Komt u hier wel vaker?

Twee mannen besluiten zelfmoord te plegen, een verbitterde kolonel en een failliete zakenman. Per toeval zoeken ze dezelfde schuur uit ergens in het verlaten Finse landschap. De kolonel is bekwaam met touwen en wurgkoorden, en wil zich verhangen. De zakenman heeft een revolver meegenomen om zich overhoop te schieten.

Met dit beeld begint de Finse auteur Arto Paasilinna zijn roman De zelfmoordclub die in 1990 verscheen en nu is vertaald. Twee jaar geleden kwam in het Nederlands De gifkokkin uit. Zowel naar stijl als inhoud tonen de boeken overeenkomsten: op een opgewekte, je zou zeggen pokerface-achtige manier, gaan ze over de dood. Paasilinna is er niet de auteur naar om bij een beladen onderwerp als zelfmoord, laat staan een collectieve suïcide, een gepaste, eerbiedige toon te gebruiken. In de Nederlandse literatuur is het vooral Jeroen Brouwers die met studies (onder meer De laatste deur, 1983) en romans het thema heeft uitgediept. Bij hem overheersen levensangst en een beklemd gemoed. De zelfmoordroman van Paasilinna lijkt voor de auteur eerder een flierefluitend schrijfvertier te zijn geweest, met een feestelijk en spannend boek als resultaat.

Zakenman Rellonen stapt nietsvermoedend de boerenschuur binnen, klaar om de loop van de revolver tegen zijn slaap te zetten, als hij iets ziet bewegen tussen de hoge balken. Een man is bezig zichzelf op te knopen, naar later blijkt kolonel Kempainnen. De lotgenoten beseffen elkaars leven gered te hebben. Beide mannen zijn doortrokken van het Finse levensgevoel, door Paasilinna als volgt verwoord: ,,Somberheid, melancholie en bodemloze apathie zijn de grootste vijanden van het Finse volk. De smart wordt zo sterk gevoeld dat veel Finnen de dood als enige uitweg zien.''

De heren komen tot een verbluffende daad: ze plaatsen een advertentie in een landelijke krant om alle potentiële zelfdoders te verenigen. De gemeenschappelijk gezochte dood valt lichter dan de eenzame zelfmoord, bovendien is gedeelde smart halve smart. Er meldt zich een overweldigend aantal kandidaten, die zich verenigen in de `zelfmoordclub', door de kolonel ook liefkozend het `zelfmoordbataljon' genoemd. Na een onstuimig verlopen vergadering besluit het gezelschap met de gloednieuwe bus van een van de deelnemers, een suïcidale chauffeur, vanaf de kliffen van de Noordkaap de koude IJszee in te storten. Zo gebeurt. De bus dendert vooruit, dreigt zich dwars door de vangrail heen te knallen totdat de zelfdoders in pure doodsangst op het rode `stopknopje' gaan drukken.

Paasilinna is meesterlijk in de koelbloedige, nonchalante manier van vertellen. Zijn boek zou zich uitstekend voor verfilming lenen; met verrassend scherp oog voor details zet hij de scènes neer. Na de overleving op de Noordkaap weten de zelfmoordernaars van geen ophouden. Ze moeten naar de Alpen, daar heb je doodsravijnen in overvloed. Maar ook de Alpen weten ze te doorstaan en dan besluiten ze naar het meest zuidwestelijke punt van Europa te gaan, de kaap Sagres, ofwel de Kaap van het Einde van de Wereld. Maar intussen zijn de zelfmoordenaars zoveel van het leven gaan houden, van de drank die ze gezamenlijk nuttigen, van de liefdes die spontaan opbloeien, dat helemaal niemand meer snakt naar de dood. Behalve een sombere rendierhoeder. Uiteindelijk jaagt hij de bus van de Portugese kaap de hemelsblauwe Middellandse Zee in, waarbij de opgevrolijkte zelfdoders verbaasd toekijken. En weer weet Paasilinna een onverwachte wending aan zijn roman te geven.

De zelfmoordclub is een schitterend volgehouden metafoor; hoe kan verlangen naar zelfvernietiging omslaan in levensvreugde? Anders dan de titel doet vermoeden, is de roman eerder een loflied op de even simpele als zinnelijke aspecten van het leven: een gesprek bij het kampvuur, ontluikende erotiek, de schattige Zwitserse Alpenweiden, een zonsondergang, een gedeelde fles drank. De zelfmoordenaars ontpoppen zich als woeste levensgenieters. De jakkerende bustocht van Noord-Finland tot diep in Portugal is beschreven als een adembenemende road movie. Als diepste grond voor de drang tot zelfdoding geeft Paasilinna uitsluitend het zwartgallige Finse levensgevoel of het mislukte huwelijk van de een, het ontslag van de ander. In dat opzicht reikt de wanhoop die Brouwers uitdrukt verder en is zijn werk aangrijpender. Paasilinna wil het tegendeel: hij laat zien dat wanhoop voortkomt uit een groot verlangen naar gefnuikte levenslust. Vertaalster Annemarie Raas heeft Paasilinna's toon die het midden houdt tussen luchtig en ernstig prachtig volgehouden. Een vondst is het woord `verkoeverkamp'; het woord bestaat niet officieel, wel `verkoeverkamer'. Het drukt goed uit wat de zelfmoordenaars van gezamenlijk kamperen verwachten. Om te `verkoeveren', bij te komen dus van hun ellende. Die uiteindelijk levensblijheid blijkt te zijn.

Arto Paasilinna: De zelfmoordclub. Uit het Fins vertaald door Annemarie Raas.

Wereldbibliotheek, 239 blz. €17,90