er nog de Syrische massavernietigingswapens, dezer dagen een hoogst omstreden bezit voor wat de VS zien als een schurkenstaat. In mei kondigde president Bush daarom al – beperkte – sancties tegen het land af.

De manier waarop Damascus weerspannige politici in Beiroet dwong om de presidentiële ambtstermijn van zijn vriend Emile Lahoud te verlengen, was dan ook gedurfd. Lahoud was aan het einde gekomen van zijn enige toegestane ambtstermijn van zes jaar, en drie kandidaten wierven al om de steun van de 189 parlementsleden die de president kiezen. Van die kandidaten – alle maronitische christenen zoals een oude afspraak bepaalt; sunnieten hebben de premier en shi'ieten de parlementsvoorzitter – was er één anti-Syrisch maar vrouw en zij maakte dus geen kans. De andere twee waren vrienden van Damascus.

Maar Hafez' zoon Bashar Assad, die de hoop op democratisering onder zijn bewind niet heeft waargemaakt, prefereerde in deze moeilijke tijden ,,continuïteit boven onbeproefde loyaliteit'', zoals de Libanese krant The Daily Star schreef. Als legerleider gaf Lahoud in 1990 wettelijke dekking aan de Syrische aanval op het presidentieel paleis waar generaal Aoun zich had verschanst. Als president leverde hij Syrië onvoorwaardelijke steun, zowel wat betreft de Syrische militaire aanwezigheid als ten aanzien van de versterkte rol van de anti-Israëlische guerrillabeweging Hezbollah in Zuid-Libanon. Amerika was daarom juist ongelukkig met Lahoud.

Er was aanvankelijk veel verzet in Libanese politieke kring tegen het amendement op de grondwet dat nodig was om Lahoud extra tijd te bezorgen. Maar de tegenstanders, onder wie premier Rafiq Hariri, werden de afgelopen weken naar Damascus ontboden en op hun plicht gewezen en slikten hun verzet in. ,,Syrië geeft bevelen, benoemt leiders, organiseert parlements- en andere verkiezingen, introduceert wie het wil en laat wie het wil weer vallen en mengt zich via zijn vertegenwoordigers hier en zijn helpers in alle aspectieven van het leven: in de regering, de rechterlijke macht, de economie en in het bijzonder de politiek. We zeggen het simpel: Syrië gaat met Libanon om alsof het een Syrische provincie is'', zo constateerde de gezaghebbende Raad van maronitische bisschoppen.

Van de resolutie van gisteren in de Veiligheidsraad zal Syrië niet wakker liggen; ongespecificeerde `maatregelen' in het geval van niet-naleving zijn eruit geschrapt om de resolutie erdoor te krijgen. Maar tegelijk liet Washington omineus weten zich niet te storen aan de Israëlische dreigementen van militaire vergelding tegen Syrië voor de laatste zelfmoordaanslag (Beersheva, 16 doden) door zijn Palestijnse vrienden. ,,De Syriërs spelen een erg gevaarlijk spel'', zei de Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken Richard Armitage zondag al. Bashar Assad moet op zijn tellen passen.

    • Carolien Roelants