Met de waarheid is iets vreemds

De Berlijnse Volksbühne, een belangrijke inspiratiebron voor Nederlandse theatermakers, komt naar Rotterdam. ,,Alles wat ze doen heeft urgentie.''

Al onder de grond klinkt het gedreun van de bassen. Er is duidelijk iets aan de hand bij het metrostation Rosa Luxemburg-platz in het voormalige Oost-Berlijn. Op weg naar boven zwelt het geluid aan tot een niveau dat denken onmogelijk maakt. Eenmaal bovengronds valt de demonstratie dan toch nog wat tegen. Naar schatting honderdvijftig `autonomen', zoals krakers in Duitsland genoemd worden, vieren in de motregen hun feestje met bier, luide muziek en mottige honden. Op een paar spandoeken staat te lezen dat yuppies moeten oprotten en dat iederéén recht heeft op betaalbare woonruimte. Het onvermijdelijke peloton ME kijkt verveeld toe.

Zaterdagmiddagdemonstratie in Berlijn. Voor een Nederlander doet het tafereel denken aan de jaren tachtig; de slag om de stedelijke ruimte tussen alternatief en gevestigd, krakers en projectontwikkelaars. In Berlijn lijkt die strijd nog in volle gang, al staat in deze nagenoeg failliete stad de overwinning bij voorbaat vast.

Het is niet moeilijk het mooie te zien aan de woonkazernes van de voormalige Oost-Berlijnse wijken Prenzlauerberg, Scheunenviertel en Mitte – hier en daar gepokt door mortierinslagen van bijna zestig jaar oud. Sommige zijn gekraakt, veruit de meeste zijn al gerenoveerd, in mediterrane kleuren gepleisterd en voorzien van een hip café op de begane grond. In deze wijken bevindt zich, vijftien jaar na de val van de Muur, weer het hart van de stad. In het kielzog van de pioniers – jonge kunstenaars, studenten, alternatieven – kwamen de ondernemers; er is in Prenzlauer Berg een gekraakt badhuis dat dienst doet als geïmproviseerd theater, een oude brouwerij is tot professioneel filmhuis verbouwd. Je vindt er tweedehands-kledingzaken en Turkse groentewinkels naast luxe grand-café's, designwinkels en galeries.

In het hart van het Scheunenviertel, ooit de joodse wijk van Berlijn, torent op de Rosa Luxemburg-platz het gebouw van de Volksbühne, een kruising tussen een tempel en een enorm drooggevallen schip. Het werd gebouwd in 1914 en raakte in de Tweede Wereldoorlog ernstig beschadigd. Sinds de heropening in 1954 is er nooit veel aan veranderd. De marmeren zuilen, de bolle, rookglazen deuren, de marmeren hal met de ouderwets-nauwe kaartjesloketten, de donkere lambrizering, de buitenmodel kroonluchters, de mottige stoffering en vooral het bruin in talloze nuances geven de Volksbühne een onmiskenbare DDR-allure.

DDR-regime

Het gebouw is het huis geweest van beroemde regisseurs, zoals Erwin Piscator in de jaren twintig en Bruno Besson in de jaren zeventig. Na de Wende trad in de Volksbühne in 1992 het enfant terrible Frank Castorf aan, een geboren Oost-Berlijner die onder het DDR-regime alleen in de provincie zijn voorstellingen mocht maken. Onder Castorf is het logge gebouw tot een van Duitslands succesvolste schouwburgen uitgegroeid. Het is meer dan een theater alleen. Er zijn films en tangosalons, feesten en debatten. De belangrijkste regisseurs uit het Duitse taalgebied maken er voorstellingen: de Volksbühne herbergt de harmonieuze zangavonden van de Zwitser Christoph Marthaler en de rauwe provocaties van Christoph Schlingensief (een Hamlet met neonazi's, Big Brother met asielzoekers). De nieuwste ster is René Pollesch, die in de dependance aan de Kastanienallee antiglobalistische traktaten brengt in MTV-verpakking. Castorf zelf brengt in de Volksbühne bewerkingen van romans, zoals van Dostojevski of Boelgakov, soms een Tennessee Williams. Lange voorstellingen zijn het, waarin de acteurs zich al schreeuwend een weg worstelen door hun rollen. Steevast hangt er een groot videoscherm dat laat zien wat er achter het deels gesloten decor gebeurt; de toeschouwer moet het verhaal uit chaotische fragmenten bijéénpuzzelen. De elders gebruikelijke theatrale orde ziet Castorf als een leugen, zoals elke orde.

