Kritiek Unicef op Nederland

Slachtoffers van kinderhandel in Nederland komen niet alleen in de prostitutie terecht, maar ook in naai-ateliers, het huishouden, de horeca en criminele organisaties. Dat blijkt uit een eerste rapport van Unicef Nederland, dat de kinderrechtenorganisatie gisteren aan minister Donner van Justitie overhandigde.

Harde cijfers staan er niet in het rapport Ongezien en ongehoord. ,,Het is moeilijk greep te krijgen op de omvang van de kinderhandel in Nederland'', zegt Unicef-onderzoekster Maud Droogleever Fortuyn. ,,Door de verhalen van zogenaamde sleutelfiguren als de politie en de Immigratie- en Naturalisatiedienst konden we wel een beeld vormen.''

Volgens de sleutelfiguren komen de kinderen zowel uit het buitenland als uit Nederland. ,,We weten pas waar de kinderen vandaan komen als ze opgepakt zijn en geregistreerd worden'', zegt Droogleever Fortuyn. ,,Landen die vaak voorkomen in dat lijstje zijn Bulgarije, Oekraïne, Rusland en Nigeria.'' De kwetsbaarste groepen zijn alleenstaande minderjarige asielzoekers en illegale kinderen. Het opsporen en vervolgen van kinderhandelaren is wel een prioriteit voor de politie, maar het lukt vaak niet door gebrek aan tijd en capaciteit, stelt het rapport.

Ook de Nederlandse wetgeving schiet tekort, vindt Droogleever Fortuyn. Nu kunnen alleen kinderhandelaren worden aangepakt die minderjarigen inzetten in de prostitutie. ,,Dat is niet genoeg.''. Illegale kinderen die niet in de seksindustrie werken, worden nu gewoon het land uitgezet. De nieuwe wet op de kinderhandel die op 1 januari volgend jaar ingaat, maakt handelaren strafbaar die kinderen inzetten buiten de prostitutie. ,,De wet betekent meer bescherming voor de kinderen'', zegt Droogleever Fortuyn. ,,Ze worden beschouwd als slachtoffer en zijn getuige in het strafproces. Daarnaast kunnen ze ook een asielaanvraag indienen.