Lekken naar de pers heeft ook voordelen

Vorige week was het weer raak. Het plan voor een miljarden-investering in het verkeer stond in de krant nog voordat de ministerraad erover had beslist. Dat is niet netjes tegenover het voltallige kabinet en het parlement, maar toch kan dit soort lekken de openbaarheid bevorderen.

Het was ditmaal De Telegraaf die de primeur had: `Asfalt krijgt ruim baan'. Een verslaggever had de hand weten te leggen op het laatste concept van de ,,nog vertrouwelijke'' Nota Mobiliteit. 's Middags bracht ook NRC Handelsblad het bericht, met een iets ander accent: `Voor vervoer 86 miljard euro nodig' inclusief spoor- en waterwegen.

Een nadeel van zo'n lekkage is dat niet alle media gelijktijdig over dezelfde informatie beschikken. Meestal leidt dat ertoe dat het medium dat de primeur heeft het nieuws extra groot brengt, terwijl de media die volgen met een bescheiden bericht volstaan.

Het is bovendien de vraag hoe snel andere media het uitgelekte stuk te pakken kunnen krijgen. NRC Handelsblad kreeg nog dezelfde dag een bevestiging van de hoofdpunten en kon dus een eerste bericht maken op gezag van ,,bronnen in Den Haag'', maar het stuk zelf kwam pas de volgende dag in het bezit van de krant. Weer een dag later kreeg de lezer een uitvoeriger weergave van de plannen.

Het NOS Journaal zag in eerste instantie af van berichtgeving, omdat de redactie de nota niet snel genoeg te pakken kon krijgen. Dat lukte de volgende dag wel en toen kwam het Journaal alsnog met het nieuws. Volgens de betrokken verslaggever is zo'n afweging lastig: werkelijk groot nieuws kun je niet negeren, dan moet je soms een bericht maken op gezag van anderen. Maar in dit geval vond men het beter een dag te wachten en dan met een eigen invalshoek te komen.

Arjen Schreuder volgt bij NRC Handelsblad het nieuws over ruimtelijke ordening, milieu en verkeer al geruime tijd en ook hij vernam vorige week het nieuws uit De Telegraaf. Als hij de voorafgaande week niet met vakantie was geweest, had hij mogelijk ook eens het circuit rondgebeld over de aangekondigde Nota Mobiliteit. Het afgelopen jaar had hij zelf enkele primeurs over de Nota Ruimte.

Primeurs zijn niet alleen een gevolg van journalistieke concurrentie, maar ook van bewuste lekkage aan de kant van beleidsmakers. In de maanden voorafgaand aan prinsjesdag maken we bijna dagelijks mee dat ministers of ambtenaren plannen naar buiten brengen. Minister De Geus wil dit, Zalm dat, maatschappelijke organisaties reageren en ver voordat Hare Majesteit de troonrede voorleest, horen we al welk compromis is gesloten.

Vanuit het oogpunt van de parlementaire democratie heeft zo'n gang van zaken nadelen. Pas als het kabinet een besluit neemt, is er sprake van officieel beleid; pas als het parlement voorstellen aanneemt, staan ze vast.

Maar aan de andere kant heeft het publiek belang bij openheid van de besluitvorming in een stadium dat er nog iets te veranderen valt.

Dat is soms al in de fase van eerste concepten. Naarmate de concepten vastere vorm aannemen en met meer betrokkenen worden besproken, neemt de noodzaak van openbaarheid toe. Zo lang dat niet kan via officiële persberichten, is het informele lek een mogelijkheid. Misschien niet zo elegant tegenover andere media, maar meestal wel efficiënt om de maatschappelijke discussie aan te jagen. In dat verband spreken voorlichters wel van `interactieve' beleidsvorming.

Journalisten moeten in dat spel oppassen dat ze niet voor het karretje van belanghebbenden worden gespannen. Wegenbouwers hebben belang bij de asfaltering van Nederland. Milieuorganisaties ventileren zo vroeg mogelijk hun zorg over het dichtslibben van de groene ruimte. Pas als er genoeg informatie is, kan een krant een evenwichtig bericht maken en kunnen lezers een afgewogen oordeel vormen.

Uit de rubriek `De lezer schrijft ... de krant antwoordt' blijkt dat sommige lezers zich zorgen maken over het voortijdig naar buiten brengen van `vertrouwelijke' informatie.

Maar in veel gevallen gaat het om stukken die al enige tijd bij een groot aantal mensen bekend zijn. Zo geheim zijn ze niet. Stukken als de concept-Nota Mobiliteit circuleren langs provincies, gemeenten en belangenorganisaties en bij elk van die clubs geven verschillende deskundigen hun mening. Bij elkaar soms honderden mensen. Dan kan het nuttig zijn dat de burger daarvan iets te horen krijgt, voordat de hele zaak is dichtgetimmerd.

Ministers zijn soms verontwaardigd dat iets voortijdig naar buiten komt, maar zij hebben veel boter op hun hoofd. Via de pers treden ze zelf in discussie over VUT-regelingen, compensatie voor minima en pc-privé-regelingen. Minister Zalm heeft een eigen weblog, waarop hij al voordat De Telegraaf met nieuws over de Nota Mobiliteit kwam, meldde dat de meest betrokken ministers het eens waren over de hoofdlijnen van de Nota Mobiliteit.

Op zo'n moment is er vanuit democratisch oogpunt wel wat te zeggen voor `interactieve' beleidsvorming. Natuurlijk moet niet elk ambtelijk A4-tje in de krant; dat doet NRC Handelsblad ook niet. Maar vergevorderde beleidsstukken kunnen soms eerder naar buiten.

Als de Tweede Kamer daardoor buiten spel dreigt te raken, zou zij net als het Britse Lagerhuis sneller over actuele zaken moeten debatteren. Het zou een leuke week hebben kunnen zijn: maandag een eerste terugblik op de 4,7 miljard voor de Betuwelijn, en dan dinsdag meteen een verkennend debat over de 86 miljard van de nog voorlopige Nota Mobiliteit.

Piet Hagen, oud-hoofdredacteur van `De Journalist', blikt eens in de veertien dagen kritisch terug op de berichtgeving in NRC Handelsblad. Alle eerdere bijdragen op www.nrc.nl/krantachteraf

    • Piet Hagen