Met het aantreden van Castorf koos men in de Volksbühne ondubbelzinnig voor één soort theater: vooruitstrevend, experimenteel regisseurstoneel. ,,Berlijn heeft verhoudingsgewijs veel theaters'', legt Carl Hegemann uit, de opperdramaturg van de Volksbühne – een van de zeven die er in vaste dienst is. ,,Er is een aantal theaters dat zich met het klassieke repertoire bezighoudt, en dus was het voor ons eenvoudig om ons te specialiseren in experimenteel theater. Dat past ook bij de geschiedenis van dit gebouw. We wilden ons bijvoorbeeld met andere media bezighouden. Piscator maakte hier tenslotte al multimediatheater. Ook is het traditie dat de Volksbühne meer is dan een theater; tegen het slot van de DDR-tijd was dit al een verzamelplaats voor mensen die het anders wilden; het gebouw was vaak de hele nacht open.''

Op de trappen van de Volksbühne staan zaterdagavond twintigers in outfits van zorgvuldig bijeengezochte sjofelheid te roken naast oudere echtparen in kostuum en mantelpak, die de demonstratie van het in het zwart gehulde krakersleger met opgetrokken wenkbrauwen bekijken. Een aantal van hen zal die avond, op driekwart van de voorstelling de schouwburg verlaten. ,,In Duitsland bestaat het theaterpubliek grotendeels uit de gegoede middenklasse'', zegt Hegemann. ,,En dan zijn er nog wat randgroepen van publiek; jongeren, creatievelingen, de mensen uit de culturele elite. Ons publiek bestaat voor het grootste gedeelte uit die randgroepen; een patchwork van minderheden, zoals een criticus eens heeft geschreven. Dat bevalt ons. Van begin af aan wilden we juist die mensen bereiken die normaliter liever naar een popconcert of een lezing gaan dan naar een theatervoorstelling. En dat is ons gelukt. De gegoede middenklasse komt ook bij ons in de zaal, maar ze is hier in de minderheid.''

De combinatie van vooruitstrevend én succesvol doet theatermensen in Nederland likkebaarden. Het Berlijnse huis heeft inspiratie geleverd voor heel wat Nederlandse theaterideeën. Sinds Annemie Vanackere, die samen met Jan Zoet de artistieke leiding vormt van de Rotterdamse Schouwburg, in 2001 de Volksbühne bezocht, is ze fan, zegt ze. ,,De Rotterdamse Schouwburg is een gebouw waar gezelschappen doorheen stromen. De Volksbühne is zowel een schouwburg als een ensemble, ze maken een verhaal dat afzonderlijke voorstellingen overstijgt. Daarnaast investeren ze in debat, in ideeënvorming. Tot slot houden ze van feesten; er zijn daar vaak popconcerten en parties. Al met al benadert het het ideale theater.''

Komende week worden Castorfs voorstelling Erniedrigte und beleidigte (naar Dostojevski's De vernederden en gekrenkten) en René Pollesch' Pablo in der Plusfiliale (de Plus is een goedkope Duitse supermarkt) in Rotterdam gespeeld tijdens het festival De (Internationale) Keuze van de Schouwburg. De huisontwerper van de Volksbühne, Bert Neumann, komt de Rotterdamse Schouwburg veranderen in een Rotterdams DDR-hol. Er is een installatie van Volksbühne-affiches, en er wordt een boek gepresenteerd over het werk van Neumann – momenteel de lieveling van de Europese theaterwereld – en zijn vrouw, Lenore Blievernicht. Haar bureau LSD neemt al het grafische werk van het theater voor zijn rekening en draagt zo veel bij aan de uitstraling van de Volksbühne. Van luciferdoosjes tot Volksbühne-huiscondooms, affiches en programma's, alles heeft dezelfde aftandse, `ostalgische' uitstraling.

