`Nooit eerlijk debat over Betuwelijn'

Een echte politieke afweging bij het besluit om de Betuwelijn aan te leggen heeft in de Tweede Kamer in feite nooit plaatsgevonden. Opeenvolgende ministers van Verkeer legden in debatten met de Kamer steevast de nadruk op de positieve aspecten van de Betuweroute en besteedden nauwelijks aandacht aan de negatieve kanten ervan.

Dit bleek vanmorgen bij de verhoren van de Tijdelijke Commissie Infrastructuurprojecten uit de Tweede Kamer, de commissie-Duivesteijn, over de kostenoverschrijdingen bij de aanleg van Betuwelijn en hogesnelheidslijn. Oud-Kamerlid Van den Berg (SGP) zei dat er in de hele behandeling van de Betuweroute ,,nooit een eerlijke discussie gevoerd is over de vraag of de lijn er moest komen''.

Tussen het oorspronkelijke plan waarin werd gepleit voor een betere benutting van spoor en water voor goederenvervoer en het kabinetsbesluit om de Betuweroute aan te leggen, zat geen inmenging van de Kamer. ,,De Kamer werd geconfronteerd met de keuze voor de Betuwelijn, naar alternatieven werd niet serieus gekeken'', aldus Van den Berg.

Ook oud-Twynstra & Gudde-partner Roel Bekker, die tevens vanmorgen werd verhoord, constateerde gebreken in de besluitvorming. Zijn bureau deed onderzoek naar de economische aspecten (zoals de vervoersprognoses) van de Betuweroute. ,,De initiatieffase is nooit afgerond. Er is geen politiek beslismoment geweest'', zei hij. Bekker kwalificeerde de besluitvorming over het rapport met ,,een zes minnetje''.

Het gevolg van de ,,te snelle stap van plan naar concreet traject'' was dat de ,,waarom-vraag niet gesteld werd'', aldus Van den Berg. ,,De Kamer zou eerst een discussie moeten voeren over het probleem en de mogelijke oplossingen en daarna pas over een concreet project, maar de Kamer begon direct te praten over het hoe.'' Een onderzoeker van het Centraal Planbureau zei gisteren bij de verhoren: ,,De Betuwelijn was de oplossing, maar het was niet duidelijk voor welk probleem.'' Ook hij meldde dat kritische rapporten, zoals een CPB-studie uit 1995 die een variant op de Betuweroute voorstelde, afgedaan werden als ,,studeerkameronzin''.

Volgens Van den Berg is het ,,een wetmatigheid'' dat departementen grote projecten omarmen en verdedigen. ,,Er werd verwezen naar visie en strategie, maar concrete vragen over nut en noodzaak werden niet meer beantwoord'', aldus Van den Berg, die parallellen trok met de discussie over de groei van Schiphol. Hij zei het te betreuren dat de coalitieverhoudingen bij de besluitvorming prevaleerden boven een zuivere en inhoudelijke gedachtewisseling over kosten en noodzaak van de Betuweroute. ,,Politici, vooral van de coalitiepartijen, zijn ook niet bereid hun mening later te herzien, dat heb ik altijd betreurd.'' Duivesteijn stelde dat ideaal te delen, maar dat zo'n opstelling van Kamerleden ,,fictie'' is. Van den Berg pleitte voor meer dualsisme bij grote beslissingen en een uitbreiding van de onderzoekscapaciteit van de Kamer om eigen informatie naar boven te halen. ,,Dat versterkt de kritische positie van de Kamer.''

Bekker, nu secretaris-generaal op VWS, zei dat het ,,een vrij natuurlijk proces is dat, als je graag iets wilt, je de voordelen aanzet.'' Dat speelde op Verkeer & Waterstaat en later ook bij de Kamer: ,,Bij de analyse-rapporten worden de positieve aspecten in hoofdletters geschreven.''