`Op Haïti blijft het nog een rommeltje'

Drie gewapende groepen bedreigen de orde op Haïti. De vredesmissie van de Verenigde Naties kan daar weinig aan doen zolang ze niet op volle sterkte is.

Een half jaar nadat president Aristide als gevolg van aanhoudende gewelddadige protesten het land moest verlaten, krabbelt Haïti er met hulp van de internationale gemeenschap langzaam weer bovenop. Het is er rustiger, schoner. Bedrijven en scholen draaien weer.

,,De eerste millimeters van een lange weg zijn afgelegd'', vertelt de Nederlandse consul telefonisch vanuit de hoofdstad Port-Au-Prince Rob Padberg. ,,Het is bijvoorbeeld iets veiliger maar het blijft nog een rommeltje'', aldus de diplomaat.

Onder leiding van Brazilië is een eerste contingent van zo'n 2.700 militairen onder mandaat van de Verenigde Naties bezig de orde te herstellen. Om goodwill bij de bevolking te kweken, hebben de Brazilianen twee weken geleden de voetbalgekke Haitianen getrakteerd op een potje voetbal. De bedoeling was aanvankelijk om in ruil voor een wapen een toegangskaartje te geven voor de Wedstrijd van de Vrede tussen het Braziliaanse (met spitsen Ronaldo en Ronaldinho) en het Haïtiaanse nationale voetbalelftal. Maar om te voorkomen dat het stadion zich dan zou vullen met 13.000 gangsters zijn de tickets uiteindelijk gewoon verkocht voor de wedstrijd die de Brazilianen met 6-0 wonnen.

Probleem is dat de VN-vredesmacht nog lang niet op de volle sterkte is van 6.700 soldaten. Veel kleinere, voornamelijk Latijns-Amerikaanse landen die troepen hebben toegezegd, zijn traag met het zenden van soldaten of wachten tot er een financiële vergoeding binnen is. De minister van Justitie van Haïti heeft gezegd dat er eigenlijk ten minste 15.000 militairen nodig zijn.

In steden en dorpen buiten de hoofdstad zijn nog steeds gewapende groepen heer en meester die eerder dit jaar een rol speelden in de gewapende opstand tegen Aristide. In die chaotische periode konden ook zo'n tweeduizend gedetineerden uit de gevangenis ontsnappen. Ze zijn nog niet teruggepakt. Regelmatig worden mensen ontvoerd en pas na betaling van losgeld weer vrijgelaten.

Ook de aanhangers van de verdreven president trekken af en toe met wapens de straat op om te protesteren tegen het in hun ogen onconstitutionele vertrek van hun politieke leider. Deze week hebben zij de Franse staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, Renaud Muselier, beschoten die een bezoek bracht aan een ziekenhuis.

En dan is er sinds deze week nog een nieuw probleem van ex-militairen die met geweld hun eisen kracht bijzetten. Het gaat om militairen die deel uitmaakten van het Haïtiaanse leger dat tien jaar geleden door Aristide werd afgeschaft. De militairen eisen nu dat het leger weer in ere wordt hersteld, vragen uitbetaling van achterstallig salaris en terugbetaling van eerder afgedragen pensioenpremies. In twee steden ten zuiden van de hoofdstad – Jacmel en Petit-Goave – hebben de ex-militairen een radiostation en een politiegebouw ingenomen.

De regering van waarnemend premier Gerard Latortue heeft een commissie ingesteld om de grieven van de militairen te bespreken. Over het eventueel weer oprichten van een nieuw leger zal deze regering zich waarschijnlijk niet uitlaten. Dat is een kwestie voor het nieuwe bewind dat volgend jaar aan de macht zal komen.

Inmiddels zijn op Haïti ook de meeste hulpverleners teruggekeerd die in februari de benen hadden genomen. ,,Het land zit vol met blauwhelmen en hulpverleners. Het is een gigantische logistieke operatie'', zegt Ellen Verluyten die er namens het Nederlandse Rode Kruis zit.

Op een donorconferentie die in juli in Washington is gehouden, hebben landen en internationale organisaties toegezegd in totaal 1,4 miljard dollar aan hulp voor Haïti te zullen uittrekken. Dat was honderd miljoen dollar meer dan het land – waar tweederde van de bevolking moet rondkomen van minder dan een dollar per dag – zei nodig te hebben. Een groot deel van het geld zal volgens de premier worden gebruikt voor verbetering van het elektriciteits- en wegennet. Volgens Verluyten zal het nog een hele klus worden om het geld op een zinvolle en efficiënte manier uit te gegeven. Padberg noemt de besteding van de royale pot met hulpgelden ,,een luxe probleem''.

    • Marcel Haenen