In Nederland werkte Neumann voor Johan Simons, artistiek leider van ZT Hollandia, die volgend jaar zijn tenten zal opslaan in het voormalige Publiekstheater in Gent. Net als Castorf wordt hij dan `intendant', hoofd van zijn eigen huis. ,,Daar kijk ik heel erg naar uit'', zegt hij. ,,Het is belangrijk te kunnen bepalen wat er naast jouw eigen voorstellingen te zien is in het gebouw dat je thuis is'', zegt hij. ,,Zo toon je wat je wilt zeggen, niet alleen via je voorstellingen, maar ook met alles daaromheen. Dat geeft de sterke uitstraling die de Volksbühne ook heeft.''

Ook voor Melle Daamen en Annet Lekkerkerker, respectievelijk directeur en programmeur van de Amsterdamse Stadsschouwburg, geldt de Volksbühne als inspiratiebron: ,,Het is meer een kunstencentrum dan een traditionele schouwburg'', zegt Lekkerkerker. ,,Genesteld in de stad, met een jong, alternatief publiek. Het is heel politiek. Alles wat ze doen heeft urgentie; er is een dwingende relatie met de buitenwereld, met de stad, met de wereld.'' Daamen en Lekkerkerker lieten zich door de Volksbühne inspireren tot hun concept `expanding theatre', dat de randgebieden verkent tussen theater en andere media, zoals bijvoorbeeld het debat. Zo worden tijdens Blind Date vreemden aan elkaar gekoppeld aan kleine tafeltjes in de Stadsschouwburg, om te praten over een vastgesteld thema. Op 11 september organiseert de stadsschouwburg het `Grote gala van het terrorisme'.

Gold

Op deze kille Berlijnse zomeravond wacht het publiek op een uitvoering van Gier nach Gold, Castorfs bewerking van een Amerikaanse roman van Frank Norris die in 1924 als Greed werd verfilmd door Erich von Stroheim. Het is het verhaal van drie mensen die te gronde gaan doordat één van hen de loterij wint. Typisch Castorf, dit onderwerp: het kapitalisme dat mensen tot winnaars of verliezers degradeert, het individu dat anderen moet vernederen om zelf te overleven. Zijn voorstelling Erniedrigte und beleidigte begeleidt hij met een citaat van de Sloveense technogroep Laibach: ,,Wie calculeert is laf, wie niet calculeert, sterft.''

Niet dat Castorf dit thema afstandelijk en academisch benadert. Nederlanders roemen de de vitaliteit van zijn acteurs; er wordt schijnbaar onbeheerst gevochten en geruzied op het toneel. Van afstand tussen de acteurs en hun personages lijkt nauwelijks sprake.

Voor Gier nach Gold heeft Bert Neumann de filmset van een western neergezet: een hele straat, compleet met bovenverdieping, nachtclub en houten winkelhuizen. Het hoofdpersonage is tandarts. De tandartsstoel en boor vooraan worden in de voorstelling echt gebruikt, wat het publiek doet kreunen van ellende. Realiteit in plaats van realisme, is Castorfs motto.

Dergelijke vitaliteit mist Annemie Vanackere wel eens in het Nederlandse theater. ,,Dat is toch veel netter. Rationeler misschien ook. In Berlijn is zowel het artistiek, als het politiek bewustzijn sterker. Maar dan heb ik het wel alleen over vier, vijf regisseurs en een paar ensembles in een enorm land. Er wordt ook heel veel saai theater gemaakt in Duitsland.''

De Volksbühne nam in 2002 deel aan de Biënnale van Sao Paolo. De megalopolis inspireerde René Pollesch tot de trilogie Svetlana in a Favela, Pablo in der Plusfiliale en Telefavela (een samentrekking van favela, sloppenwijk, en telenovela, soap). De delen ademen de sfeer van een verlopen kermis, van `Liebe und Lidl', om met Pollesch zelf te spreken. De speelsters imponeren met hun antiglobalistische tirades tegen sweatshops, geldhonger en scheiss-neoliberalismus. Ook anno 2004, zo blijkt, gaat theater over arbeidsverhoudingen er bij een Berlijns publiek in als koek.

