Pijn moet je koesteren

Marga Minco weet hoe ze een verhaal moet beginnen.

`We hadden elkaar niet herkend' is de eerste zin van `Storing', het titelverhaal van de nieuwste bundel van de 84-jarige schrijfster. De twee personen die elkaar in de wachtkamer van een radiostudio niet herkennen, zijn een joodse vrouw en de moeder van het gezin waarin ze tijdens de oorlog kon onderduiken. Ze hebben elkaar al een kwart eeuw niet gezien, naar later blijkt omdat de onderduikster daar geen behoefte aan had. Zíj heeft niet zulke goede herinneringen aan haar tijd in het plattelandsgezin: ze werd gebruikt als naaisloofje en verbaal verkracht door de vader des huizes. `Als kind moet ik van mijn moeder met twee woorden spreken', herinnert ze zich. `Maar na de bevrijding komt het niet bij me op. Ik ben niemand dankbaar. Ga nooit iemand opzoeken. Ik heb wel wat anders aan mijn hoofd.'

Zelfs nu de Tweede Wereldoorlog in de geschiedschrijving vooral in grijstinten wordt geschetst, zal `Storing' op sommige lezers schokkend overkomen: niet alle onderduikhelpers, ook al stelden zij hun leven in de waagschaal, hadden even edele motieven. Maar meer nog dan de inhoud dwingt de vorm van het verhaal bewondering af. De spanning – tussen de nurkse onderduikster en de zogenaamd-hartelijke duikmoeder – wordt goed opgebouwd; de dialogen (`Je hebt nooit iets van je laten horen.'/ `Ik ben nog een paar keer van adres veranderd.'/ `Kon er nooit eens een briefje af?') zijn zo pijnlijk als ze moeten zijn; en voor comic relief zorgt het gestuntel van de radio-interviewer die tot twee keer toe probeert om het gesprek voor het programma Na vijfentwintig jaar op de band te krijgen.

De stijl van Marga Minco – korte zinnen, geladen dialogen, inzoomen op details – is sinds haar debuut Het bittere kruid (1957) niet veranderd. Haar belangrijkste onderwerp ook niet. `Steeds anders over dezelfde oorlog' luidde de onderkop van het interview dat afgelopen vrijdag in het Cultureel Supplement verscheen. De Tweede Wereldoorlog, die Sara Menco als een van de weinigen van haar joodse familie overleefde, is de wortel van de thema's die in verhalenbundels als De andere kant (1959) en romans als Een leeg huis (1966) en Nagelaten dagen (1997) naar boven komen: schuldgevoel, noodlot, toeval, de herinnering die pijn doet maar die ook noodzakelijk is. `Ik wil het niet kwijt,' zegt het oorlogsslachtoffer dat zich in `Omtrent Helena' wendt tot een genezeres met een `gave'; `ik koester het juist, als een relikwie, die op een toegankelijke plek is opgeslagen.' En in hetzelfde verhaal antwoordt de hoofdpersoon, als haar gevraagd wordt wat haar nog bindt aan het Amsterdam van 1948: `de stad houdt me vast, ik kan er niet uit weg, ik moet blijven waarnemen, als een controleur die ervoor is aangesteld.'

`Omtrent Helena' begint met de intrigerende zin `In het Waldorf-Astoria zag ik een vrouw die me aan Helena deed denken' en gaat in op de plotselinge verdwijning van de handoplegster. Selia Steller, in de meeste verhalen van Storing de vertellende ikfiguur, is geobsedeerd door verdwijningen – niet verwonderlijk voor iemand die haar zusje en de rest van het gezin van de ene op de andere dag moest missen. `Ik wil weten hoe het mogelijk is dat mensen zomaar verdwijnen,' denkt ze in het titelverhaal, `dat je nooit meer iets van ze hoort, dat je nooit meer iets over ze hoort.' Gelukkig blijven ze op een andere manier aanwezig, in de herinnering die door kleine details plotseling weer levend wordt. In het prachtige miniatuurtje `De bol en de Bolero' is het de Boléro van Ravel – bij toeval gehoord op een na de oorlog gekochte radio – die de hoofdpersoon doet terugdenken aan die keer, veertien jaar eerder, dat ze met haar zusje in een steeds sneller tempo een streng wol opwond. De wol is de madeleine van Proust en de Draad van Ariadne in één: de sleutel tot het verleden.

`De bol en de Bolero' heeft amper vier bladzijden nodig om de lezer in te spinnen. Minco is goed in dit soort minidrama's, die extra diepte krijgen door het telkens heen en weer gaan in de tijd: vóór de oorlog, in de oorlog, kort na de oorlog, lang na de oorlog. Chinese doosjes zijn het, symbolen van de gelaagdheid van de herinnering. Daarnaast schrikt Minco, of liever haar alter ego, er niet voor terug om in haar verhalen iets te zeggen over haar schrijverschap. Zo krijgt Selia van haar onderduikmoeder mevrouw Bergen het verwijt `dat je ons in je boek zo slecht hebt afgeschilderd.' Ze werpt tegen dat je in verhalen het nodige verzint, waarop mevrouw Bergen haar triomfantelijk vraagt of ze de verhalen over weggevoerde en verdwenen mensen soms ook verzonnen heeft. Selia antwoordt nee, en denkt bij zichzelf: `Moest ik haar uitleggen dat je sommige feiten niet kunt verzinnen? Haar duidelijk maken dat je wel als een god kunt spelen met levens, maar dat je, als een verhaal gebaseerd is op ware gebeurtenissen, van de dood geen verzinsel maakt?'

Ook `Door het land' is een verhaal over het schrijverschap van een joodse overlever die van de deportaties in de oorlog haar onderwerp heeft gemaakt, en die vooral op het (christelijke) platteland op onbegrip stuit. Het leest als autobiografie, hoewel de ikfiguur juist waarschuwt tegen de gelijkstelling van schrijver en ikfiguur. Als kort verhaal komt het minder uit de verf, misschien ook omdat Minco de herinneringen aan schrijverstournees in de jaren zestig probeert te verbinden met de plotselinge verdwijning van de vrouw die zich als haar impresario had opgeworpen.

Niet alle twaalf verhalen in de bescheiden nieuwe bundel van Minco zijn zo goed als `De bol en de Bolero', `Storing', of het melancholieke `Achter het schot', waarin een vriendengroep tijdens de oorlog een prachtig onderduikhok maakt zonder dat ze zich ertoe kunnen zetten om daar ook daadwerkelijk iemand te verbergen. Vooral `De zon is maar een zeepbel', dat bestaat uit twintig pagina's beklemmende dromen, valt uit de toon – al was het maar omdat ze iedere urgentie missen; andermans dromen (ja, ook die van Frits van Egters in De avonden) zijn nu eenmaal slaapverwekkend. Samen met een drietal andere weinig zeggende impressies zijn de – overigens al eerder gepubliceerde – droomverslagen vullertjes in een verder geslaagd album. Een stuk of wat meesterverhalen, dat is de oogst van Minco's eerste bundel in 22 jaar. Genoeg om de kritische lezer tevreden te stellen.

Marga Minco: Storing. De Bezige Bij, 142 blz. €15,–

    • Pieter Steinz