Naschrift

Waar het om gaat, is de vraag of uit de evangeliën naar Maria Magdalena en Filippus blijkt, dat Jezus getrouwd was met Maria Magdalena, of seksuele omgang met haar heeft waaruit nageslacht kan zijn voortgekomen.

Dat in deze kwestie aan deze evangeliën bijzonder gewicht zou toekomen omdat de auteurs van deze geschriften Jezus persoonlijk zouden hebben gekend, is een misvatting. Ten eerste heet het evangelie naar Maria niet naar de auteur, maar naar de hoofdpersoon: het geschrift claimt niet eens van Maria Magdalena te zijn. Ten tweede kunnen deze geschriften al daarom niet van ooggetuigen van Jezus zijn, omdat ze op zijn vroegst uit de tweede eeuw stammen. Ten derde zijn de titels waarschijnlijk later aan deze geschriften toegevoegd. Er is geen enkele kenner van deze materie die deze werken geschreven acht door de historische personen Maria Magdalena en Filippus.

Het is waar dat het evangelie naar Maria Magdalena p. 10 zegt, dat Jezus meer van Maria (Magdalena) hield dan van andere vrouwen. Maar dat duidt niet op een seksuele relatie, evenmin als de uitdrukking `de leerling van wie Jezus hield' in het evangelie naar Johannes een seksuele relatie wil suggereren. Het gaat om de bijzondere verbondenheid van leermeester en leerling, die overdracht van kennis mogelijk maakte waartoe anderen geen toegang hadden. Van seksuele omgang van Jezus met Maria Magdalena is in het evangelie naar Maria Magdalena geen sprake.

Het is waar dat het evangelie naar Filippus 32 en 55 haar voorstelt als begeleidster van Jezus en als uitverkoren en bevoorrechte leerling. Maar ook hier wordt niet op seksueel verkeer gedoeld, zo min als wanneer Paulus zijn leerling Stachys `mijn geliefde' noemt (Romeinen 16:9). Het evangelie naar Maria Magdalena bedoelt, dat tussen Jezus en Maria een genegenheid bestond die de ideale voorwaarden schiep voor kennisoverdracht van Jezus op Maria Magdalena. Aan Jezus' sympathie voor haar is het te danken, dat zij van Jezus bepaalde kennis ontving die anderen niet hadden ontvangen. Dat is wat dit geschrift pretendeert.

De vertaling `lover' in Filippus 55 is zwaar overtrokken en misleidend. `Companion' is genoeg. Prof. G.P. Luttikhuizen, nieuwtestamenticus en koptoloog in Groningen, die deze beide teksten heeft vertaald en uitvoerig toegelicht, vertaalt in Filippus 32 `metgezellin' en `begeleidster' en in 55 `metgezellin' (G.P. Luttikhuizen, Gnostische geschriften 1, Kampen 1988, pp. 87 en 91). Ook in het evangelie naar Filippus is dus van een huwelijk van Jezus met Maria Magdalena geen sprake.

    • Jan Benjamin
    • Henk Jan de Jonge