Bij de tien jaar oudere Castorf draait het al sinds de Wende om de desillusies van de materieel bevredigde mens. In Stanley Kowalski uit A Streetcar named desire, twee jaar geleden in Rotterdam te zien, zag hij een gedesillusioneerde arbeider die mee had gedaan met de heroïsche opstand van Solidarnosc, en zijn nieuw verworven vrijheid moest bekostigen door kauwgum te verkopen in een gorillapak. Endstation Amerika heette de voorstelling.

`OST' staat er in spierwitte neonletters bovenop het gebouw van de Volksbühne. De ontheemdheid van Castorfs personages staat dicht bij de Berlijners, van wie blijkens een recente enquête zestig procent zich slachtoffer voelt van `de mondialisering'. Tijdens de maandagdemonstraties, de wekelijkse protesten tegen Schröders hervormingsplannen in Berlijn, uiten de Oost-Berlijners hun teleurstelling in het kapitalisme en hun angst voor de toekomst. Vijftien jaar na de Muur is de `Ostalgie', het terugverlangen naar de kleinere sociale verbanden onder de DDR, voor de Berlijners krachtiger dan ooit. Postcommunistische desillusie, antiglobalisme en de frustratie over de teloorgang van een goedkope creatieve enclave – het ligt, zo bevestigt Pollesch' dramaturge Aenne Quinones, in Oost-Berlijn allemaal mooi in elkaars verlengde. ,,Prenzlauerberg is een yuppenbuurt geworden'', zegt ze. ,,Op de Käthe Kollwitzplatz, hier vlakbij, worden voor appartementen astronomische bedragen betaald.''

Ook bij een publiek dat tijdens de val van de Muur nog in de box zat, valt daarom die ene scène uit Pablo in der Plusfiliale in goede aarde: de actrice die met primitieve middelen een muurtje bouwt, en daar dan met veel vertoon overheen duikt, graaiend naar een creditcard.

Vrijheid

Zijn antiglobalisme en ostalgie daarmee de unique selling points van de Volksbühne? Dat vindt Carl Hegemann te cynisch gedacht: ,,Ons centrale thema is inderdaad de richtingloosheid die de mensen in Oost-Duitsland na de Wende heeft overvallen. Ze hebben de vrijheid omhelsd maar ze weten nog altijd niet precies wat ze ermee willen, en ze merken ook de nadelen van die vrijheid. Met de waarheid is iets vreemds aan de hand. De communistische waarheid bleek niet te bestaan. Zij is vervolgens vervangen door de kapitalistische waarheid. Maar klopt die dan wel? Ook daarop valt wel het een en ander af te dingen. Zo stellen wij vragen bij maatschappelijke ontwikkelingen; we proberen wat mensen op straat en in hun huizen hindert, op de bühne te laten zien. Maar we zeggen niet: strijd tegen de mondialisering.''

Wie Volksbühne-voorstellingen reduceert tot postcommunistische spleen, doet ze te kort, vindt ook Annemie Vanackere. De neurose en de verlorenheid die bijvoorbeeld Castorfs personages uitstralen, worden ook elders in Europa begrepen. ,,Voor mij gaat het in al zijn voorstellingen over hoe de personages worstelen met het systeem waarin ze leven; hoe ze individu kunnen zijn en zich als individuen tot elkaar kunnen verhouden, terwijl hun dat door het systeem van alle kanten onmogelijk wordt gemaakt. Dat is iets dat mij als toeschouwer ook parten speelt, ook al kan ik dan toevallig wél mijn huur betalen.''

Festival De (Internationale) keuze van de Schouwburg. 7 t/m 30 sept. in de Rotterdamse Schouwburg. `Erniedrigte und Beleidigte': 10 en 11 sept 19u; `Pablo in der Plusfiliale' 12 t/m 14 sept 20u30. Inl: tel. 010- 4118110; www.deinternationalekeuze.nl

Voor informatie en voorstellingen in de Volksbühne: www.volksbuehne-berlin.de

    • Maartje Somers